Zo verander je gewoontes (niet) 5 aug 2016

    Iedereen heeft gewoontes. Zelf eet ik s’ochtends havermout, behalve op zondag, want dan zijn er croissants. Ook fiets ik altijd via dezelfde route naar de supermarkt. Omdat die route geen brievenbus bevat, vergeet ik post op de bus te doen. Zelfs als ik dus weet dat er post in mijn tas zit, vergeet ik dat ik een andere fietsroute moet kiezen.

    We hebben niet alleen allemaal onze eigen gewoontes, ons gedrag is zelfs voor een groot deel opgebouwd uit gewoontes. Elke gewoonte is in feite een verbinding in onze hersenen, die ooit (onbewust) is aangeleerd, en maar moeilijk is te wijzigen.

    Meer gewoontes

    Op deze weblog is al veel geschreven over gewoontes en hoe we ze kunnen veranderen. Vaak keken we daarbij min of meer door de bril van beleidsmakers of onderzoekers die een bepaald soort gedrag wilden veranderen. Zo blogden we over motivatie en over reisgedrag beïnvloeden met Chialdini. Recent bespraken we de ‘smartphonezombie’, die er een gewoonte van heeft gemaakt om permanent met zijn smartphone bezig te zijn, ook in het verkeer.

    In deze blog gaan we op individueel niveau kijken. Als we echt willen weten hoe moeilijk het is om een gewoonte, zoals korte verplaatsingen per auto doen, te veranderen, waarom zouden we het zelf niet ervaren?

    Weg met die gewoonte!

    Er zijn in elk geval heel veel mensen die van een slechte gewoonte af willen, of een goede gewoonte willen aanleren. Wat Googlen levert een blur van resultaten op; mensen die vaker willen schoonmaken, minder willen snoepen, duurzamer willen leven, minder geld uitgeven of iets anders willen aan- of afleren. De zoekwoorden ‘gewoontes aanleren’ leveren 28.000 hits op in Google, variërend van bloggers en adviesbureautjes tot pagina’s van mental coaches en reclamebureaus. In de eerste pagina’s met resultaten zit geen voorbeeld tussen van iiemand die vaker met de fiets of het ov wil gaan, maar die zullen er ongetwijfeld ook tussen zitten.  

    Rommel

    Waarom Google ik dit? Ik wil van mijn rommel af. Ooit woonde ik klein, en ruimde ik verplicht op. Toen ik een jaar of zeven geleden groter ging wonen, ging het mis; de krant bleef op tafel liggen omdat die niet in de weg lag, en mijn ouders haalden mijn oude speelgoed van zolder om het bij mij te dumpen, want ik had er nu toch plek voor. Bij elke verjaardag werd de hoeveelheid spullen aangevuld met goedbedoelde cadeaus en samenwonen verdubbelde de hoeveelheid spullen. Nu ben ik echter op het punt dat ik de rommelverbinding in mijn hersenen zat ben; de zolder is vol en ik wil er vanaf. Mijn grote voordeel; ik zie de noodzaak van de verandering in en ben gemotiveerd om aan de slag te gaan. Daarmee ben ik al in de derde van de vijf fasen van gedragsverandering die Friso Metz op deze weblog beschreef.

    Tips en trucs

    Eén van de tips die ik opdoe is ‘begin klein’. Die tip herken ik uit veel mobiliteitsmanagementprojecten; een verstokte automobilist zal niet zomaar zijn auto volledig aan de kant zetten om al zijn verplaatsingen per fiets te doen. Een gedragsverandering begint met één fietstochtje per week. Een andere tip die ik een paar keer tegenkom op internet is ‘maak het concreet’. Ook die tip ben ik eigenlijk vaker tegengekomen in de blogs die ik voor deze website schreef; is dat niet de implementatie-intentie? Het lezen werkt als een portie realiteitszin; ik moet niet van mezelf verwachten dat mijn huis binnen een week het toonbeeld van minimalisme is. Daarom maak ik met mezelf de volgende afspraak: aan het einde van elke thuiswerkdag ruim ik mijn bureau op.

    21 Dagen

    Eigenlijk gaat dat best goed met mijn nieuwe gewoonte. het opruimen van mijn bureau kost me niet veel tijd, en ik word blij van het resultaat. Totdat ik een keertje snel mijn werkdag afbreek omdat ik de tijd vergeten ben; de volgende dag erger ik me aan mijn rommelige bureau. Hoera, ik ben een gemotiveerde opruimer! Volgens psychollog Jeremy Dean duurt het minstens 21 dagen om een nieuwe gewoonte aan te leren, deze nieuwe gewoonte is er snel ingesleten.


    Valkuil

    Omdat ik zo blij ben met het resultaat van mijn bureau volgen er meer projectjes. Zou een automobilist die heeft (her)ontdekt hoe leuk fietsen is zich ook zo voelen en het vaker gaan doen? Ik sorteer de spullen in de trapkast en ruim keukenlaatjes op. Maar ik ontdek ook een valkuil; ik gooi weinig weg. Waarom doe ik dat niet? Simpelweg omdat extra wijnglazen en theedoeken nog best wel eens handig kunnen zijn, maar vooral omdat ik gehecht ben aan spullen. Hoe gemotiveerd ik ook ben, blijkbaar wil ik niet weggooien.

    Waarom doe ik dit?

    Voor een echte gedragsverandering blijkt zelfkennis nodig te zijn. Waarom vertoon ik bepaald gedrag? Publiciste Asha ten Broeke schrijft daar treffend in haar artikel waarin ze beschrijft hoe ze van haar koopverslaving af komt. Het gaat haar niet om het kopen van spullen, het echte probleem ligt bij het verlangen om deze spullen te bezitten. Zij lost het op door een lijstje te maken van de spullen die ze wil hebben. Na een paar dagen is de hebberigheid verdwenen en mogen de spullen weer van het lijstje af. Ik blijk geen spullen die nog bruikbaar zijn weg te kunnen gooien, dus geef ik ze een tweede leven. Dat is iets meer werk, maar het meisje dat een paar te krappe kleren van mij koopt via internet weet niet half hoe blij ze mij maakt het haar bedankmailtje.

    Een keer per week fietsen

    Nee, ik heb nu geen perfect opgeruimd huis. Maar het is al netter dan het was, en daar ben ik blij mee. Bovendien motiveert het resultaat om steeds nieuwe klusjes op te pakken. Een verstokte automobilist kun je ook niet zomaar in een fanatieke fietser met een deelauto veranderen, houd ik mezelf voor. Maar als de automobilist minstens een keer per week op de fiets naar zijn werk gaat, is dat ook een gedragsverandering. Het betekent in elk geval dat iemand de strijd met een paar oude hersenverbindingen gewonnen heeft.

    -door de redactie-

     

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW