Het kind als de maat der dingen 27 jul 2016

    In een veilig ingerichte schoolomgeving vormt het kind het uitgangspunt bij de inrichting. Kinderen zijn immers kwetsbare verkeersdeelnemers. Ze moeten op vele gebieden nog groeien en leren.

    Hoe leren kinderen in het verkeer? De Vlaamse Stichting voor Verkeerskunde (VSV) maakte hierover een boeiende video. Dit blog somt een aantal belangrijke feiten over kinderen in het verkeer. Feiten die alle ouders, leerkrachten, verkeersouders en verkeerskundige ontwerpers zouden moeten kennen.

     

    Zwemmen leer je in het peuterbad

    Kinderen leren zwemmen in een klein badje. Voor verkeer bestaan er echter geen peuterbadjes. Kinderen die zich in het verkeer begeven, bevinden zich meteen in de grotemensenwereld. En dat kan problemen opleveren. Zo bezien kinderen de wereld door andere ogen. Omdat ze kleiner zijn, kunnen ze niet over auto’s heen kijken en verkeer aan zien komen. Tot 8 jaar zien ze nauwelijks wat zich in de ooghoeken afspeelt. Om goed te zien, moeten ze hun hoofd draaien.

    Verder zien ze stilstaande beelden en niet het proces van bijvoorbeeld een rijdende auto. Daardoor reageren ze laat. Ze beseffen ook niet dat auto’s niet direct stil kinnen staan. Vanaf een jaar of zeven/acht komen ze in de buurt van de reactie van ouderen.

    Voorbijrazende auto

    Kinderen zijn impulsief en verliezen snel de omgeving uit het oog. De bal die over straat wegrolt. Een vriendje, opa, mama aan overkant van de straat. Wacht nooit aan de overkant van de straat op je kind. Want als het kind de ouder in het vizier heeft, let het niet meer op het verkeer.

    Ook het gehoor is nog niet volgroeid. Kinderen horen opvallende geluiden, maar ze kunnen moeilijk bepalen waar dat geluid vandaan komt. In een drukke straat kunnen ze dit geluid moeilijk plaatsen.

    De straat als speeltuin

    Kinderen leven veel meer in hun eigen realiteit dan volwassenen. Hun concentratie is volledig gefocust op één ding. Als een kind bijvoorbeeld een leuk hondje ziet, heeft het geen aandacht voor de realiteit van het verkeer.

    De realiteit van de eigen activiteit is voor het kind veel belangrijker dan de realiteit van het verkeer. De concentratie gaat volledig naar één ding - tot hun achtste jaar. Als een kind bijvoorbeeld een leuk hondje zet, vergeet het om uit te kijken bij het oversteken van de straat.

    Hun gedachtengang is heel anders dan die van een volwassene. Kinderen zijn in staat om de realiteit magisch te kleuren. In  hun fantasie kan een auto bijvoorbeeld vliegen of is een auto een heel vriendelijk mannetje. Een zebra is een hinkelpad en een parkeerterrein leent zich ideaal voor verstoppertje.
    wachten op verkeer
    Kinderen zijn volop bezig met hun motorische ontwikkeling. Ze struikelen snel en vinden het moeilijk om een hoge stoep op te stappen. Dat vergt al hun aandacht. Wanneer ze leren fietsen, dan vergt hun motoriek in het begin al hun aandacht. Die oefening is nodig om automatismen aan te leren. Pas als ze dit hebben geleerd, kunnen ze aandacht aan de omgeving besteden.

    Angsthazen en waaghalzen

    Niet ieder kind is hetzelfde. Het ene kind is heel voorzichtig en het andere kind heel wild.  

    Waaghalzen hebben geen angst voor de gevolgen en worden bewonderd door de andere kinderen. Angsthazen twijfelen heel lang. Ze kijken en kijken, maar handelen niet. Wanneer ze eindelijk handelen, is de situatie veranderd. Omdat ze onzeker zijn, kijken ze naar wat anderen doen, bijvoorbeeld de waaghalzen. Volgens de VSV vertegenwoordigen beide categorieën zo’n tien procent van alle kinderen. Beide groepen reageren onvoorspelbaar en vormen daarom een risico.

    Voorbeeldgedrag
    Kinderen hebben specifieke instructies nodig. Iets algemeens als “wees voorzichtig” is te algemeen. “Kijk goed uit naar beide kanten als je de straat voor school oversteekt” is al veel beter. Kinderen leren door hun ouders na te doen. Het eigen voorbeeldgedrag heeft dan ook een veel groter effect dan alle woorden die de ouders zeggen. Wanneer ouders bang zijn voor het verkeer, dragen ze die angst over op hun kind. Bange ouders leidt tot bange kinderen.

    Kinderen laten leren in het verkeer

    Het Handboek Ontwerpen voor kinderen van CROW geeft een indicatie van de leeftijden waarop kinderen bepaalde verkeerstaken zelfstandig kunnen uitvoeren, gebaseerd op hun ontwikkelingsproces. Maar eigenlijk is het onmogelijke taak voor kinderen om zich goed te redden in het verkeer. En toch zullen kinderen dit moeten leren. Want als ze groter worden, zullen ze zelfstandig naar de middelbare school moeten gaan. Tot die tijd is goede begeleiding een vereiste.

    fietsen begeleiding 
     
    Leeftijdsindicatie Oversteken
    Fietsen
    4-8 jaar Alleen met duidelijke opdracht in woonstraten. Alleen in zeer veilige gebieden om te oefenen en te spelen.
    9-12 jaar Tot 10/11 jaar sprake van langere reactietijd en mogelijk spontaan gedrag. Vergt nog veel concentratie als taak op zich, complexe situaties lastig.

    13 jaar en ouder

    Geen probleem.
    Complexe situaties nog een probleem.















    Bron: CROW Handboek ontwerpen voor kinderen

    In het najaar 2016 brengt CROW-KpVV een factsheet uit over schoolmobiliteit en gedrag.

    Meer weten?
    Brochure leeftijdsspecifieke vaardigheden voor jongeren in het verkeer
    SWOV-factsheet ‘Verkeerseducatie aan kinderen van 4-12 jaar’
     

    Kind op weg

    door Friso Metz -
    Friso Metz werkt voor Advier en Match Mobiliteit.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW