Mensen gaan niet zomaar doen wat verkeerskundigen willen 24 dec 2014

    De weblog Reisgedrag stelt elke maand vijf vragen aan een expert op het gebied van gedrag en mobiliteit. Deze keer spreken we Matthijs Dicke-Ogenia. Hij is beleidsonderzoeker en gedragsdeskundige bij Goudappel Coffeng. Voor het CROW ontwikkelde hij de cursus Mobiliteit en Gedrag, die in januari 2015 van start gaat. Daarvoor stelde hij het boek Mobiliteit en gedrag samen, dat deze week bij het CROW is verschenen.

    Kun je kort vertellen waar het boek over gaat? 

    Het boek gaat over gedrag en mobiliteit. We hebben bij het schrijven van het boek de psychologische theorie als uitgangspunt genomen. Binnen de hoofdstukken hebben we daarbij de link gelegd naar de verschillende onderwerpen uit verkeer en vervoer. Daarmee is ieder hoofdstuk interessant, ongeacht in welk werkveld een werkzaam is. Het boek bestaat uit drie delen. In het eerste deel kijken we door de bril van de weggebruiker en de manier waarop een verkeerspsycholoog een probleem analyseert. Daarbij hebben we heel bewust monitoring en evaluatie vroeg in het proces opgenomen. Als je dat vanaf het begin meeneemt, verbeter je een project. Bovendien geeft monitoring snel inzicht in resultaten waardoor aanpassingen snel mogelijk zijn. Helaas is evaluatie nu vaak een moetje aan het einde van het proces. Dat monitoring en evaluatie al vroeg in het boek, in het derde hoofdstuk, worden behandeld is een belangrijk statement. Het tweede deel van het boek gaat over het ontstaan van gedrag; waarom doen mensen de dingen die ze doen? Waarom maken ze fouten op de weg? Wat houdt verandering tegen? In deel drie wordt per hoofdstuk een oplossingsrichting vanuit de psychologie besproken. Bijvoorbeeld: hoe werkt onbewuste gedragsbeïnvloeding, welke mogelijkheden biedt belonen en straffen, hoe zet je een effectieve campagne op, of wat is de rol van verkeerseducatie. De theorie wordt verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden. Met leuke voorbeelden begeef je je een beetje op glad ijs; het kan lijken alsof het allemaal heel makkelijk is. In presentaties geef ik dit soort voorbeelden daarom bijna niet meer. Maar voor een boek als dit is het een leuke afwisseling tussen de wat drogere, theoretische teksten. De psychologie kent gelukkig veel aansprekende voorbeelden. We hebben als auteurs bewust breed gedacht en alle richtingen uit de verkeerssector meegenomen in de voorbeelden. Dat maakt het boek voor de hele sector leesbaar en interessant. 

      Matthijs Dicke-Ogenia

    Wat hopen jullie met dit boek te bereiken? 

    We merken dat er bij overheden en opdrachtgevers behoefte is aan kennis over gedrag. Na het lezen van het boek ben je zelf nog geen gedragspsycholoog, maar je weet wel waar het in het vak om draait en hoe een verkeerspsycholoog naar de wereld kijkt. We hopen dat opdrachtgevers en overheden daardoor beter in staat zijn om in te schatten wanneer de inzet van een gedragspsycholoog kan bijdragen aan het slagen van een project, dat ze betere offertes kunnen uitvragen en dat ze de effectiviteit van projecten beter kunnen beoordelen. 
    Verder willen we laten zien dat naast alle mogelijke inframaatregelen er ook veel zachte maatregelen zijn die kunnen helpen bij verkeerskundige vraagstukken. Daarmee is gedrag een aanvulling op alle andere oplossingen die een verkeerskundige tot zijn beschikking heeft. 

    Het eerste hoofdstuk gaat over de gebruiker centraal. Dat klinkt heel logisch, maar waarom is er de laatste jaren pas echt aandacht voor gekomen? 

    De aandacht voor de gebruiker en de bijbehorende denkwijze waren er al lang. Maar je ziet nu wel een kentering bij overheden nu het geld voor infrastructurele aanpassingen bijna op is. In plaats van vraagstukken met infrastructuur op te lossen kijkt men nu eerst of er andere, betaalbaarder oplossingen zijn, zoals met Beter benutten. Er komen gelukkig steeds meer verkeerspsychologen die gedragsmaatregelen effectief in weten te zetten. Overigens is de kracht van de huidige verkeerspsychologen dat ze beseffen dat effectieve maatregelen vooral ontstaan in de samenwerking met verkeerskundigen. Geïsoleerde gedragskundige oplossingen worden bijna niet geadviseerd. Verkeerspsychologen zijn op hun best als ze onderdeel zijn van grotere teams, waarin ze samenwerken met verkeerskundigen en marketeers. 

    Kunnen we het niet omdraaien; waarom doen gebruikers of reizigers zo vaak niet wat verkeerskundigen willen? 

    In feite gaat het tweede deel van het boek daarover. De conclusie is; mensen gedragen zich veel minder rationeel dan ontwerpers denken. Dus mensen gaan niet zomaar doen wat jij wilt. Mensen kun je niet veranderen, maar de omgeving waarin ze acteren wel. De meesten van ons hebben ondertussen ervaren dat je partner ook niet verandert. Waar je als verkeerskundige tegenaan loopt is dat een verkeerskundige een ontwerp maakt, en dat de gebruiker daaruit moet aflezen welk gedrag van hem verwacht wordt. Dat gaat niet altijd goed. De gebruiker moet zijn omgeving kunnen en willen begrijpen. Hij moet dus inzien waarom hij voor een rood verkeerslicht staat te wachten, maar hij moet het ook willen inzien. Hij moet door hebben dat het gedrag dat van hem verwacht wordt zin heeft voor zichzelf maar ook voor anderen, en dat gedrag op lange termijn volhouden. Dat omdraaien, 'mensen moeten doen wat wij willen', gaat niet werken. Het juiste gedrag faciliteren is de grote uitdaging van dit vak. 

    De meeste verkeersprofessionals komen uit de civiele hoek en zijn min of meer technici. Gedrag is niet hun 'cup of tea'. Wat zou je hen aanraden om meer te 'snappen' van gedrag en gedragsmaatregelen? 
    Lees het boek! Dan ben je al een stuk verder. Verkeerskundigen moeten zich realiseren dat wat zij creëren gebruikt wordt door mensen die op een andere manier omgaan met verkeer. De manier waarop een weggebruiker door de wereld reist, is totaal anders. Die denkt niet in knooppunten, maar in een route van werk naar huis, en gebruikt daarvoor misschien een routeplanner of navigatie waarin die knooppunten geen rol spelen. Verkeerskundigen zouden er veel baat bij hebben om op feestjes goed te luisteren naar wat mensen over verkeer zeggen. In het verkeer communiceer je veel met symbolen. Het is heel moeilijk om daarmee de bedoeling van bepaald gedrag over te brengen. Denk aan de A2; dat is een brede, rechte weg, waar je tachtig kilometer per uur mag rijden vanwege het milieu. De wegbeheerder communiceert dat met een bord met '80' er op, zonder de reden te communiceren. De inrichting van de weg communiceert richting weggebruiker een veel hogere snelheid. Het is dan heel moeilijk om je aan die snelheid te houden. 

    Het was een erg leuk en interessant proces om dit boek te schrijven. Het vakgebied is enorm in ontwikkeling. Ik heb met vakgenoten veel interessante discussies gehad over hoe je het vakgebied verkeerspsychologie kunt structureren en toegankelijk kunt maken voor verkeerskundigen. Het was voor het eerst dat we met z'n allen vanuit een parapluvisie over ons werkveld hebben nagedacht. En dat hebben we met heel veel plezier gedaan. 

    Meer informatie over Mobiliteit en gedrag, of het boek bestellen? Dat kan op de website van het CROW.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW