Onvolgroeide hersenen en weinig ervaring in het verkeer 10 feb 2016

    De weblog Mobiliteit en Gedrag stelt regelmatig vijf vragen aan een expert op het gebied van gedrag en mobiliteit. Deze keer spreken we Willemijn Noordman. Zij is coördinator gedragswetenschap bij TeamAlert.
     

    Wat doet TeamAlert?

    "TeamAlert is een jongerenorganisatie die verkeersveiligheidsprojecten ontwikkelt en uitvoert. We richten ons op jongeren van 12 tot en met 24 jaar en gaan naar alle plekken waar jongeren zijn. Op middelbare scholen en MBO-opleidingen verzorgen we op een leuke, interactieve manier gastlessen. We doen bijvoorbeeld een debat of theatersport, de werkvorm is altijd anders dan bij een gewone les. Naast deze educatieve tak hebben we ook een voorlichtingstak. Met onze voorlichtingsprojecten komen wij op alle andere plekken waar jongeren te vinden zijn, zoals festivals. De educatie in de klassen is vooral gericht op jongeren van 12 tot 18, de voorlichtingsprojecten richten zich op jongeren vanaf 16 jaar."

    WN.jpg

    "De afgelopen jaren zijn we flink gegroeid. We zitten nu met een man of dertig op kantoor en hebben een groep van ongeveer zestig uitvoeringsmedewerkers, die op locatie projecten uitvoeren. Dat zijn vaak studenten die dit als bijbaantje naast hun studie doen en die qua leeftijd binnen onze doelgroep vallen. We werken vanuit het peer educatie principe; dat houdt in dat jongeren uit onze doelgroep voorlichting geven aan hun leeftijdsgenoten. Wij geloven dat leeftijdsgenoten elkaar het beste, vanuit hun eigen belevingswereld, kunnen beïnvloeden.
    We hebben nu 18 projecten, over allerlei thema' s waar jongeren mee te maken krijgen in het verkeer, bijvoorbeeld over fietsen, alcohol, scooters, afleiding en drugs. We hebben veel verschillende projecten omdat de doelgroep van 12 tot en met 24 jaar uit veel verschillende subdoelgroepen bestaat, waarvoor specifieke thema’s en werkwijzen relevant zijn. Als we alle informatie in een paar grote projecten voor de gehele doelgroep zouden stoppen, is de kans klein dat deze projecten effectief zouden zijn."

    Wat zijn de specifieke kenmerken van het verkeersgedrag van jongeren?

    "Er zijn verschillende redenen dat jongeren een risicogroep vormen in het verkeer. Ten eerste zijn hun hersenen nog niet volgroeid. Juist de delen van de hersenen die zorgen voor de impulscontrole en voor planning zijn nog volop in ontwikkeling. Daardoor zijn jongeren impulsiever en overschatten ze zichzelf soms. Daarnaast zijn jongeren nog minder ervaren in het verkeer. Ze mogen net scooterrijden of hebben net hun rijbewijs. Deze combinatie zorgt voor een vergroot risico. Jongeren laten zich bovendien makkelijk afleiden. De smartphone is bijvoorbeeld een groot probleem. Maar het is ook de leeftijd waarop veel jongeren gaan experimenteren met alcohol en drugs. Onder middelbare scholieren richten we ons vooral op fietsen, zoals rood licht negeren en fietsen in groepen. Bij de oudere leeftijden richten we ons op beginnende bestuurders van auto’s en scooters en op thema’s als alcohol en drugs in het verkeer. Jongeren kennen de regels vaak wel, maar ze zijn erg gevoelig voor groepsdruk. Er wordt nog veel waarde gehecht aan wat leeftijdsgenoten vinden en doen. Dit kan gevaarlijk gedrag opleveren."

    Waarmee moet je rekening houden als je een verkeerseducatieprogramma of -campagne voor jongeren opzet? Wat zijn de do's en don’ts?

    "Eigenlijk zijn er een aantal hoofdpunten vanuit waar we werken. We zorgen altijd voor een positieve benadering, we prikkelen jongeren op een leuke, effectieve manier om na te denken over hun eigen gedrag, we zorgen voor interactie en we blijven dichtbij de belevingswereld van jongeren. We willen ze nieuwsgierig maken; verkeersveiligheid heeft onder jongeren vaak een saai imago. We hebben bijvoorbeeld een project over drugs in het verkeer waarmee we op festivals staan, dat er in de eerste instantie niet uitziet als een voorlichtingsproject over drugs in het verkeer. Doordat jongeren niet precies weten waar dit project voor is, komen ze zelf op ons af. Vervolgens knopen onze voorlichtingsmedewerkers een gesprek met deze jongeren aan en enthousiasmeren ze hen om deel te nemen aan het project. We vinden het heel belangrijk om met (wetenschappelijk) bewezen gedragsbeïnvloedingsmechanismen te werken binnen onze projecten. We willen bijvoorbeeld commitment creëren in onze projecten. Dit doen we door jongeren goede voornemens te laten maken. Naast deze goede voornemens, werken we ook veel vanuit het mechanisme self-persuasion. Daarbij laten we jongeren argumenten verzinnen voor veilig verkeersgedrag. Doordat jongeren deze argumenten zelf bedenken, overtuigen zij zichzelf van het juiste gedrag. Dat doen we bijvoorbeeld binnen het educatieve project Kruispunt, een debatproject. Jongeren vinden onze projecten over het algemeen heel leuk, omdat er veel interactie is en zij veel ruimte krijgen om over eigen ideeën en ervaringen te praten. Ook voor jongeren die al het juiste verkeersgedrag vertonen (en die zijn er gelukkig ook veel!) zijn onze projecten waardevol. Wij hopen natuurlijk dat zij het vervolgens met hun vrienden over het onderwerp gaan hebben, waardoor onze boodschap verder wordt verspreid onder onze doelgroep. Dit proberen we ook te stimuleren, door bijvoorbeeld winacties te koppelen aan onze projecten op social media."

    TeamAlert doet veel aan evaluatie van haar eigen producten. Hoe doen jullie dat?

    "Dat is de rol van mijn team binnen TeamAlert. We houden ons veel bezig met effectonderzoeken; we toetsen (met behulp van een voor- en nameting, experimentele- en controlegroep) in hoeverre onze projecten effect hebben op jongeren. Daarbij kijken we onder andere naar verschillen in kennis, houding, intentie en gedrag. De SWOV voert altijd een onafhankelijke kwaliteitstoets uit over onze onderzoeken. Hierdoor kunnen we aantonen dat de onderzoeken die wij uitvoeren onafhankelijk zijn en op de juiste wijze zijn uitgevoerd. Wij vinden het belangrijk om hier aandacht aan te besteden.
     
    Uit recent onderzoek van ons bleek dat het op korte termijn geen verschil maakt of je jongeren een implementatie-intentie laat formuleren of een goed voornemen in een zelf gekozen vorm. Om het effect van implementatie-intenties formuleren te toetsen hebben we een onderzoek gedaan in experimentele setting met drie groepen jongeren: een groep die een implementatie-intentie maakte, dus een voornemen in een 'als ik.... dan …'-formulering, een groep die een goed voornemen in een vrije vorm mocht maken en een groep die geen goed voornemen maakte. Alle drie de groepen kregen aan het begin een vragenlijst, twee weken later weer en vier weken later nog een keer. Daarmee hebben we de verschillen in gedrag, intentie en houding van de groepen gemeten. Er was een zichtbaar verschil tussen de jongeren die wel of niet een goed voornemen maakten, maar er waren weinig verschillen tussen de groep die een implementatie-intentie maakte en de groep die een goed voornemen maakte. Goede voornemens maken heeft dus daadwerkelijk effect! De vorm waarin deze voornemens worden gemaakt, maakt weinig verschil. Deze laatste uitkomst verraste ons, want uit de literatuur blijkt dat het formuleren van implementatie-intenties effectiever is dan het formuleren van ‘gewone’ voornemens. Een verklaring zou kunnen liggen in het gegeven dat wij alleen op de korte termijn onderzoek hebben gedaan. Uit de literatuur blijkt dat  implementatie-intenties, in vergelijking met andere type voornemens, juist vaak op de lange(re) termijn effect hebben. Dus wellicht dat dit hier ook het geval zou zijn. Helaas hadden wij op dit moment niet de mogelijkheid om de groep jongeren die aan het onderzoek heeft meegedaan langer te volgen. Jammer, want ik zou graag willen weten wat het effect op langere termijn is."

    Wat hebben jullie uit deze evaluaties geleerd? Hoe hebben jullie deze kennis ingezet om producten aan te passen en/of nieuwe producten te ontwikkelen?

    "Uit onze evaluaties kunnen we een aantal algemene conclusies trekken. Allereerst weten we dat inzetten op houding, intentie en gedrag met behulp van gedragsbeïnvloedingsmechanismen het beste werkt. Wil je gedrag veranderen, dan is het belangrijk hier doelbewust strategieën voor in te zetten en niet alleen een leuk en aansprekend project neer te zetten. Het grappige is dat jongeren vaak zelf slecht kunnen inschatten in hoeverre iets leerzaam voor hen is en in hoeverre zij beïnvloed zijn door deelname aan een project. Zo komt bijvoorbeeld uit effectonderzoek wel eens een effect op kennis naar voren, terwijl leerlingen dan zelf over dit project hebben aangegeven het ‘niet heel leerzaam’ te vinden. Ook wanneer in onze projecten daadwerkelijk weinig nieuwe informatie wordt behandeld voor (sommige) jongeren, kunnen deze projecten nog wel effect hebben. Dus, de deelnemers wisten bijvoorbeeld al wel dat je niet door een rood stoplicht mag fietsen, maar na het project gaan ze dat ook echt niet meer doen.
     
    Ook uit individuele projecten leren we lessen. Een voorbeeld daarvan zijn Kruispunt en Streetbeat. Uit onderzoek naar deze projecten weten we dat debatteren over verkeersveiligheid effect heeft op de kennis en intentie van jongeren. Naast effectonderzoeken voeren we ook veel user experience onderzoeken uit onder de doelgroep. Binnen deze onderzoeken staan de ervaringen en meningen van de doelgroep centraal. Dit type onderzoek is heel nuttig om te toetsen in hoeverre we met onze projecten aansluiten bij de belevingswereld van onze doelgroep en om te achterhalen hoe onze uitvoeringsmedewerkers het volgens de jongeren doen."


     

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW