De wijk beweegt 22 feb 2017

    Op deze weblog is al veel over het stimuleren van fietsen geschreven. De afgelopen jaren kwamen er mooie voorbeelden voorbij waarin fietsers gestimuleerd werden met apps, prijzen, korting op e-bikes of andere beloningen als ze vooral de auto maar lieten staan en lekker op de fiets stapten. Sommige campagnes waren zeer succesvol, anderen minder.

    Beweegredenen

    In deze blog kijken we naar een andere belangrijke factor in de keuze om al dan niet op de fiets te stappen; de omgeving. Kan onze woonomgeving ervoor zorgen dat we meer fietsen? En zo ja; wat is die factor of dat element waarmee de omgeving mensen op de fiets krijgt?
    In de fietscampagnes die op deze website aan de orde gekomen zijn, gaat het vaak om campagnes over woon-werkverkeer in de spits; dat is immers het moment waarop het het meest relevant is om forenzen uit de auto te ‘lokken’. Maar mensen hebben meer redenen om in hun eigen woonomgeving te fietsen. Voor praktische zaken bijvoorbeeld, om boodschappen te doen, of om de kinderen naar school te brengen. Daarnaast is recreatie een goede reden; een fijne fietstocht in de omgeving met een terrasje onderweg.

    Omgeving

    In de strijd tegen files en tegen overgewicht is het relevant om te weten welke rol de omgeving speelt om ons aan het fietsen te krijgen. De afgelopen decennia is er al veel onderzoek naar gedaan. De uitkomsten daarvan zijn niet altijd even eenvoudig te interpreteren. Behalve de inrichting van de wijk spelen er veel andere parameters een rol in het fietsgedrag van mensen, zoals leeftijd, opleidingsniveau en afkomst. Kort door de bocht; jongeren fietsen meer dan ouderen, hoger opgeleiden fietsen meer dan lager opgeleiden, en autochtonen fietsen meer dan allochtonen. Maar de verschillen op individueel niveau zijn enorm. Bovendien gaan veel onderzoeken over bewegen an sich; dus niet alleen over fietsen, maar ook over wandelen, buiten spelen, hardlopen en andere vormen van beweging. Een ding is in elk geval zeker; een krap opgezette wijk, met weinig groen, smalle trottoirs en weinig of geen fietspaden nodigt in elk geval beslist niet uit tot bewegen.

    Gezonde wijk

    Een al wat ouder, maar nog steeds relevant rapport is De gezonde wijk van een aantal Amsterdamse organisaties op het gebied van gezondheid en omgeving. De onderzoekers bekeken de BMI (Body Mass Index) en het beweeggedrag van groepen bewoners uit een aantal wijken. De in het onderzoek bekeken wijken varieerden in kenmerken als de hoeveelheid groen, de ligging ten opzichte van het centrum en het type woningen. Een van de opvallende uitkomsten van het onderzoek is dat de opzet van de wijk en de ligging van de winkels invloed hebben op de manier waarop men naar winkels reist. In de ruimer opgezette wijken met meer groen, is er voor de bewoners meer ruimte om een auto te bezitten en te gebruiken, ook om boodschappen te doen. Vaak hebben dergelijke wijken een centraal winkelcentrum. Maar juist bij wijken waar de winkelcentra dichter bij de huizen liggen, of waar de winkels verspreid door de wijk staan, blijken bewoners sneller geneigd te zijn om op de fiets of lopend boodschappen te doen. Daarnaast ervaren bewoners van een stedelijke woonomgeving de afstand tot de winkels in hun buurt vaak korter dan deze in werkelijkheid is, waardoor ze sneller geneigd zijn om te fietsen of te lopen.

    Groen

    Dat lijkt een pleidooi voor wat krapper opgezette stadswijken. Maar van groen in de wijk gaan mensen juist ook bewegen. Uit dit onderzoek blijkt bijvoorbeeld een positieve relatie tussen groen en het beweeggedrag van kinderen. Zo komt onder kinderen die in groene wijken opgroeien vijftien procent minder overgewicht voor., en spelen de kinderen meer buiten. Dat geldt niet alleen voor jonge kinderen, ook middelbare scholieren bewegen meer als ze in een groene wijk wonen. Ze halenvaker de beweegnorm dan leeftijdgenoten die tussen beton en baksteen opgroeien.
    Het rapport geeft wel aan dat het groen toegankelijk moet zijn; bijvoorbeeld via fiets- en wandelpaden.


    Beleid

    Naar aanleiding van deze en meer onderzoeksrapporten is er steeds meer aandacht gekomen voor gezonde en beweegvriendelijke woonwijken. Uit pilots van het NISB en het Ministerie van VWS blijkt echter dat zomaar een fietspad of een beweegvriendelijk schoolplein neerzetten weinig zin heeft; om mensen echt aan het bewegen te krijgen in een wijk zijn ook sociale maatregelen nodig. Die maatregelen blijken het beste te werken als ze gedragen worden door de bewoners zelf, die via hun netwerk buren en bekenden uit de wijk aansteken om meer te bewegen. Om het beleid te ondersteunen zijn instrumenten als de Bewegingsscan ontwikkeld, waarmee getoetst kan worden of een wijk beweegvriendelijk is. Daarnaast wordt er momenteel de laatste hand gelegd aan het stappenplan Schoolzone. Dit stappenplan, ontwikkeld door het Kenniscentrum Sport, geeft handreikingen om bewegen bij de jeugd te stimuleren. 

     

    Gedrag

    Zo lijkt er een parallel te zijn ontstaan met andere gedragsveranderingen. Door deelauto’s neer te zetten zullen maar weinig mensen deze gebruiken; maar door slimme marketing, probeeracties en kortingen zullen veel meer mensen de deelauto proberen, ontdekken of het systeem wat voor hen is, en het blijven gebruiken. Na verloop van tijd wordt de deelauto dan net zo’n ‘gewoon’ onderdeel van ons mobiliteitsgedrag als de OV-fiets. Goede fietspaden, 30-kilometerzones, speeltuinen en nabij gelegen voorzieningen zijn dan ook noodzakelijke voorwaarden om een wijk in beweging te krijgen. Maar om te zorgen dat ze echt gebruikt worden, blijkt kennis van menselijk gedrag opnieuw de cruciale factor.

    -Door de redactie-
     

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW