Publicatie ‘Mobiliteit ontmoet Filosofie’

Vijf filosofen laten in de publicatie ‘Mobiliteit ontmoet Filosofie’ hun gedachten de vrije loop over de betekenis van mobiliteit in onze complexe samenleving. De ‘blik van buiten’ is zo ontzettend belangrijk voor het maken van doordacht beleid, schrijft minister Stientje van Veldhoven in het voorwoord.
 
  • Mobiliteit staat niet op zichzelf. Andere beleidsterreinen, zoals wonen, energie, economie, publieke ruimte zijn mede bepalend voor de manier waarop we onze mobiliteit invullen. “Wij denken dat filosofen het begrip van mobiliteit kunnen verrijken”, schrijven de samenstellers. De publicatie is een coproductie van NMTM, CROW-KpVV, Rijkswaterstaat, Platform31, Provincie Noord-Holland en WOW.
     
    Het vakgebied is wat gesloten, constateren de deelnemende organisaties. De huidige beleidsdoelstellingen bestaan al enkele decennia: bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid. Best abstracte begrippen. Terwijl het beleid maar blijft aanlopen tegen dezelfde vraagstukken: de files worden langer, het klimaat wispelturiger en de verkeersonveiligheid groeit ook weer. Er lijkt weinig schot te zitten in de zaak.
     
    Daarom is het nu even geen tijd om aan de slag te gaan, maar tijd om te beginnen met denken. De samenstellers laten vijf filosofen aan het woord die elk een eigen richting
    verkennen. Drie van hen zijn betrokken geweest bij een eerdere publicatie: ‘Filosofen agenderen de stad’ (Platform31, december 2015).
     
    Jan-Hendrik Bakker bepleit een verbreding van het begrip mobiliteit met een ruimtelijke dimensie: laten we spreken over ‘verplaatsing’ in plaats van ‘mobiliteit’. Het gaat om meer dan de snelle weg tussen A en B. Er is altijd een waarlangs, waarheen en waarvandaan. Bakker pleit voor de herwaardering van traagheid.
     
    Daan Roovers plaatst mobiliteit in sociaal­psychologisch en politiek perspectief. Mobiliteit staat voor vrijheid en vooruitgang. Vraagstukken laten oplossen aan ‘klimaattafels’ en door commissies ziet zij als een doodlopende weg. Roovers bepleit een discussie over nieuwe idealen van mobiliteit door een groep vrijgestelde, belangeloze burgers.
     
    Henk Oosterling beschouwt mobiliteit in een ecologisch kader. Hij ziet een beweging van ego­emancipatie naar eco­emancipatie. Hij staat voor doe­denken in plaats van doem-denken. Het gaat om de individuele actie die ieder van ons kan ondernemen om ons eigen leven, dat van anderen en van de planeet te verbeteren.
     
    Coen Simon constateert dat informatietechnologie het vraagstuk van de bereikbaarheid heeft veranderd. Mensen kunnen met elkaar communiceren los van tijd en plaats. Vergen intimiteit en nabijheid niet juist afstand, in plaats van de constante digitale aanwezigheid van de ander? Het gaat niet meer om wegen of rails, maar om informatie, afstand en menselijke betrokkenheid.
     
    Naomi Jacobs, tot slot, plaatst mobiliteit in de context van het leven, de onbegrijpelijkheid en complexiteit daarvan. Het lijkt alsof mensen en emoties niet bestaan, alsof we de dood uit het dagelijks leven willen verbannen. We zouden een ‘museum voor het ongeluk’ moeten maken, mobiliteit in al zijn facetten eerlijk moeten beschouwen, om op die manier ons begrip van de wereld te vergroten.
Scroll naar boven