Terugblik themabijeenkomst Mobiliteit en gedragsbeïnvloeding

De wijze waarop we ons verplaatsen wordt op vele manieren beïnvloed door de dingen om ons heen. Ook hebben die dingen invloed op de manier waarop we de omgeving waarin we ons bevinden beleven. Dit en andere zaken over gedragsbeïnvloeding werden gepresenteerd en bediscussieerd in de vierde themabijeenkomst van Mobiliteit en omgeving.
 
  • Webcast

    Van de bijeenkomst is een live webcast uitgezonden. De webcast is opgenomen en kunt u in terugkijken.

    Terugblik

    We hadden een volle zaal: ongeveer 30 mensen waren fysiek aanwezig in Utrecht en 35 personen virtueel in de live webcast. De deelnemers werden geïnformeerd over mogelijkheden om mobiliteitsgedrag te beïnvloeden door middel van ingrepen in de ruimte op verschillende niveaus:

    • Strategisch
    • Tactisch
    • Operationeel
     

    Er is de afgelopen jaren steeds meer kennis beschikbaar gekomen over de manieren hoe je menselijk gedrag kunt beïnvloeden en onder welke condities dat het beste kan. Naast ‘zachte’ manieren zoals campagnes gelden ‘harde’ maatregelen zoals infrastructuur ook als goede middelen om mensen tot gewenst gedrag te verleiden.

    Deze middag had tot doel ingrediënten onder de aandacht te brengen voor hoe je gedragsbeïnvloeding in de openbare ruimte op verschillende niveaus kan bereiken.

    Strategisch niveau

    De middag startte met Peter Jorritsma van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM). Het KiM heeft in opdracht van het ministerie van I&M onderzoek gedaan naar de invloed van bepaalde ruimtelijke ingrepen op reisgedrag en bereikbaarheid.

    Peter gaf in een zevental vragen en de bijbehorende antwoorden de kern weer waar dit onderzoek om draaide. Het ging om zaken als de invloed van bebouwingsdichtheid, van functiemenging, de beïnvloeding van reisgedrag aan woon- of werkzijde, de timing van ov-ontsluitingen t.o.v. woningbouw, de invloed van ligging van woningen op het reisgedrag. Interessant was het gegeven dat menging ‘wonen’ en ‘werken’ in een woonwijk weinig effect heeft op afgelegde autokilometers. En dat menging van voorzieningen (wonen met winkelen en/of werk met winkelen) wel effect heeft op afgelegde autokilometers. In interactie met de zaal werd naar antwoorden gezocht en de discussie erover gevoerd. Hoewel zijn officiële antwoorden op resultaten van (wetenschappelijk) onderzoek waren gebaseerd, gaf het nog veel stof tot discussie. De belangrijkste conclusie was dat via ruimtelijke planning overheden het reisgedrag tot op zekere hoogte kunnen beïnvloeden. Maar dat is door een veelheid aan invloedfactoren verre van eenvoudig.

    Belang van context

    Miranda Thüsh (ThuisraadRO) ging een niveau lager in haar verhaal en had het onder andere over het feit dat je objecten in de openbare ruimte niet los kan zien van hun context. Je kan dezelfde inrichting in een verschillende context op een heel verschillende manier beleven: dit leidt tot het ontstaan van verschillende ‘identiteiten’ in de openbare ruimte. Het omgekeerde geldt overigens ook: verschillende inrichtingen leiden tot dezelfde beleving.

    Gevolg is wel dat je niet alles in ‘handboeken’ kan vastleggen, maar oog moet blijven houden voor het karakter van een gebied. Ze gaf als voorbeeld twee pleinen, die ieder met verschillende materialen waren ingericht (klinkers en hout tegenover beton en staal) maar toch eenzelfde sfeer uitstraalden door de context die hetzelfde was (namelijk zelfde type bebouwing en bebouwingshoogte langs de randen van het plein).

    Ze riep op tot meer kennisontwikkeling over de relatie identiteit, ruimte en het gedrag van mensen. Ook een gezamenlijke ‘taal’ of ‘verhaal’ kan helpen. Een van de aanwezigen gaf nog het voorbeeld van de Efteling. Daar start de ontwikkeling van iedere attractie met het schrijven van een ‘sprookje’. Dit verhaal wordt continu als basis gebruikt voor iedereen die zijn deel van het werk doet aan deze attractie.

    Stimulering van fietsen

    Als laatste spreker zou Friso Metz (Advier) zijn verhaal doen over concrete projecten op uitvoeringsniveau. Friso was helaas verhinderd. Wilma Slinger (CROW) heeft de inhoud van zijn presentatie zo goed mogelijk geprobeerd over te brengen.

    Kern van het verhaal was dat gedragsbeïnvloeding echt een vak is, maar dat je met basiskennis al het een en ander kan bereiken. Een meerjarige campagne om aandacht te geven aan de fiets in Enschede vormde de kapstok van de informatie. Met een paar concrete voorbeelden werd beschreven hoe je het imago van de fiets en het gebruik ervan kan verbeteren. De belangrijkste hulpbronnen zijn een herkenbaar logo als paraplu voor alle activiteiten, belonen van goed gedrag, gebruik van social media en zichtbaarheid op straat. Enschede heeft daarnaast een probleem met fietsdiefstal en fietsparkeren bij het station en ook daar werden voorbeelden van praktische projecten gegeven die effect hadden.

    Conclusies

    Drie hele verschillende verhalen met als gemene deler de bezoeker van de openbare ruimte die de ruimte zodanig moet lezen en begrijpen dat hij het gewenste gedrag gaat vertonen. Een belangrijke boodschap was nog wel om niet te snel ‘voorbeelden’ te kopiëren naar je eigen situatie. Maak altijd een analyse van het gewenste doelgedrag en de specifieke doelgroep. Voorbeeld dat hierbij werd genoemd was de schoolomgeving: maatregelen in de ene situatie (Hilversum) hoeven niet te werken in de andere (serie van plattelandsdorpen).

    Overige themabijeenkomsten uit de reeks

    30 maart 2017: Omgevingswet en mobiliteit | terugblik
    22 mei 2017: Voetganger en omgeving | terugblik
    6 juli 2017: Mobiliteit en de werkomgeving | geannuleerd
    16 november 2017: Mobiliteit en krimpgebieden/plattelandsgebieden | aanmelden
Klantenservice
ma. t/m vr. van 8.30 tot 17.00 uur
Mét CROW onzichtbaar goed geregeld
Scroll naar boven