Sociobiliteit (of: hoe ik mijn liefje versierde) 10 apr 2013

    door Hans Stevens

    Wie de kranten gelooft, zou zeggen dat het zware tijden zijn voor de klassieke verkeerskundige. Ongevallen gebeuren er haast niet meer en de files verdwijnen als sneeuw voor de zon. Vooral de crisis en het aanleggen van meer asfalt zijn volgens de kranten panacees voor de mobiliteitsproblematiek. Voor wat betreft verkeersveiligheid is de verkeerskundige dus nagenoeg klaar, voor wat betreft mobiliteit maakt hij plaats voor de economische crisis en de asfaltmachine.


    Nuancering van het bovenstaande is vanzelfsprekend op zijn plaats. De zorg voor bereikbaarheid van maatschappelijk en/of economisch belangrijke gebieden blijft immers te allen tijde een opgave. Elke stad, regio of land is gebaat bij een gunstig vestigingsklimaat voor bedrijven, bewoners en socio-economische trekpleisters. Daar zal de 'breed georiënteerde verkeerskundige’ altijd een belangrijke rol in blijven vervullen. Vaak wel in langetermijnperspectieven als strategische agenda’s, macro-economische verkenningen, meerjarenbeleidsplannen. Scenario’s van 10 procent groei per jaar zijn daarin wellicht losgelaten, maar er blijft een belangrijke opgave als het gaat om beheersing, robuustheid en ruimtelijke kwaliteit.

    Voor de wat langere termijn zit het met de uitdagingen voor de verkeerskundige dus wel snor. Er zullen nóg minder ongevallen gaan gebeuren, en het vestigingsklimaat zal alleen maar verbeteren door de slimme agenda’s van de toekomst. Toch kunnen en moeten verbeteringen ook nu al worden bedacht en doorgevoerd. Het is te kort door de bocht dat de crisis het wel oplost. Sterker nog, creatief handelen nu kan op de wat langere termijn juist leiden tot wat vaak ‘sterker uit de crisis komen’ wordt genoemd. Zowel vestigingsklimaat, verkeersveiligheid áls de publieke portefeuille zijn erbij gebaat dat de auto in economisch moeilijke tijden (spitsuren!) bedachtzamer wordt ingezet.

    Om dit voor elkaar te krijgen is het allereerst noodzakelijk, als afgezien wordt van sturend mobiliteitsbeleid (prijsbeleid, spitspermits, selectieve toekenning van wegcapaciteit), de spitsrijder te verleiden tot ander gedrag. Of dat altijd slimmer gedrag is mag betwijfeld worden, maar dat terzijde. Iedereen die wel eens verliefd is geweest zal erkennen dat het verleiden van een beoogd partner een complexe opgave is. Het is spannend, je krijgt er pijn van in je buik, je wordt er nerveus van, je zegt onhandige dingen, je bent radeloos op zoek naar dát moment waarop je je beslissende zet doet. Om er dan in unieke gevallen achter te komen dat het klikt (yesss!!), maar veel vaker dat je met een kluitje het riet in wordt gestuurd (aaahhh!!). Je wil zo graag, maar het lukt je maar niet het gedrag van je beoogd partner te beïnvloeden. 

    Toch is dát de opgave waar de moderne verkeerskundige, die bezig is met de problemen van nú, zich voor gesteld ziet: het verleiden van spitsrijders om spitsmijders te worden. Dat kan alleen door degene die zijn gedrag moet gaan veranderen te zien als beoogd liefdespartner, of, okee, om het wat minder zoetgevooisd en breder te maken, dan toch op zijn minst als klant.

    Er zijn drie soorten klanten:
    1. bewoners van gebieden met veel spitsrijders;
    2. werkers in gebieden met veel spitsrijders;
    3. bezoekers van gebieden met veel spitsrijders. 

    Nu: hoe voorzien we al die klanten van producten die ze graag willen? Willen ze eigenlijk wel een product? Sterker nog: weten ze eigenlijk al wel dat ze een product zouden kunnen willen?

    Gerichte klantbenadering in gebieden is waar de moderne verkeerskundige zich mee zou moeten bezighouden. Zo’n benadering kent drie lagen:
    1. Wordt er in het betreffende gebied door één van de klantgroepen een probleem ervaren? 
    2. Welk probleem wordt er dan ervaren? 
    3. Wat zouden volgens de klantgroepen vervolgens oplossingen zijn voor het probleem? 

    Pas als alle drie de lagen herkend en verkend worden kan er in het benaderde gebied zo veel reuring ontstaan dat het product van de moderne verkeerskundige aftrek kan gaan krijgen. De klant is op een cognitieve threshold terecht gekomen, en klaar voor verandering. De beoogde liefdespartner wil zoenen! Er kunnen spitsmijdingen gehaald gaan worden! 

    Even verkennen wat er in de drie lagen moet gebeuren.

    Laag 1: Wordt er een probleem ervaren? 

    Weet ze wel dat ik besta? Heeft ze me wel eens gezien? Hoe zou het zijn om in haar armen te liggen? Zwijmel…. 

    De moderne verkeerskundige moet in gesprek met zijn klanten. Hij benadert (top-down) werkgevers die veel spitsrijders in dienst hebben. Hij gaat (bottom-up) in gesprek met groepen eindgebruikers, die bewoner in het gebied kunnen zijn, maar ook werknemer of bezoeker. Hij moet er achter zien te komen of zijn klanten zich er wel van bewust zijn dat ze zijn product willen. Hij moet zich er daarbij op voorbereiden dat een probleem dat wordt ervaren niet per se direct een verkeersprobleem is. Het kan gaan om een te smalle brug, maar net zo goed om bedrijven die willen stijgen op de CO2-prestatieladder, of kantoor-bewoners die kampen met leegstand. Het kan gaan om bewoners van achterstandswijken waar veel schooluitval is, of bedrijventerreinen die sociaal onveilig zijn en waar elk weekend illegale straatraces worden gehouden. De moderne verkeerskundige staat in laag 1 open voor elk probleem. Hij wil zijn klant tegemoet komen en geeft hem een kans zijn probleem naar voren te brengen. Inzet van interactieve fora en social media zijn hierbij cruciaal.

    Laag 2: Welk probleem wordt er ervaren? 

    Okee, ze weet wie ik ben! Het was een leuk gesprek dat we hadden! Of had ik niet moet zeggen dat ik viel op haar blonde haren? Misschien was het wel geblondeerd… O jee… 

    Als in laag 1 een gedeelde urgentie is ontstaan om een geconstateerd probleem op te lossen moet in laag 2 het probleem ontleed worden. Het moet worden smart gemaakt, het moet herkenbaar gemaakt worden, en hanteerbaar. Er moet een concrete en overzichtelijke probleemstelling komen. Het is zaak het geconstateerde probleem het probleem te laten, maar het wel te formuleren in termen van mobiliteit. De probleemstelling moet worden voorgelegd aan alle betrokkenen in laag 1, die zich een groep beginnen te voelen. Er is sprake van een community in de dop.

    Laag 3: Welke oplossingen? 

    Yay! Ze was dus echt blond!! En we hebben gezoend in de bioscoop bij de film Amour! Hopelijk gaan we ooit trouwen!! Yay!! Ik ben verliefd! En zij ook! 

    De community krijgt concrete vormen. De moderne verkeerskundige genereert samen met zijn klanten oplossingen voor de ervaren problematiek. Hij verstaat de kunst om andersoortige problemen dan verkeersproblemen op oplossingsniveau, en juist op het niveau van de regio, om te zetten naar maatregelen met spin-off op het gebied van mobiliteit. Er ontstaat actiebereidheid binnen de community. Men kan niet wachten!




    In een figuur:

     
    De figuur laat met de groene en rode pijl zien dat in het ronde gebied zo veel reuring is ontstaan (gele ster) dat veranderend gedrag (lees: spitsmijdingen) mogelijk wordt.

    De blauwe pijlen met het woord ‘marktwerking’ gaan over de manier waarop. De overheid kan blijvende gedragsverandering immers maar met mate (bijvoorbeeld door middel van subsidies) beïnvloeden. Toekomstvaster is het dat marktpartijen in staat gesteld worden om diverse dienstverleningen uit te rollen over het betreffende gebied. Hierbij is business-to-business zakendoen het uiteindelijke streven: dienstverleners zoeken en vinden klandizie bij bedrijven en eindgebruikers. Er wordt daarbij handig gebruik gemaakt van de wetenschap dat in de private sector in de reiskostensfeer meer financiële middelen omgaan dan in de publiek sector (bron: Montefeltro, 2008). Vaste vergoedingspatronen kunnen worden omgebogen, waardoor nieuwe marktkansen ontstaan, gebruik makend van een alternatieve verstrekking van reiskostenvergoedingen. Deze marktwerking staat wel in de kinderschoenen. Er is een neutrale intermediair nodig die op regionaal niveau partijen bijeen brengt, risico’s wegneemt, opstartsubsidies verzorgt, fiscaliteitsaspecten oplost, overheidsinstanties op één lijn krijgt bij eventuele vergunningverleningen etc.

    De moderne verkeerskundige, die inmiddels sociobiliteitsadviseur is geworden vindt hier zijn nieuwe voorland! 
     
    Hans Stevens is programmamanager bij De Verkeersonderneming.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW