Terugblik themabijeenkomst Gedrag: mobiliteit naar de basisschool

 
  • Zo’n 20 mensen van gemeenten en ondersteunende organisaties waren op

    26 november bij KpVV aanwezig op de vierde bijeenkomst over gedragsbeïnvloeding. Deze keer over mobiliteit naar de basisschool. Een van de aanleidingen voor deze middag was de media-aandacht naar aanleiding van het KpVV dashboard duurzame en slimme mobiliteit. Hierin staan o.a. feiten en cijfers over dit onderwerp.

    Schoolmobiliteit: feiten, cijfers en context (Friso Metz, KpVV)
    Friso Metz geeft als een korte toelichting op de feiten en cijfers in zijn presentatie en plaatst het thema schoolmobiliteit in een bredere context. Er is een groot verschil tussen objectieve en subjectieve veiligheid. In veel gevallen is de veiligheid goed, maar ouders ervaren dit anders. Daardoor gaan ze hun kinderen halen en brengen, al dan niet met de auto. Zo leren kinderen niet of laat om zelfstandig aan het verkeer deel te nemen. Dat kan een risico vormen wanneer ze naar de middelbare school gaan. Lopen en fietsen naar school heeft veel positieve effecten voor kinderen en ouders, zoals:

    • bewegen is gezond en kan overgewicht voorkomen;
    • kinderen ontdekken de wereld al lopend of fietsend;
    • het maakt kinderen socialer;
    • ze kunnen zich beter concentreren;
    • als kinderen zelfstandig naar school gaan, maakt dit de ‘ochtendspits’ thuis wat rustiger.

    In gemeentelijk verkeersbeleid staat de herinrichting van schoolomgeving en schoolroutes voorop. Uit het KpVV dashboard blijkt dat dat niet het enige punt van aandacht is. Ook moet er aandacht zijn voor het beïnvloeden van gedrag. De fysieke omgeving kan daar sterk aan bijdragen, maar vormt een deel van de oplossing.
    Aan schoolmobiliteit kun je veel zaken ophangen, zoals verkeerseducatie, duurzame mobiliteit, bewegen en gezondheid. In de regel zijn kinderen gemakkelijk te beïnvloeden. Op hun beurt beïnvloeden kinderen hun ouders. Kortom: ‘verander de wereld, begin bij de rit naar school’.
    Reacties deelnemers:

    • Bij sommige basisscholen moeten ouders hun kind ophalen tot op 8-jarige leeftijd. Dat werkt niet bevorderend voor het zelfstandig leren fietsen. Al kun je als ouder wel meefietsen.
    • Het type school kan uitmaken, maar vaak is dat niet zo. Wel wordt er bij gekleurde scholen veel meer gelopen en minder gefietst.

    VVN brengt begin 2014 een onderzoek naar schoolmobiliteit uit over motieven in het haal-brenggedrag. Robbin Lankhuijzen geeft een korte toelichting op de eerste uitkomsten onderzoek VVN.


    De praktijk: hoe beïnvloed je het gedrag van ouders rond scholen? (Ineke Spapé, SOAB)
    Ouders hebben geen probleem: ze zijn het probleem. En bij alle scholen zijn er problemen, want overal zijn ouders. Met deze boodschap valt Ineke Spapé met de deur in huis. Wil je knelpunten oplossen, dan is het nodig dat ouders hun gedrag veranderen. In haar presentatie krijgen de toehoorders diverse tips en praktische adviezen. De rode draad van de presentatie vormt de Schooldeal-aanpak van SOAB. Die bestaat uit 6 stappen:

    1. meten = weten: breng het probleem in kaart
    2. willen: partijen bijelkaar brengen en in gesprek met elkaar gaan
    3. doen: oplossingen bedenken en hier steun voor krijgen
    4. schooldeal: afspraken vastleggen en dit heugelijke feit vieren
    5. aan de slag: acties uitvoeren
    6. warmhouden: acties herhalen, structureel pakket.

    Tips:

    • De uitkomst van het proces kan zijn dat er meer parkeerplaatsen komen, die weer meer verkeer aantrekken. Onderdeel van de deal kan dan zijn, dat ouders daarna niet meer klagen over problemen met auto’s.
    • Besteed regelmatig aandacht aan schoolmobiliteit: via verkeerseducatie, tijdens de verkeersweek, in de schoolgids. Laat kinderen de ene keer boodschapper zijn; de andere keer de verkeersouders en weer een andere keer de school. Zo kom je tot een nieuwe ‘norm’. Die wordt ook duidelijk voor andere halers en brengers, zoals opa’s en oma’s.
    • In Zwijndrecht en Heerhugowaard zijn borden gemaakt die aangeven waar je het beste kunt parkeren. In Venray hebben kinderen het bord zelf gemaakt. Die kinderen sturen hun ouders. Al is er geen handhaving mogelijk, toch helpt het.
    • Soms initieert de gemeente naar aanleiding van klachten; soms de school zelf. Sommige gemeenten inventariseren alle scholen. Zo’n onderzoek hoeft helemaal niet duur te zijn. De doorlooptijd om tot een schooldeal te komen is zo’n 4 maanden.
    • In Ypenburg zeiden veel mensen dat ze naar het werk doorreden. Bij doorvragen bleek dat ze gewoon doorreden naar huis.
    • Inrichting schoolomgeving: het mooiste is autovrij. Er zijn ouders die bewust met de auto komen, dat moet ook kunnen. Faseer dit in de ruimte.
    • Een K+R is niet zaligmakend: vaak moeten ouders toch even de school in of moeten langer blijven staan bij het ophalen van hun kind. In Pesse wordt een ‘Kilalo’ (kinderlaad-en losplek) getest. Dat is een ‘mannetje’ dat gaat zeuren en klagen als mensen te lang op de K+R staan. Je kunt een K+R ook iets verder weg situeren. Ze worden ook wel gebruikt voor schoolbusjes.
    • De neiging van de gemeente is om volgend te zijn op het probleem. Het gevolg is dat er meer ouders met de auto komen. Het personeel komt ook van verder dan vroeger.
    • Zet het kind centraal: veilig, prettig, bewegen, sociaal enz. Voor schoolbesturen levert dit regelmatig een dilemma op, die moeten kiezen tussen het belang van ouders en die van de kinderen.
    • Je moet kinderen niet rücksichtslos zelfstandig in het verkeer loslaten. Er kan dan veel misgaan. Het beste kan dit stapsgewijs gebeuren: eerst veilig met de ouders samen, daarna voorzichtig zelfstandig laten gaan.

    Gedragsinzichten (m.m.v. Marc de Haan, psycholoog in ruimte en mobiliteit bij Goudappel Coffeng)
    Met Marc gingen we met de deelnemers een open gesprek aan waarbij inzichten uit de psychologie en gedragsbeïnvloeding aan bod kwamen.

    Probleemanalyse
    Als er een klacht ligt, ben je geneigd in de oplossingen te schieten. Zeker als er een mooie oplossing op de plank ligt. Vanuit de psychologie is het cruciaal om te beginnen met een probleemanalyse: hoe groot is het probleem, wat is het ‘foute’ gedrag, en wat het gewenste gedrag. Dat laatste ontbreekt vaak. Dat resulteert bijvoorbeeld in borden met als opschrift: verboden te parkeren, i.p.v. borden met ‘parkeer daar’. Het is nodig om bij klachten altijd door te vragen. Soms blijkt dat er een heel ander probleem speelt.

    Soms scoort het politiek om een maatregel te nemen. Problemen blijven vaak sudderen totdat er iets wordt gedaan. Het gaat dan dus niet echt om gedragsverandering op straat, maar om de verandering binnen organisaties. Sommige acties vergroten echter de problemen in plaats van dat er een oplossing komt.

    Leg vooraf vast dat je de resultaten gaat meten. De gemeente Gennep wilden vanuit het GVVP het autogebruik op de korte afstand aanpakken. Dit is begonnen als pilot bij een school, met een 0- en 1-meting. Via de kinderen was er een spaarsysteem. Er waren nauwelijks ouders die dit niet wilden (behalve de paar die echt niet anders konden). De les is om te kiezen voor een collectieve beloning. Hou dit lang genoeg vol, bijv. 1 dag in de week. Laat mensen vrij (keuzevrijheid) en laat ze experimenteren met een kleine verandering. Als mensen ontdekken dat dit positieve effecten heeft, danhouden mensen het langer vol. Tijdens het experiment was het effect 30%; het blijvend effect was 20%. Ook bij projecten metde Verkeersslang was er een blijvend effect.

    Inmiddels heeft Gennep het veiligheidslabel gehaald. Nu zijn er 4 verkeersouders i.p.v. één. Dat kan helpen om het te continueren. Als er alleen een geldbeloning is (zie spitsmijden) dan valt het gedrag weg zodra de beloning wegvalt. De beloning moet helpen om aan te zetten tot een nieuwe norm. Laat mensen dan committeren aan: dit ga ik voortaan doen. Iedereen kan één aspect (concrete gedraging) oppakken. Bijv. in een haal-brengconvenant op individueel niveau. Al die deals samen helpen: dan zien ouders ineens dat er bijvoorbeeld veel meer gefietst wordt. Dit verschijnsel heet sociale bewijskracht. Zo ontstaat een nieuwe norm. Dit werkt ook door op bijvoorbeeld opa’s, oma’s en die af en toe een kleinkind naar school brengen. Nieuwe ouders kijken in nieuwe situatie rond hoe anderen het doen en nemen dan ook die norm over.

    Er gaat ontzettend veel goed met betrekking tot schoolmobiliteit. Een valkuil is te kijken naar wat er mis gaat. Laat zien wat er goed gaat, en laat merken dat dit komt door het positieve gedrag van welwillende ouders. Daar waar er knelpunten zijn, kunnen kleine veranderingen veel doen. Klein is het nieuwe groot (zie het filmpje van Triodos). Bijvoorbeeld je bakfiets iets verderop neerzetten. Begin met degene die mee willen werken. Een kleine groep is zeer voorbeeldig; een kleine groep is echt onbenaderbaar. Vaak is wel bekend wie die laatste groep is. De grote groep is goed aan te spreken. De gemeente Haarlemmermeer organiseert regelmatig avonden voor verkeersouders. De avond met het thema ‘hoe spreek je andere ouders aan?’ was de best bezochte avond. Het werkt vaak beter als ouders elkaar de boodschap vertellen.

    Met commitment & consistentie vergroot je de motivatie van mensen (school deals, etc.). Laat mensen een afspraak maken met zichzelf of met iemand anders. En koppel resultaten terug (feedback). Dan is er geen beloning nodig. Een beloning kan wel helpen om gewoontegedrag te doorbreken.

    Probeer te achterhalen wat er achter een vraagstuk zit. Een kinderdagverblijf zet voor vervoer elektrische golfkarretjes in. Dat geeft wellicht een groen imago, maar ze zorgen ook voor problemen. Probeer te achterhalen waar de trots op die golfkarretjes zit. Dat kan helpen om een stap te zetten naar oplossingen. Als de golfkarretjes voor exposure moeten zorgen, dan kan dat misschien ook op een andere plek. Zoek motieven en weerstanden, en achterhaal wat je zelf wilt.

    Vasthouden van gedrag
    Scholen worden benaderd door de gemeente over een veelheid aan zaken. Als een actie voorbij is, gaat de aandacht al snel naar iets anders. Het is handig om in een afstemming met scholen en gemeente prioriteiten te stellen. En om ideeën te stapelen. Bijvoorbeeld bewegen, sport en verkeer kunnen een match opleveren. Soms is er vanuit andere thema’s een haakje naar verkeerseducatie. Het is maar net onder welke vlag je communiceert: bijv. om zelfstandige kinderen of gezondheid. Het gaat niet om de noemer, maar om het doel wat je wil bereiken. Wees voorzichtig met communicatie over verkeersveiligheid. Dat kan het gevoel bij ouders versterken dat er een probleem is, waardoor ze juist gaan halen en brengen met de auto.

    Stapelen van thema’s maakt het ook makkelijker om budget vrij te spelen. Het is dan wel nodig dat je schotten weghaalt. Om scholen te ontlasten kun je ook iets doen via de ouders zelf. Zie bijvoorbeeld de site www.Vansamennaarzelf.nl van ROVG Gelderland. Of zet juist in op sportclubs. Fietsersbond: bijv. stimuleren fietsen naar de sportvereniging in Helmond (project bike track bike). Sparen voor een collectieve beloning.

    Zuid-Limburg zet samen met de GGD, VVN, ROVL en gemeenten in op een integrale aanpak (active living). Er vindt ook wetenschappelijk onderzoek plaats met metingen en controlegroepen.

    In Doetinchem speelde het probleem dat kinderen niet meededen aan het praktisch verkeersexamen. De oorzaak bleek te liggen in een gebrek aan tijd en aan vrijwilligers. Om dit probleem op te lossen, hebben politie, gemeente en VVN samengewerkt. Er ging een brief uit met hun logo’s erop. De bredeschoolcoördinator heeft gezocht naar een oplossing. Uiteindelijk konden wijkwachten en wijkagenten inzet leveren. Er werden twee weken vastgeprikt in het lesrooster voor het praktisch verkeersexamen. Er was inzet van opa’s, oma, stagaires en zelfs buurtsupermarkten (die leverden limonade aan). Uiteindelijk deden er 700 mensen mee. Die dagen waren ontzettend leuk! De positieve energie helpt om door te gaan.

    Vervolgactiviteiten
    Schoolomgeving is en blijft een thema dat gemeentes aangaat en waar zij samen met andere partijen aan werken in hun gemeente. CROW heeft een brochure: Samen werken aan een Duurzaam Veilige Schoolomgeving die uitgebracht is in 2003. Gekeken gaat worden of deze een nieuwe update moet krijgen. Fysiek uitwisselen over dit onderwerp aan tafel blijft in ieder geval zinvol volgens de deelnemers aan deze middag.

    Contact
    Wilma Slinger, wilma.slinger@kpvv.nl
    Friso Metz, friso.metz@kpvv.nl

Klantenservice
ma. t/m vr. van 8.30 tot 17.00 uur
Praktische kennis direct toepasbaar
Scroll naar boven