Staat jouw doelgroep open voor gedragsverandering? 19 aug 2013

    Deel 1 van 2 over de fasen van gedragsverandering

    door Friso Metz  

    Gedragsverandering gaat stap voor stap. Verstokte automobilisten worden in de regel niet plotsklaps openbaarvervoerfreaks. Maar hoe gaat een dergelijke verandering in zijn werk? Uit welke stapjes bestaat deze? En hoe kun je mensen helpen om stapsgewijs toe te werken naar blijvende gedragsverandering?

    Effectieve gedragsinterventies helpen mensen om beetje bij beetje hun gedrag te veranderen, zodat ze uiteindelijk het nieuwe gedrag vasthouden en nieuwe gewoonten aanleren. In twee blogposts ga ik in op het MaxSem-model, dat hierbij helpt. In dit eerste deel ga ik in op het model. Het tweede deel gaat over de toepassing ervan in de praktijk.


    Laten we eens kijken naar de volgende (fictieve) personen.
     
    Mia (26) is projectleider. Ze is de trotse eigenaar van een leuk autootje, waarmee ze iedere ochtend naar haar werk rijdt. Op een dag krijgt ze een uitnodiging om de spits te mijden. Dat idee staat haar tegen. Je moet toch gewoon ’s ochtends op tijd op je werk zijn? Ze heeft er geen idee van dat haar werkgever best open staat voor flexibele werkpatronen.


    Paulien (30) uit Leiden rijdt eens per week naar Groningen. Uit gewoonte pakt ze de auto, maar ze heeft vaak last van files en laatst heeft ze tijden gedwaald toen bij een wegomlegging de gele bordjes ineens de verkeerde kant op wezen. Ze raakt steeds meer gefrustreerd over de reis, maar heeft geen idee of het openbaar vervoer voor haar een optie is.

    Het bedrijf waar Nico (44) werkt, doet mee aan een probeeractie voor elektrische fietsen. Nico vindt het idee erachter sympathiek. Het zet hem aan om eens na te denken: hoe ziet zijn dagelijkse patroon er uit als hij gaat fietsen naar het werk in plaats van de auto te pakken? Hoe duur is zo’n fiets eigenlijk en heeft hij wel een stopcontact in zijn fietsenschuurtje? Zijn partner wil dat hij iets doet aan zijn overgewicht. Maar wat zouden zijn collega’s er van vinden als hij gaat fietsen?
     
    Ad (45) is een collega van Nico. Ad houdt van fietsen en dat doet hij al vaak. Naar het werk is net iets te ver om te fietsen. Hij heeft al eens nagedacht over een elektrische fiets: daarmee zou dit probleem verholpen zijn, en komt hij waarschijnlijk niet bezweet aan op het werk. Ad doet mee aan de probeeractie en fietst een maand lang naar het werk.  

    Jeanet (65) woont in Rotterdam. Jaren geleden nam ze voor het laatst de metro. Die vond ze lawaaiig en onaangenaam. Nu ze ouder wordt vindt ze het een prettig idee om te weten hoe je met het openbaar vervoer kunt reizen. Ze heeft onlangs weer eens de metro gepakt. Die blijkt stil, schoon en ook het publiek dat met de metro reist valt reuze mee. Jeanet vraagt zich af waarom ze de metro niet eerder heeft herondekt. Ze besluit om voortaan de metro te pakken als ze de stad in gaat. 

    Fasen van gedragsverandering

    De voorbeeldjes laten zien dat deze mensen allemaal in een andere fase zitten. Laten we eens kijken waar ze zich bevinden.

    Fase 1: voorstadium
    Mia hecht aan vaste werktijden. Ze staat niet open voor verandering. Ze herkent niet dat die vaste patronen flexibiliteit en efficiency in de weg staan. Mischien ziet ze wel dat het anders kan, maar koppelt ze dit niet aan haar eigen gedrag.

    Kenmerken van deze fase zijn: ontkenning, goedpraten van het eigen gedrag, ontwijken van confrontaties of het inslikken van problemen.
     
    Fase 2: overwegen
    Pauline vindt de ritten naar Groningen vervelend. Ze staat enigszins open voor verandering. Ze is is zich bewust van de negatieve gevolgen. Mensen in deze fase zijn vaak ambivalent: ze zien de nadelen het het huidge gedrag, maar hebben nog niet besloten om te veranderen. In deze fase staan mensen het meest open voor bewustwording, maar ze zijn nog niet klaar om tot actie over te gaan.

    Fase 3: beslissen
    Nico heeft gehoord van de e-fietsactie en vindt dit interessant. Hij denkt na over wat dit voor hem betekent en hoe zijn omgeving reageert. Nico gaat een besluit nemen: meedoen of niet. Dit is de fase waarin knopen worden doorgehakt. Nico maakt plannen: hoe gaat hij dit aanpakken? Wat voor fiets wil hij hebben? Wanneer heeft hij tijd om een stopcontact aan te brengen in zijn fietsenschuur? Doet hij het op eigen kracht of maakt hij gebruik van een hulpmiddel of een regeling, zoals de fietsactie?

    Mensen kunnen intrinsiek en extrensiek gemotiveerd zijn. Bij intrinsiek wil de persoon in kwestie zelf veranderen. Bij extrinsieke motivitatie komt de aanleiding van buiten, bijvoorbeeld het opheffen van een parkeerplaats.

    Fase 4: handelen
    Ad heeft ingetekend voor de fietsactie en gaat een maandlang met de fiets naar het werk. In deze fase vindt de werkelijke verandering plaats: het besluit krijgt handen en voeten. Ad doet ervaring op met het fietsen en denkt na wat hij hiervan vindt en hoe zijn omgeving reageert.

    In deze fase moeten mensen vaak vele ‘gevaren‘ trotseren. Het zal niet altijd rozengeur en maneschijn zijn. Het regent, en er zijn problemen als lekke banden, overvolle treinen (voor wie het openbaar vervoer uitprobeert), wie thuiswerkt krijgt te maken met netwerkproblemen enzovoort. Daarnaast kunnen mensen te maken krijgen met afwijzing uit de omgeving. Er kunnen hierdoor allerlei negatieve gevoelens optreden. Positieve feedback en kleine beloningen zijn heel belangrijk: die kunnen helpen om de impact van de negatieve ervaringen te verminderen.

    Fase 5: vasthouden
    Jeanet heeft ontdekt hoe prettig de metro is. Zij besluit haar nieuwe reisgedrag vast te houden. Dat leidt tot een nieuwe gewoonte: op een gegeven moment is het voor haar een automatisme om de metro te pakken als ze de stad in gaat. Ook hier schuilen gevaren: door kleine gebeurtenissen kunnen oude gewoonten toch weer de kop opsteken.

    Fase 6: terugvallen
    Terugval is een wezenlijk onderdeel van het veranderingsproces. Bij een terugval is er nog geen man overboord. Verandering is nou eenmaal niet gemakkelijk. Het gaat met vallen en opstaan en van zo‘n terugval kun je leren.

    Het MaxSem-model


    De genoemde fasen of stadia zijn afkomstig uit het MaxSem-model (ook wel het transtheoretisch model van gedragsverandering van Prochaska & DiClemente, 1983). Iedere fase kent zijn eigen aanpak. In iedere fase vallen er mensen niet af. Het doorlopen van deze fasen is geen rechtlijnig proces, dat bij alle mensen hetzelfde verloopt. Toch geven de fasen houvast. Ze maken duidelijk dat je moet aanhaken bij de fase waarin de doelgroep zich bevindt en de tijd moet nemen om het proces van verandering te doorlopen.
     

    Laaghangend fruit plukken is niet genoeg

    Heel veel maatregelen bereiken juist die mensen die al positief staan tegenover fietsen, spitsmijden, telewerken of openbaar vervoer. Voor deze mensen is het een relatief kleine stap om hun gedrag te veranderen. Dit zijn interessante groepen om mee te beginnen: het laaghangende fruit. Het kost veel meer energie om iemand in een bus te krijgen die een gloeiende hekel aan het openbaar vervoer heeft. En de vraag is of dit ├╝berhaupt resultaat gaat opleveren.

    De vraag is a) of dit het plukken van laaghangend fruit voldoende is om doelen met gedragsbe├»nvloeding te halen en b) of we de deelnemers aan bijvoorbeeld een probeeractie wel genoeg ondersteunen om het nieuwe gedrag vast te houden. 

    De laatste tijd hoor ik regelmatig over het geven van feedback. Positieve feedback is zo’n positieve stimulans die kan helpen dat iemand doorgaat. In andere experimenten, zoals spitsmijden Brabant zijn er gedragstechnieken toegepast die mensen helpen met nieuwe gewoontes. Kortom: zet mensen niet alleen aan om iets te proberen, help ze ook om het vol te houden.

    De vraag is of voldoende mensen in het stadium zitten dat ze nieuw gedrag willen proberen. Zo niet, dan moet je toch een stapje terug. Je komt dan uit bij degenen die openstaan voor ander gedrag. Kun je ze zover krijgen dat ze het niet langer uitstellen om een besluit te nemen? 


    En misschien moet je nog verder terug. Bij maatschappelijke vraagstukken kan het van belang zijn om te beginnen bij bewustwording. Bijvoorbeeld dat overgewicht een groeiend probleem is. Of dat elektrisch rijden op een gegeven moment interessant is. En op individueel niveau: dat iemand met overgewicht beseft dat hij een probleem heeft waar hij iets aan moet doen. De ervaring leert dat dit soort processen jaren kunnen duren. Werkgevers die Het Nieuwe Werken hebben ingevoerd, weten dat het heel belangrijk is om het personeel mee te nemen in het proces: uitleggen waarom het belangrijk is, hun inbreng geven enzovoort. 

    Tot slot

    Het MaxSem-model maakt duidelijk dat gedragsverandering een proces is met verschillende fasen. Het model helpt om die fasen te herkennen en om aan te sluiten bij het stadium waarin mensen zich bevinden. Om vervolgens deze mensen een stap vooruit te helpen. Op die manier helpt MaxSem om toe te werken naar duurzame gedragsverandering en het aanleren van nieuwe gewoonten. Daarvoor is meer nodig dan alleen maar mensen aan te zetten om nieuw gedrag uit te proberen. Deel 2 gaat over de toepassing van MaxSem.

    Klik hier om deel 2 te lezen: In welke fase zit je doelgroep?

    Bronnen

    KpVV, Stap voor stap naar ander reisgedrag met Sumo, KpVV, 2010
    MAX-SUCCES, Max Self Regulation Model: Applying theory to the design and evaluation of Mobility Management projects, 2009
    STAMM, Het Transtheoretisch model van gedragsverandering van Prochaska & DiClemente,1983

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW