CROW Academie: vanaf 10 mei weer cursussen op locatie. Meer informatie

Terugblik Inspiratiedag Duurzaam Hoogwaardig Openbaar Vervoer

Op 15 oktober 2015 vond de Inspiratiedag Duurzaam Hoogwaardig openbaar vervoer plaats. In het bomvolle zaaltje-met-een-klimaatprobleem in de Jaarbeurs in Utrecht kregen de 95 aanwezigen een al even vol programma voorgeschoteld: 9 presentaties in één middag. Gelet op de reacties bij de borrel en dwarsdoorsnede uit de evaluatieformulieren werd de middag ook daadwerkelijk als inspirerend ervaren.
 
  • Zonder enige twijfel maakte de persoonlijke bijdrage van Nico van Paridon, hoofd openbaar vervoer van de stadsregio Amsterdam, een verpletterende indruk. De zaal was muisstil toen Nico zijn presentatie hield.
    Aan de hand van een Prezi presentatie – let op: het laden van de drie filmpjes kan een paar minuten duren – maakte Nico duidelijk dat er bij continuering van de huidige wereldwijde emissie van CO2 nauwelijks meer dan 20 jaar resten vooraleer het niveau is bereikt dat algemeen wordt gezien als een kritieke grens. Gaan we over die 2 graden opwarming ten opzichte van 1990 heen, dan gaan er mechanismes optreden die de mensheid niet meer in de hand heeft. Onder het motto je ziet het pas als je het doorhebt, zien we elke paar weken wel voorbeelden van de gevolgen van klimaatverandering  in het nieuws. Of we maken het zelf mee, zoals de zomerstorm van 2015. Zelfs dagvoorzitter Reindert Augustijn had na afloop van de presentatie even geen woorden. Een van de aanwezigen: “Dit was de helderste uitleg over klimaatverandering ooit !”

    Nico framede met zijn bijdrage, zonder dat daadwerkelijk uit te spreken, een handelingsurgentie voor de ov-sector: er moet een prioriteit komen voor goede en snelle ov-verbindingen in en rond de steden. En als het kan ook graag duurzaam. Hij pleitte à la Milieu Effect Rapporttage voor een Klimaattoets bij belangrijke beslissingen.

    Europa

    Wat dat laatste betreft, het onderwerp duurzaam, speelt de UITP een belangrijke rol. Pauline Bruge van deze wereldorganisatie van het openbaar vervoer presenteerde het project Zero Emission Urban Bus System (ZeEUS). Ze legde uit welke tien proefprojecten  op dit moment lopen om de grote stap naar (CO2-)uitstootvrij busvervoer te kunnen maken. Zo’n 40 partners zijn er bij betrokken: vervoerbedrijven, opdrachtgevende overheden, de busindustrie en toeleveranciers en ook de wetenschap. Er is 22,5 miljoen euro voor uitgetrokken. De ov-bus valt niet te onderschatten. In de EU maakten reizigers er in 2012 31,7 miljard ritten mee, 56% van het totaal aantal ritten. Nog heel veel bussen in de EU-landen heeft een Euro III-motor of is nog ouder. Er is nog een wereld te winnen. “De noodzaak tot duurzamer busmaterieel wordt wel aangetoond door het feit dat 45% van de Europese busvloot Euro III of minder is”. 41,5% van de vervoerbedrijven zegt de stap naar elektrisch of semi-elektrisch (hybride) te willen maken. Doel van ZeEUS is de kansrijkheid van e-bussystemen aan te geven en opdrachtgevers handvatten te bieden voor het toepassen van e-bussen. De belangrijkste KPI’s worden geïdentificeerd. Volgens Bruge zou het handig zijn als voertuig en energie bij elkaar kunnen worden gebracht in één bedrijf (denk aan Stadwerke in Duitsland en aan het voormalie GEVU in Utrecht). In het ZeEUS Observatory worden de deelnemende steden uitgenodigd om oplossingen met elkaar te delen. De gegenereerde data zijn na afloop van het project publiek beschikbaar.

    Nederland

    In opdracht van het IPO hebben Werner Advies en Dwarsverband een visie geformuleerd hoe het regionale openbaar vervoer in 2030 of eerder volledig zero emissie kan worden”(tank-to-wheel).  Het gebruik maken van hernieuwbare stroom (well-to-tank) viel buiten de opdracht, maar uiteraard is dat idealiter te verkiezen. Remco Hoogma presenteerde deze visie. Zijn statement is duidelijk: “Het is tijd afscheid te nemen van diesel”. Een zevental duurzame mogelijkheden passeerden de revue. De inzetmogelijkheden van ‘elektrisch’ zijn soms nog beperkend. Zeker bij HOV-lijnen, waar vaak per bus veel kilometers gemaakt worden. Dan moet vooralsnog gedacht worden aan biogas-hybride (zoals in Malmö), biodiesel (zoals in Curitiba) of een trolleybus-met-batterijpakket (zoals in Zürich). De tijd van pilots is over een paar jaar voorbij. Dan is het een kwastie van opschaling. Daarbij is het zaak te kijken of er over de grenzen van overheden en concessies heen stappen gemaakt kunnen worden. Samenwerken wordt nog belangrijker dan het al is. Voor de stadsregio Amsterdam worden de mogelijkheden voor verduurzaming op dit moment uitgewerkt. Daarbij wordt gekeken naar synergiekansen elektra-infrastructuur worden geprofiteerd.

    Eén van de HOV-lijnen in de Amsterdamse regio is lijn 300/310, formerly known as Zuidtangent. Chris Verweijen van Movares onthulde dat zijn werkgever momenteel voor de stadsregio een studie doet om de Zuidtangent te elektrificeren. Het was de uitsmijter van een presentatie waarin Chris uitlegde dat bundeling, hoge frequenties, goede doorstroming èn duurzaamheid tot beter ov leiden. “Je reist pas als het voordeel om ergens anders te zijn groter is dan de moeite om er te komen”. Omdat we in Nederland niet de ruimte hebben van BRT-steden in Zuid-Amerika, is een aanpak als die in Nantes een mooi toekomstbeeld: een goed netwerk met overal bij haltes overstapmogelijkheden op de fiets voor het voor- en het natransport. Het voordeel van de bus is dat je stapsgewijs lijnen en deeltrajecten kunt aanpakken. Tegelijkertijd kun je ook de verduurzaming meenemen. Daarbij lijkt conductief opladen van e-bussen de meest kansrijke techniek.

    Regio’s

    Vijf presentaties zoomden in op de ontwikkelingen van HOV en duurzaam ov op regionale schaal:
    1. Wethouder Lot van Hooijdonk had als bestuurlijke vertegenwoordiger van de gastgemeente de middag geopend met een presentatie van de Utrechtse ontwikkelingen. Zij gaf daarbij blijk van haar achtergrond als historica. "Onze (traditionele) focus op de verkeersdeelnemer in de stad verschuift naar een focus op de inwoner van de stad. Denken en handelen vanuit de kwaliteit om daarna te bepalen welk mobiliteitsplaatje daarbij past en niet andersom! We zoeken naar ruimte om die terug te geven aan de bewoners”. In aanleg is een ‘HOV-bril’, verschillende bus- en tramlijnen met de vorm van een bril. Een en ander is onderdeel van de schaalsprong van 300.000 naar 400.000 inwoners en van de grote uitbreiding van werkgelegenheid in de Uithof. Twee buslijnen zitten al ruim boven de 20.000 instappers per dag. Verwacht wordt dat de Uithoftramlijn bij opening in 2018 48.000 reizigers per dat zal tellen, uitgroeiend tot 60.000 in 2025. Door de ruimtelijke ontwikkeling en het accent van het Rijk bij de capaciteitsvergroting van het hoofdwegennet verschuift de congestie naar de stad.  De stedelijke leefbaarheid komt onder druk. Hiervoor zijn verschillende oplossingen uitgewerkt. Het bestuurlijk overleg MIRT van 14 oktober heeft opgeleverd dat deze problematiek samen zal worden verkend. De fiets en het ov hebben beleidsmatig voorrang. Wat betreft duurzaam: bij komende vervangingen van tranches van bussen in 2019 (140 stuks) en 2023 (200 stuks) zal nadrukkelijk naar elektrische bussen worden gekeken.
    2. Jan Ploeger belichtte de aanpak in Zuid-Holland en met name de energietransitie in de mobiliteit. Er is een grote opgave om het energieverbruik te verduurzamen. Opslag, distributie en gewicht zijn daarbij belangrijke barrières. Doel is om in 15 of 20 jaar volledig duurzame ov-concessies te hebben, zonder fossiele brandstof. Een ‘roadmap’ geeft de te nemen stappen aan. Omdat veel Zuid-Hollandse ov-bussen meer dan 450 km per dag rijden is gekeken naar hybride techniek, tussentijds bijladen met hoog vermogen, rijdend bijladen en naar waterstof als energiedrager. Er rijden al ruim 50 hybride bussen rond Leiden en Dordrecht. Samen met andere steden worden pilots gehouden met waterstofbussen met onder meer als doel om als groep de prijs naar beneden te krijgen. In de concessie Hoeksche waard komen er vier, waterstof gegenereerd uit groene bron. Ook wordt onderzocht of in Dordrecht, Gorinchem en Leiden elektrische bussen met tussentijds bijladen kunnen worden ingezet.
    3. Jeske Reijs, projectleider R-net, brak een lans voor de kernwaarden van R-net, een productformule van overheden en vervoerbedrijven in de Randstad voor een samenhangend ov-net. Ov in brede zin: bus, tram, metro en regionale trein (Abellio); inmiddels 35 lijnen. De lijnen worden alle gekenmerkt door een flinke groei in het gebruik, samen zo’n 18% groei in 2014 t.o.v. 2012, de Zuidtangent zelfs nog meer. NS heeft aangegeven zijn sprinters niet naar R-nethuisstijl te willen overzetten.  De uitrol van het concept gaat gestaag verder (nu ook in Madurodam).
    4. In Almere ligt 62 kilometer vrijliggende busbaan. Het ov wikkelt zich met hoge gemiddelde snelheid af (27 km/h) en hoge frequenties. De kwaliteit is daarmee uitstekend. Er moeten echter belangrijke keuzes worden gemaakt, zo vertelde Paul Eradus van de gemeente Almere. In de volgende concessie moet door bezuinigingen rekening worden gehouden met 25 tot 35% minder vervoeraanbod. Almere heeft bijna 200.000 inwoners en heeft nog een grote bouwopdracht. Gekozen is voor een vlucht vooruit: kijken of je met slimmere lijnen toch een nog beter product kunt bieden voor de periode 2018-2027: een echt Bus Rapid Transit-systeem, een metrobus als stadsdienst. De kwaliteitseisen zijn met bewoners en stakeholders opegesteld. Vergroening is daarvan een van de elementen. Een heroriëntatie van het lijnennet is een andere, bijvoobeeld in plaats van 2 lijnen van 8 x per uur voortaan 1 lijn van 14 x per uur. Dat betekent wel vaker overstappen, maar dat kan geoptimaliseerd worden.
    5. Last but not least gaf Jorne Bonte een overview van de succesfactoren van de Qlink en de Qliners in Groningen en Drenthe. Ook hier gaat het om ov met een kenmerkende uitstraling en kwaliteit. Betrouwbaar, snel, herkenbaar en goed ingepast in de ruimte zijn succesfactoren geweest. Tssen 2009 en 2015 zijn de frequenties flink verhoogd. Een nieuwe frequentieverhoging is aanstaande. Het aantal reizigerskilometers is sinds 2013 flink toegenomen, zoals op de lijnen van Groningen stad naar Emmen en naar Assen. Het gaat om 20 tot 30%. Alleen de lijnen naar Zernike blijven wat achter. Ook interessant is de kostendekking: de Qliners zijn kostendekkend, de Qlinks zitten op 60% (20 cent subsidie per km) en de gewone streeklijnen op 40% (35 cent per kilometer).



    CROW-KpVV en Movares kijken als organisatoren met plezier terug op deze interessante middag met veel inhoud en danken voorzitter Reindert Augustijn en de sprekers voor de inspiratie die zij op de zaal overbrachten.
Scroll naar boven