Ov-beschikbaarheid stabiliseert

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft op verzoek van CROW-KpVV een update gemaakt van de ov-beschikbaarheid voor het jaar 2015. Hiermee kan worden vastgesteld welk deel van de bevolking en van de werkgelegenheid ontsloten is door het stad- en streekvervoer. Niet alleen landelijk, maar ook per provincie en gemeente.
 
  • Het PBL monitort de ontsluiting via het autosnelwegennet, de spoorwegen en stedelijke rail. In aanvulling hierop zijn data gegenereerd over de ontsluiting door het stad- en streekvervoer. Voor eerdere jaren (2003, 2008 en 2013) berichtten we over deze ov-ontsluiting van inwoners en banen in V&V Bericht 154. Nu zijn ook de 2015-data beschikbaar. Hieruit valt het volgende te destilleren.

    In 2015 beschikt 7,60 procent van de Nederlandse bevolking  niet over station of een halte in de omgeving. Met ‘in de omgeving’ bedoelen we: binnen 500 meter een bushalte, binnen 1000 meter een metro- of sneltramhalte, binnen 2.000 meter een treinstation of binnen 3.000 meter een Intercitystation. Maatgevend is de frequentie overdag op werkdagen in de drukste richting. In 2013 was dit aandeel 7,62 procent. Ter vergelijking: in 2003 en 2008 was het aandeel inwoners zonder ov in de buurt respectievelijk 8,27 en 7,84 procent.

    Ov-beschikbaarheid per ov-autoriteit

    Als we inzoomen op het niveau van de veertien ov-autoriteiten zien we wat meer reliëf. De tabel hieronder weerspiegelt het aandeel ‘ov-loze’ inwoners, dus inwoners die niet binnen genoemde afstanden van een ov-opstappunt wonen.
     
    % inwoners zonder ov
    in de omgeving
    2003 2008 2013 2015
    Groningen 7,75 7,92 7,69 7,58
    Fryslân 12,27 14,96 13,47 13,24
    Drenthe 14,49 15,05 15,21 16,30
    Overijssel 12,10 11,86 11,65 11,68
    Flevoland 8,88 10,20 9,94 10,36
    Gelderland 13,78 12,24 11,74 10,54
    Utrecht 4,53 3,91 4,19 4,23
    Stadsregio Amsterdam 2,61 2,46 2,03 2,03
    Noord-Holland 4,77 4,72 4,90 4,64
    MRDH 2,03 1,91 2,32 2,22
    Zuid-Holland 5,59 5,56 5,55 5,22
    Zeeland 17,93 13,76 13,04 15,36
    Noord-Brabant 11,82 11,09 10,68 10,64
    Limburg 8,69 7,39 7,19 7,29
    NEDERLAND 8,27 7,84 7,62 7,60
     
    We zien tussen 2013 en 2015 het aandeel inwoners-zonder-ov sterk dalen in Gelderland (- 1,2 procentpunt) en verder in Friesland (-0,23), Zuid-Holland (-0,18), Noord-Holland (-0,13) en Groningen (-0,11). Niet onverwacht stijgt het aandeel ov-lozen sterk in Zeeland (+ 2,32 procentpunt) en in mindere mate in Drenthe (+1,09) en Flevoland (+0,42). De Zeeuwse daling van de ov-beschikbaarheid heeft alles te maken met de nieuwe concessie. Verschillende lijnen zijn toen komen te vervallen of vervangen door een buurtbus of de vraagafhankelijke Haltetaxi.
    Bedacht moet worden dat de ov-beschikbaarheid gemeten wordt ten opzichte van het lijnennet. In veel gebieden kunnen reizigers echter ook gebruik maken van een Regiotaxisysteem of een ander vraagafhankelijk systeem. Die bedienen daar dus ook in de ‘witte vlekken’ van het reguliere ov. Al moet daar direct aan worden toegevoegd dat het ov-deel van de Regiotaxi in enkele gebieden is geschrapt of onder druk staat.

    Beschikbaarheid trein stijgt

    Het aandeel inwoners binnen het invloedsgebied van treinstations blijft stijgen. Meer dan de helft van de inwoners woont binnen een straal van twee kilometer van een station of drie kilometer van een Intercitystation. De Stadsregio Amsterdam kent de grootste beschikbaarheid, Drenthe de kleinste. Dank zij de opening van nieuwe stations groeit de treinbeschikbaarheid tussen 2003 en 2015 flink in Groningen Gelderland, Flevoland en Utrecht.
     
    Beschikbaarheid trein voor inwoners 2003 2008 2013 2015
    Groningen 49,3 49,5 53,2 53,7
    Friesland 35,9 35,8 36,1 36,2
    Drenthe 26,5 26,3 26,1 26,1
    Overijssel 59,1 58,7 59,3 59,4
    Flevoland 52,0 53,8 57,0 56,8
    Gelderland 50,3 53,7 55,4 55,8
    Utrecht 53,4 56,3 58,7 59,1
    Stadsregio Amsterdam 64,3 64,4 66,1 66,2
    Noord-Holland 59,2 59,8 60,9 61,1
    MRDH 51,3 51,3 51,2 51,3
    Zuid-Holland 48,7 49,1 51,3 51,4
    Zeeland 31,0 31,1 31,0 31,3
    Noord-Brabant 39,0 40,2 40,8 41,0
    Limburg 52,9 52,2 53,8 53,9
    NEDERLAND 49,7 50,6 51,9 52,1

    Ov-beschikbaarheid naar gemeente

    De ov-beschikbaarheid is maximaal (100% van de inwoners woont binnen genoemde kringen) in zeven gemeenten: Rozendaal (Gld), Gouda, Hardinxveld-Giessendam, Leiden, Maassluis, Papendrecht en Sliedrecht. Het verbaast niet dat de meeste gemeenten met meer dan 100.000 inwoners  tussen de 95 en 100% scoren. In veel gevallen hebben zij een Intercitystation binnen de gemeentegrens. Lagere waarden treffen we aan in de volgende 100.000-plus-gemeenten: Alphen a/d Rijn (93,1%), Haarlemmermeer (92,3%), Ede (91,1%), Emmen (89,6%) en Westland (80,8%).
    Net als in 2013 staat ook in 2015 de gemeente Heerde (Overijssel) onderaan. De helft van de inwoners, 52,8%, heeft geen openbaar vervoer in de buurt. Toch heeft Heerde met de snelle buslijnen 202 en 203 uitstekende busverbindingen naar Zwolle en Apeldoorn. Alleen valt toevallig juist een flink deel van de kern buiten de eerste 500 meter van de haltes. Dit voorbeeld geeft aan dat altijd ‘met beleid’ gekeken moet worden naar cijfers.

    Meer banen binnen bereik ov

    De ov-beschikbaarheid kan ook worden bezien vanuit de locatie van het aantal banen. Van de ruim 6,6 miljoen banen blijkt in 2015 11,79% geen openbaar-vervoerhalte of-station in de nabijheid te hebben. Dat is een iets lager percentage dan in de eerdere onderzoeksjaren.
     
    % banen zonder ov in de omgeving 2003 2008 2013 2015
    Groningen 5,40 8,20 7,15 8,73
    Friesland 15,94 16,49 15,81 15,46
    Drenthe 18,23 20,20 20,82 21,30
    Overijssel 14,15 15,07 15,07 15,12
    Flevoland 14,19 15,98 14,39 14,77
    Gelderland 17,31 17,42 14,27 14,88
    Prov. Utrecht 8,20 8,20 6,81 6,54
    SRA 3,33 3,93 4,10 3,90
    Noord-Holland 10,22 10,34 13,00 12,83
    MRDH 5,06 5,53 7,26 6,98
    Zuid-Holland 9,30 8,86 9,25 8,08
    Zeeland 28,21 25,59 23,40 26,93
    Noord-Brabant 20,50 20,47 19,47 18,83
    Limburg 15,96 13,43 10,98 10,80
    NEDERLAND 12,14 12,37 11,87 11,79
     
    Opvallend is dat het aandeel banen buiten de ov-cirkels in Groningen, Drenthe, Gelderland en Zeeland stijgt. Daarentegen neemt het aandeel van de banen binnen ov-bereik toe in de Randstad, in Noord-Brabant en in Limburg.

    Banen in relatie tot metro, sneltram en tram

    Een groot deel van de banen in de stadsregio’s SRA en MRDH valt binnen het debiet van tram en metro. In Utrecht is dat logischerwijs veel minder het geval. Met de Uithoflijn gaat dat veranderen.
    tram/metro 2003 2008 2013 2015
    Prov. Utrecht 12,78 12,17 8,88 8,88
    SRA 49,33 50,80 51,33 50,91
    MRDH 54,76 53,50 53,86 52,99
     
    Opvallend is na 2008 de terugval van het aandeel in Utrecht. Dit is het gevolg van de opheffing van de tijdelijke tram in Houten. Verder valt op dat de percentages banen bij tram- en metrohaltes tussen 2013 en 2015 licht zijn teruggelopen. Inzoomend op het gemeenteniveau valt te constateren dat tussen 2003 en 2015 het aantal banen binnen bereik van tram en metro sterk daalt in Utrecht stad (van 26,4 naar 16,0%; dit komt door het terugleggen van het eindpunt naar het Jaarbeursplein), Amstelveen (van 62,0, naar 51,5%), Ouder-Amstel (van 49,3 naar 33,8%), Delft (van 42,6 naar 38,0%) en Albrandswaard (van 28,1 naar 22,8%). Stijgers zijn Vlaardingen (nieuwe tram), Lansingerland Westland en Pijnacker-Nootdorp (alle drie door RandstadRail).
Klantenservice
ma. t/m vr. van 8.30 tot 17.00 uur
Praktische kennis direct toepasbaar
Scroll naar boven