Het keuzepad naar zero-emissiebusvervoer

CROW-KpVV heeft een zestal publicaties uitgebracht in het kader van de Kennisagenda Zero Emissie Busvervoer. Daaruit blijkt dat het voor ov-autoriteiten steeds interessanter wordt om over te schakelen op zero-emissiebusvervoer. Er horen wel duidelijke keuzes en eisen bij.
 
  • Met het ondertekenen van het Bestuursakkoord Zero Emissie Busvervoer hebben de Nederlandse ov-concessieverleners afgesproken dat vanaf 2025 de nieuwe ov-bussen zero emissie zijn. Vanaf 2030 geldt dat voor alle bussen.
     
    1. Hoe doe je dat?
    De implementatie van zero-emissiebussen in het Nederlandse ov is geen kwestie van kiezen voor de ene of de andere techniek. Iedere ov-autoriteit bewandelt zijn eigen pad, blijkt uit het onderzoek ‘Zero-emissiebus, hoe doe je dat?’. Bij het aanbesteden van zero-emissievervoer loopt de ov-autoriteit al snel aan tegen de maximale concessieduur van vijftien jaar. Een kortere looptijd verdraagt zich niet met de forse investeringen en langere afschrijftermijnen die horen bij met zero-emissiebussen. De eisen uit het plan van aanpak kunnen bij de start van de concessie alweer achterhaald zijn. Daarom luidt het devies: calculeer de risico’s in, of koop ze af.
    Een van de risico’s is de netaansluiting voor de laadinfrastructuur. De aanvraag en aanleg nemen doorgaans meer tijd dan de vervoerder is gegund om zich voor te bereiden op de nieuwe concessie. Met een goede planning en bemiddeling van de ov-autoriteit moet het toch lukken.
    Zero emissie leidt tot bemoeienis van allerlei partijen die iets vinden van de aanleg van de laadinfra in de openbare ruimte. Behalve de gemeentelijke afdeling verkeer zullen ook de afdelingen groen en openbare ruimte hun zegje willen doen. En omwonenden maken wellicht bezwaar tegen transformatorhuisjes en wachtende bussen.
    Lees meer over het rapport Zero-emissiebus, hoe doe je dat? 

    2. Onrendabele top
    Het exploiteren van zero-emissiebussen levert de nodige meerkosten op ten opzichte van dieselbussen. Nu zijn voor de vervanging van dieselbussen nog extra zero-emissiebussen nodig vanwege de beperkte actieradius, maar de meerkosten nemen snel af door prijsdaling en verbetering van de batterijtechnologie. Het extra materieel daalt snel in nieuwe concessies. Elektrisch materieel kan zelfs goedkoper worden dan dieselbussen als de ov-autoriteit kiest voor een lange concessietermijn of voor overdracht van materieel.
    Op lange interregionale lijnen met hogere rijsnelheden blijven de meerkosten van batterij-elektrische bussen vooralsnog te hoog. Daar liggen wel kansen voor waterstofbussen, zodra de prijzen voor voertuigen en waterstof flink zijn gedaald.
    Lees meer over de onrendabele top.
     
    3. Financiering
    Voor het financieren van zero-emissiebusvervoer kan de ov-autoriteit kiezen uit een aantal mogelijkheden: de ov-autoriteit laat de vervoerder het materieel leasen, garandeert de inzet van het materieel, ze kan een bussenlening verschaffen en een Bussen BV opzetten, deelnemen in een Special Purpose Company, of het materieel zelf kopen. De financieringsvorm moet uiteraard aansluiten bij het assetmanagement. En afstemmen met ov-autoriteiten van aangrenzende concessies kan inkoopvoordelen opleveren.
    Lees meer over de financieringsmogelijkheden.
     
    4. Assetmanagement
    Welke vormen van assetmanagement zijn het meest geschikt voor laadinfra en stallingen? Meest toegepast is de vorm waarbij laadinfra, bussen en vervoerdienst in één hand komen. Die variant leidt tot de minste disruptie en lijkt een blijvend goede oplossing. De toenemende druk op schaarse ruimte en netwerkcapaciteit maakt dat ov-autoriteiten strategische locaties zullen moeten claimen. Dat kan door die locaties aan te kopen of langetermijncontracten af te sluiten.
    Lees meer over assetmanagement voor laadinfra en stallingen.
     
    5. Overnameregeling
    Als het einde van de concessie in zich komt, zijn de zero-emissiebussen meestal nog niet afgeschreven. Een overnameregeling voor het materieel is dan een goede keuze. Omdat elke concessie en aanbesteding uniek is, bestaat er geen standaard overnameregeling. In de handreiking Overnameregeling komen tien onderwerpen aan bod die een rol spelen in overnameregelingen: vrijwillig of verplicht overnemen, garanties, onderhoud voertuigen, onderhoud laadinfra, randapparatuur, waardebepaling, onafhankelijke inspectie, schouw, eigendomsoverdracht en medewerking aan de concessieoverdracht.
    Lees meer over de publicatie Overnameregeling.
     
    6. Inkoopbundeling
    Het bundelen van inkooporders voor zero-emissiematerieel leek een goed idee bij het opstellen van de Kennisagenda Zero Emissie Busvervoer. Maar voor de ov-autoriteiten heeft het onderwerp nog geen prioriteit. De markt voor dieselbussen en batterij-elektrische bussen is al zover ontwikkeld dat inkoopbundeling geen voordeel oplevert. Dat kan anders liggen bij waterstofbussen, waar het aantal bestelde bussen per order veelal laag is. Inkoopbundeling biedt fabrikanten dan meer afzetzekerheid.
    Behalve bussen zouden ov-autoriteiten ook samen waterstof kunnen afnemen voor bussen en wellicht andere voertuigen. Daarmee daalt de prijs per kilogram waterstof.
    Lees meer over de notitie Inkoopbundeling.
     
Scroll naar boven