De menselijke maat van mobiliteitsmanagement in 9 eenvoudige stappen 17 aug 2012

    door Gerard Tertoolen

    Momenteel zijn veel overheden bezig met het uitwerken van maatregelen uit het programma Beter Benutten. Veel van die maatregelen beogen het veranderen van reisgedrag. Dat vergt specialistische kennis over hoe je gedrag kunt beïnvloeden. En die kennis is niet altijd aanwezig. ik ontwikkelde daarom het onderstaande stappenplan. De clou: schakel een gedragsdeskundige in bij het uitwerken van je maatregel. Dat kost weinig tijd (wél wat inspanning!) en geeft je maatregel een grotere slagingskans.

    Doel

    Op eenvoudige wijze de maatregelen bij mobiliteitsmanagement goed onderbouwen vanuit de kennis over menselijk gedrag en dit pasklaar te hebben voor de praktijk.

    Uitgangspunt 

    Maatregelen kunnen slimmer door vanuit gedragsperspectief te redeneren. Het stappenplan is als het ware een gedragskundige snelkookpan. In negen stappen bespaar je veel tijd en energie, terwijl al het goede van de maatregel overeind blijft.

    Wat levert dat op?

    • inzicht in kansen en grenzen van voorgenomen maatregelen en activiteiten;
    • verder uitgewerkte maatregelen met grotere slagingskans;
    • besparing van tijd en energie
    • het goede van de maatregel blijft behouden;
    • stevige basis voor communicatieplan.

    Twee onderdelen

    Het stappenplan bestaat uit twee onderdelen: 
    1. onderbouwen van voorgenomen maatregelen vanuit kennis over menselijk gedrag;
    2. uitwerking van de maatregelen op basis van deze kennis.
    Het doorlopen van het stappenplan gebeurt onder leiding van een gedragspsycholoog.

    Onderdeel 1: Maatregelen onderbouwen vanuit gedrgaskennis 


    Stap 1. Doel, opzet en aanpak
    Beschrijf het doel en de huidige opzet van de maatregel/opzet/aanpak. Ga samen met de gedragspsycholoog na of er (impliciete) aannames in de opzet/aanpak zitten die niet of onvoldoende onderbouwd zijn. Relateer doel en opzet aan het gedrag en de gedragsverandering die je wilt bereiken. >> zie ook de Sumo-aanpak.


    Resultaat: Zicht op leemtes en/of zwakke plekken in de voorgenomen aanpak. 


    Stap 2. ‘Vuja dé-waarde’ 
    Een Vuja dé is een nieuwe ervaring opdoen die je eigenlijk al veel eerder had kunnen opdoen, omdat het al binnen handbereik was. Hier ligt een belangrijke voorwaarde voor effectieve gedragsverandering. Mensen doen bijna nooit iets wat heel moeilijk is. Veel eerder doen ze dingen die gemakkelijk zijn. In deze stap bepaal je voor wie de gedragsverandering een serieuze optie is. 

    Bepaal voor welke mensen de maatregel echt een optie is, zowel fysiek als mentaal. Zijn deze mensen al voldoende in beeld of nog niet? Zo nee, waar zijn die dan te vinden /wie zijn het dan wel? >> Zie ook: de doelgroep leren kennen

    Resultaat:  heldere omschrijving van de eigenschappen van de kansrijke doelgroep en een beeld van waar deze mensen zich bevinden. 


    Stap 3. Motivatie 
    Breng nauwkeurig in beeld wat de motieven (kunnen) zijn voor gedragsverandering. Dus: beloning, tijdswinst, milieu, file ontwijken, etcetera. Maak een uitputtende lijst met alle denkbare motieven. Streep daarna weg welke toch minder van toepassing zijn, prioriteer en schat de werkelijke waarde in. Koppel daarna het resultaat aan de mensen uit stap 2. 

    Resultaat: concrete aangrijpingspunten om binnen de maatregel het gedrag te veranderen, gebaseerd op kennis over mensen en gedrag. 

    Stap 4. Weerstanden 
    Breng in beeld waarom mensen het toch niet zouden willen. Of:: het misschien wel willen, maar uiteindelijk toch niet doen. Maak een zo uitputtend mogelijke lijst met argumenten waarom men de gedragsverandering niet wil (proberen). Bekijk of je deze argumenten/redenen kunt te weerleggen, verminderen of opvangen. Maak daarbij een inschatting van het type weerstand: opstandigheid, scepsis of inertie. Deze verschillende typen vragen namelijk ook om een verschillende aanpak. Maak een eerste opzet van de strategie om met deze weerstanden om te gaan (niet negeren of stomweg tegenspreken, maar effectief elimineren). In stap 9 komt dit terug. >> Zie ook Barrières wegnemen.

    Stap 5. Feedback 
    Een van de krachtigste instrumenten om gedrag te veranderen en mensen te laten volharden in nieuw gedrag, is het geven van feedback. Niemand houdt bijvoorbeeld ‘lijnen’ vol, als de weegschaal niet regelmatig positieve feedback geeft. Dat geldt ook voor mobiliteitsgedrag. Daarom is het een gemiste kans als je dit instrument niet inzet.


    Beschrijf de mogelijkheden om deelnemers (het liefst zo persoonlijk mogelijke) feedback te geven over de positieve effecten van hun gedragsverandering. 
     

    Onderdeel 2: uitwerken van de aanpak 

    Hier gaat het erom de aanpak van de voorgenomen maatregel uit te werken op basis van kennis over menselijk gedrag. Dit gebeurt aan de hand van drie mentale basisbehoeften van mensen: autonomie, competentie en verbondenheid. 

    Stap 6. Autonomie 
    In hoeverre kun je de mensen uit stap 2 zo veel mogelijk het gevoel geven dat ze zelf kunnen kiezen? Dit is namelijk één van de drie basisbehoeften van de mens. Hierbij aansluiten betekent een grotere slaagkans. Werk dit gedetailleerd uit.

    Resultaat: een forse verbeteringsslag in de aanvankelijke opzet van de maatregel. 


    Stap 7. Competentie 
    Wat hebben mensen concreet nodig om hun gedrag te kunnen veranderen? Dit sluit aan op de tweede basisbehoefte: competentie. 


    Bepaal de voorwaarden voor een mogelijke gedragsverandering. Bijvoorbeeld een persoonlijk reisadvies, eventueel mogelijkheden om iets later te kunnen/mogen komen op het werk, wat te doen bij stremmingen of noodweer, etc. Zo ontstaat een spectrum van randvoorwaarden zonder welke een maatregel nooit zal slagen. Aan het opstellen van dit spectrum wordt bij veel maatregelen onvoldoende aandacht besteed. 

    Resultaat: deze stap voorkomt dat sommige valkuilen pas na het invoeren van de maatregel zichtbaar worden. 


    Stap 8. Verbondenheid 
    Staan alle betrokken partijen op goede voet met elkaar? Is er vertrouwen en een intentie tot samenwerken? Dit is de derde basisbehoefte: vertrouwen en verbondenheid. Kijk scherp naar de relatie tussen organiserende/initiërende partijen en de mensen die uiteindelijk hun gedrag moeten gaan veranderen (werknemers). Het gaat hier om het raamwerk van ‘communicatie 2.0.’ Wie brengt de boodschap op welke manier? Wat zijn de rollen van vervoersautoriteiten, organisaties en bedrijven? Aan welke voorwaarden moet de communicatie voldoen om de gedragsverandering in gang te kunnen zetten? 


    Resultaat: zicht op de zwakke en sterke punten in de onderlinge verhoudingen en daarmee in de verbeterpunten. 
     
    Stap 9. Bouwstenen die passen 
    Binnen veel programma’s en processen heerst nog steeds de overtuiging dat mensen in beweging te krijgen zijn met ‘een handvol M&M’s’. Met andere woorden, belonen en straffen is hét middel om gedrag te veranderen. Telkens weer blijkt dat dit maar beperkt werkt. Menselijk gedrag wordt daarentegen bepaald door een aantal universeel geldende principes. Psycholoog Gerard Tertoolen heeft twaalf van deze principes omgezet in een lijst van beïnvloedingsstrategieën (oa op basis van de prinicpes van Cialdini). Deze principes zijn de ‘legostenen’ van deze aanpak. Met Lego kun je immers ‘alles maken’, zo luidt de bekende reclameslogan. Stel in een creatieve deelsessie vast welke principes het rendement van de maatregel kunnen verhogen. Dit vereist enig voorwerk. >> Zie ook praktijkvoorbeelden van gedragsbeïnvloeding met Cialdini
     

    Tot slot

    Wanneer je de 9 stappen hebt doorlopen, heb je de voorgenomen maatregel aangescherpt op basis van kennis uit de gedragswetenschappen. Dat geeft een betere onderbouwing van je maatregel en een grotere slagingskans:  
    • belemmeringen voor gedragsverandering zijn weggenomen;
    • maatregelen zijn toegespitst op de kenmerken van de doelgroep;
    • de maatregelen gebruik maken van menselijke principes die aansporen tot gedragsverandering. 

    Mobiliteitsmaatregelen in de ‘gedragskundige snelkookpan.’ 

    Aanpak

    Het doorlopen van het stappenplan vergt één (intensief) dagdeel. Een gedragspsycholoog doorloopt de stappen samen met de projectleider en direct betrokkenen. De gedragspsycholoog verricht voorwerk om de stappen (met name stap 9) effectief te kunnen doorlopen.


    Gerard Tertoolen werkt bij XTNT als verkeerspsycholoog.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW