MN Den Haag overwint weerstand tegen minder parkeerplekken

In 2012 verhuist het bedrijf MN van een autolocatie met voldoende parkeerruimte naar het Beatrixkwartier in Den Haag. De nieuwe locatie ligt vlakbij het centraal station en RandstadRail stopt voor de deur. Op 900 medewerkers zijn er slechts 170 parkeerplekken en de nabijgelegen A12 staat regelmatig vast. Bij MN, een bedrijf dat zich bezig houdt met de uitvoering van pensioenregelingen en vermogensbeheer, is sprake van een sterke autocultuur. Vanwege de verhuizing is een nieuw mobiliteitsbeleid nodig en het is zaak om het personeel daarin mee te krijgen.

Keuzevrijheid versus parkeerbeleid?
MN wil een aantrekkelijke werkgever zijn en wil rekening houden met haar CO2-footprint. Keuzevrijheid is daarom een belangrijk uitgangspunt. Die keuzevrijheid staat wel haaks op de wens van het personeel om met de auto naar het werk te komen. De verhuizing naar de nieuwe locatie betekent eveneens de invoering van Het Nieuwe Werken.
 
Het is de bedoeling dat medewerkers met het openbaar vervoer of op de (elektrische) fiets naar het werk komen of thuiswerken. Meer dan de helft van het personeel woont binnen 15 kilometer van de nieuwe locatie.
 
Weerstanden overwinnen bij het management
Het management vindt het belangrijk dat MN verhuist naar een toplocatie. De consequentie is wel dat daar minder parkeerplaatsen zijn. Dat betekent dat er een vervelende boodschap aan het personeel moet worden gebracht. Voor een deel van de werknemers is de auto namelijk een statusobject, dat past bij hun functie.
 
Tijdens de start van het proces kijkt het management nog vooral naar praktische bezwaren en operationele processen. Door steeds terug te gaan naar de visie, verdwijnen oplossingen als het bijhuren van extra parkeerruimte van tafel: als je de CO2-footprint serieus wilt nemen, is zoiets geen optie. Wanneer de Raad van Bestuur de nodige rugdekking geeft aan het management, durft het management een moeilijke beslissing te nemen.
 
Weerstanden wegnemen bij het personeel
Veranderingen roepen altijd weerstand op, zeker als er sprake is van zure ‘maatregelen’. Ook bij het personeel is er dus de nodige weerstand te verwachten.
 
Aanpak
MN werkt een zorgvuldige aanpak uit, om de weerstanden weg te nemen en om medewerkers te ondersteunen in hun veranderingsproces. Hier wordt een jaar de tijd voor genomen. Bouwstenen zijn:
  • MN benoemt de weerstanden. Dat neemt al veel tegenstand weg. Ook wordt duidelijk gemaakt waaróm de keuze is gemaakt. Een goede reden voor de gemaakte keuze helpt om deze keuze te begrijpen en dit kan bijdragen aan de acceptatie ervan.
  • Een helpdesk, uitgevoerd door Vipre, verstrekt persoonlijke reisadviezen. Daarnaast kunnen mensen zowel mondeling als digitaal hun vragen kwijt. Ze kunnen ook hun gevoelens en bezwaren kwijt en er wordt oprecht geluisterd. Dat versterkt de betrokkenheid. De duidelijke communicatie en de transparantie leiden ertoe dat medewerkers weten waar ze aan toe zijn. Dat voorkomt onrust.
  • Voordat de nieuwe locatie in gebruik wordt genomen, mogen medewerkers ervaren hoe het is om er naartoe te reizen. Enkele verhalen worden gepubliceerd in een online magazine. Dit levert echte verhalen op (en niet alleen maar mooiweerverhalen). Bijvoorbeeld dat de tram best prettig en snel is, maar ook wel erg vol.
  • Hoewel er een keuze minder te maken valt (met de auto naar het werk reizen) worden er veel andere opties  geboden. Medewerkers kunnen zelf kiezen en behouden dus autonomie. Zo kunnen leaserijders zelf kiezen of ze hun leaseauto houden of dat ze kiezen voor een persoonlijk mobiliteitsbudget.
  • Tegenover het inleveren van de parkeerplaats staat iets positiefs. De invoering van Het Nieuwe Werken levert een werkplek op met veel meer flexibiliteit en keuzevrijheid.
  • De combinatie met het verhuismoment betekent dat gewoontes sowieso worden doorbroken.
 
Inhoud mobiliteitsbeleid
Het mobiliteitsbeleid zelf ziet er als volgt uit:
  • Alleen reizen met openbaar vervoer wordt volledig vergoed. Zo versterkt de reiskostenregeling het gewenste gedrag.
  • Wie een fiets aanschaft om naar het werk te komen, krijgt een aanschafpremie van € 250. Ook is een renteloze lening mogelijk om een (e)-fiets of e-scooter aan te schaffen. Voorwaarde is dat medewerkers minstens de helft van de dagen met de fiets komen. Ook is korting mogelijk van 15% op de aanschaf bij de plaatselijke fietsenhandel én een gratis fietsverzekering.
  • Leaserijders krijgen standaard een NS-businesscard 1e klas. Ze kunnen hun leaseauto inruilen voor een persoonlijk mobiliteitsbudget <link naar factsheet> ter waarde van 100% van het leasebedrag.
  • Leaserijders hebben niet automatisch recht op een parkeerplek. Wel kunnen ze gebruik maken van P+R locaties. Het natransport wordt dan vergoed.
  • Medewerkers mogen maximaal 40% van hun tijd thuiswerken. Naarmate mensen meer thuiswerken, ontvangen ze een hogere thuiswerkvergoeding.
 
Resultaten
  • Het percentage medewerkers dat de auto als hoofdvervoermiddel gebruikt, daalt van 65% naar 25%.
  • 42 van de 110 leaserijders levert de leaseauto in.
  • In 2011 en 2012 maken 85 medewerkers gebruik van de aanschafkorting op een fiets; 59 maken gebruik van de renteloze lening.
  • De medewerkerstevredenheid blijft stabiel tijdens de verhuisperiode.
 
Lessen
Het verhuismoment is gebruikt om medewerkers ‘los te weken’ uit hun gewoontegedrag. Vervolgens zijn de medewerkers betrokken in een zorgvuldig proces van communicatie, interactie en gewenning. Het mobiliteitsbeleid biedt veel keuzevrijheid, waarbij de gewenste keuzes aantrekkelijk zijn gemaakt. De reiskostenregeling draagt eraan bij dat medewerkers deze keuze vasthouden. Dit veranderproces kost tijd. Die tijd is nodig om weerstanden bij management en personeel te voorkomen en weg te nemen.
 
De bezwaren  blijken het sterkst bij hoger opgeleide stafmedewerkers en vermogensbeheerders. Zij zien autogebruik en parkeren als een arbeidsvoorwaarde. Medewerkers in de meer uitvoerende functies worden aanvankelijk boos, maar accepteren de situatie sneller en gaan samen oplossingen regelen en alternatieven zoeken.
 
Verbeterpunten
De regeling voor het toewijzen van parkeerplekken blijkt te complex. Zo wordt onder meer gekeken naar de verhouding tussen de reistijd met auto en openbaar vervoer. In de praktijk is dat onwerkbaar. Door de aanleg van een spitsstrook kan bijvoorbeeld iemand zijn parkeerrecht kwijtraken. Er is inmiddels gekozen voor een eenvoudiger toewijzingssysteem.
 
 
Bron:
Grip op gedrag 
 
 
 

© Copyright 2014 CROW