Gedrag begrijpen

Veel van ons gedrag kopiëren we van anderen. Terwijl niemand meer weet waarom. Het volgende filmpje beschrijft een leuk experiment (waarvan overigens nooit is aangetoond dat het daadwerkelijk is uitgevoerd).



Wij zijn niet veel anders dan de apen uit het experiment. We zijn ons vaak niet meer bewust waarom we op een bepaalde manier reizen. We kopiëren gedrag van anderen.

Om gedrag te veranderen moet je begrijpen op welke manier het tot stand komt. Als je de volgende gedragingen weet te onderscheiden heb je veel informatie voor een aanpak. Maar besef wel: er zijn nog veel meer oorzaken van gedrag.

De 5-95 regel

Jij denkt waarschijnlijk dat je rationeel bent in de keuzes die je maakt. Er komt steeds meer bewijs dat de meeste van onze keuzes onbewust tot stand komen. Er wordt gesproken over percentages als 5% bewuste en 95% onbewuste keuzes . Ben Tiggelaar heeft dat omschreven. Prof. Ab Dijksterhuis schreef er zeer toegankelijk over in Het Slimme Onbewuste.  Maar eigenlijk heb je het zelf al ervaren toen in 2006 het nieuwe zorgkostenstelsel werd ingevoerd. Vergelijk jij ieder jaar alle zorgverzekeringen met elkaar? Zie ook de WRR-publicatie over hoe mensen keuzes maken. Burgers blijven het liefst bij de huidige verzekering, volgen de keuze van familie en vrienden of volgen hun ‘gevoel’. 

Speelt gewoonte een rol?

Je moet herkennen of gedrag beredeneerd is of uit gewoonte wordt uitgevoerd. Bij beredeneerd gedrag weeg je verschillende opties tegen elkaar af. Bij gewoonte denk je niet na over je gedrag maar voer je het gewoon uit. Gewoontegedrag heeft het voordeel dat het geen tijd kost. Iedere dag weer overwegen hoe je naar je werk gaat reizen is vervelend. Nadeel van gewoontegedrag is dat mensen geen informatie meer opzoeken, en het dus niet door hebben dat er nieuwe alternatieven beschikbaar zijn. De elektrische fiets maakt fietsen over een afstand van 7 kilometer aantrekkelijker dan het 10 jaar terug was toen je voor een keuze stond hoe je naar je nieuwe werk ging reizen. Wellicht had je toen voor de e-bike gekozen als deze al beschikbaar was.

Attitude

Of we voor een alternatief kiezen wordt sterk beïnvloedt door onze mening over dat alternatief. Psychologen noemen zo’n positief of negatief oordeel een attitude. Attitudes worden beïnvloed door beredeneerd gedrag en door een affectieve gevoelscomponent.

Het reizen met fiets, auto of OV, het al dan niet stoppen voor roodlicht in een specifieke situatie, het stallen van je fiets op je vaste plek in het centrum en vele andere gedragingen worden voor een groot deel gebaseerd op een positieve attitude ten opzichte van dit gedrag.
 
Attitudes kun je meten. Je kunt er dus achter komen hoe mensen staan tegenover het gewenste gedrag. En als de attitude negatief is moet je dus een maatregel bedenken waardoor de attitude positief verandert. 

Sociale normen

Ook al willen we het niet toegeven, we hebben de neiging om hetzelfde te doen als de mensen in onze omgeving. Vooral als deze mensen belangrijk zijn voor ons. Dat heeft ermee te maken dat we graag goedkeuring willen van mensen waar we om geven. En we nemen aan de mensen in onze directe omgeving de juiste beslissingen nemen. Mensen reizen vaker met het openbaar vervoer als zij denken dat (voor hen) belangrijke anderen dat van hen verwachten
 
Verder zijn we geneigd het gedrag te vertonen dat de meeste mensen vertonen, of het nu het gewenste gedrag is of niet. Je hebt twee soorten normen, de injunctieve norm is wat hoort in een situatie (wachten voor rood voetgangerslicht), de descriptieve norm is wat de meeste mensen doen (door rood voetgangerslicht lopen). Het is een soort sneeuwbaleffect: als normen overschreden worden gaan langzamerhand steeds meer mensen de normen overschrijden. 

Ter overdenking

Op de snelweg rijden honderden automobilisten die zich aan de snelheid houden. Je ziet alleen een paar auto’s voor je en een paar achter je. Er rijden maar een paar auto’s te hard. Die halen je in. Als je telt zie je meer auto’s die je inhalen dan auto’s die zich aan de snelheid houden. Daardoor ben je minder geneigd je aan de snelheid te houden. 

Zelfeffectiviteit

Zelfeffectiviteit is het vertrouwen dat jij hebt dat je bepaald gedrag kunt uitvoeren. Het kiezen om met de bus te reizen is makkelijker als je snapt hoe de OV-chipcard werkt en het systeem van het ov kent (waar vind ik vertrektijden, waar moet ik overstappen, hoe kom ik bij bestemming?). 

De theorie van beredeneerd gedrag

Attitude, sociale normen en zelf effectiviteit zijn de ingrediënten van de theorie van gepland gedrag. Ze voorspellen de intentie die iemand heeft om bepaald gedrag uit te voeren. Heel veel verder durven psychologen niet te gaan. Dat iemand een intentie heeft betekent nog niet dat hij of zij het gedrag daadwerkelijk gaat uitvoeren. Met slimme maatregelen krijg je iemand van intentie naar gedrag. Meer informatie vind je op de website van de bedenker Icek Ajzen.
 
Meer informatie:

© Copyright 2014 CROW