De website is vrijdag 24 november vanaf 22:30 tijdelijk niet beschikbaar. Voor meer informatie klik hier.

Effectieve schoolcampagnes in Geel en Mol (B)

 
  • Beschrijving

    Geel en Mol (België) waren er in 1997 als de kippen bij om een mobiliteitsconvenant af te sluiten. De stapsgewijze goedkeuring en ontwikkeling van het mobiliteitsplan zorgde voor een graduele wijziging in het denk- en handelpatroon rond mobiliteit. Overleg en communicatie werden niet langer beschouwd als een uitzondering maar werden inherent aan het mobiliteitsbeleid.

    Naast tal van andere maatregelen om het draagvlak te vergroten (verruimde gemeenteraadscommissie in Mol, populaire cd-rom-versie mobiliteitsplan,…) groeide in het kader van Europese Tapestry-project een partnership met de lokale scholengemeenschap onder de noemer ‘Samen leren in mobiliteit’. De slogan werd gebruikt als teaser in de pre-campagne, een belangrijke fase met de bedoeling om scholen te overtuigen van de positieve rol die ze kunnen spelen in het stimuleren van duurzame woon-schoolverplaatsingen.

    • ‘Samen’ verwijst naar het partnership: scholen gaan verantwoordelijkheid delen in het mobiliteitsbeleid. Scholen genereren mobiliteit. Ongeveer de helft van verplaatsingen naar school gebeurt met de auto. Men spreekt in dit verband van de ‘achterbankgeneratie’. Scholen zijn zich dan ook erg bewust van de probleemstelling: een veilige en bereikbare schoolomgeving is ook hun zorg. Vandaar dat met hen wordt bekeken hoe zij kunnen participeren aan het gemeentelijk mobiliteitsplan. Dat betekent veel meer dan instemmen met het mobiliteitsplan: ze worden gestimuleerd om ook zelf initiatief te nemen.
    • ‘Leren’ zinspeelt op de hoofdopdracht van de educatieve instellingen. Tot nu toe was de educatie ook de enige invalshoek van betrokkenheid met het thema verkeer. De nieuwe eindtermen verkeer en mobiliteit zijn evenwel een stimulans voor scholen om hun educatieve opdracht meer te laten aansluiten op de gemeentelijke realiteit. Zo kan het verkeersbeleid onderwerp zijn van ervaringsgerichte verkeers- en mobiliteitseducatie. De verkeerseducatie op school kan ook een inhoudelijke input geven aan het verkeersbeleid, bv. door actieonderzoek (bv. leerlingen of ouders onderzoeken verplaatsingswijzen van leerlingen of filmen parkeergedrag) en de opmaak van een schoolvervoerplan. Leren is ook inherent aan nieuwe processen van draagkrachtversterking; overleg, samenwerking, keuzes maken, boodschappen herhalen is geen eenmalige opdracht. Het is een proces van vallen en opstaan dat (hopelijk) uitmondt in een positieve spiraal van wederzijdse versterking van de acties van de partners.
    • ‘Mobiliteit’ legt de link naar de doelstellingen in het mobiliteitsconvenant (verkeersveiligheid verbeteren, verkeersleefbaarheid verhogen én de vervoersvraag beheersen). De vicieuze cirkel in het woon-schoolverkeer maakt een modal shift noodzakelijk in het voordeel van duurzame verplaatsingswijzen. Voor scholen is het promoten van alternatieven voor de auto een haalbare kaart omdat de meeste schoolverplaatsingen korte ritten zijn.

    De school raakt ook meer vertrouwd met het begrip ‘mobiliteit’. Niet alleen vaardigheden of verkeerswetgeving komen aan bod, ook moeten leerlingen bv. de belangrijkste gevolgen van het groeiend autogebruik kennen of moeten ze de voor- en nadelen van alternatieven kunnen vergelijken. Ook de gevaarlijke verkeersknelpunten in de ruimere schoolomgeving lokaliseren, behoort tot die nieuwe educatieve doelstellingen.

    Aanpak
    Een belangrijke voorwaarde voor een succesvolle samenwerking was het voeren van een positieve pre-campagne om de steun te verkrijgen van zoveel mogelijk scholen. Het onderlinge contact en luisteren naar de bekommernissen van de scholen zetten de deur open. Negatieve uitspraken als “we vragen al zoveel jaren om oplossingen, wie kan ons garanderen dat er nu wel iets gaat wijzigen?” werden niet botweg verworpen of genegeerd, maar kregen een positieve wending. De gemeente stelt zich kwetsbaar op en geeft toe: “Wij als overheid kunnen de problemen niet alleen oplossen. Jullie medewerking is cruciaal! Maar… wij geven wel iets in ruil”. In campagnetaal wordt dat ‘incentives’ (aanmoedigingen) genoemd. Die aanmoediging kan bestaat uit verschillende elementen:

    • De scholen krijgen een speciale uitnodiging om deel te nemen aan hoorzittingen/inspraakavonden met een populaire en visuele voorstelling van het mobiliteitsplan. Zij worden erkend als ‘bevoorrechte gesprekspartners’.
    • Natura-ondersteuning, bv. een educatief pakket verkeers- en mobiliteitseducatie als onderbouw bij de nieuwe eindtermen-aanpak.
    • Een demonstratienamiddag waarbij op lokaal niveau een vrij praktische vorming/training wordt geboden aan het onderwijzend personeel over hoe ze met het nieuwe materiaal aan de slag kunnen gaan.
    • Het engagement van de gemeente tot afsluiten van de module 10 voor scholen gelegen aan de meest precaire gewestwegen. Module 10 bepaalt dat in ruil voor de infrastructurele inbreng van gewest en gemeente de scool een schoolvervoerplan opstelt.
    • De externe begeleiding en sturing van het schoolvervoerplan. De externe begeleider is tegelijkertijd een soort facilitator die toeziet op het procesverloop, zowel naar inhoud (bv. bijsturing van inhoudelijke klemtonen na concensus) als naar de vorm (bv. het waken over open communicatie met de betrokken partners).
    • Het engagement naar morele en materiële ondersteuning en coördinatie van het verdere verloop van de eigenlijke doelgroepcampagne en de geïntegreerde acties.

    In Geel/Mol was de medewerking boven alle verwachtingen: 25 van de 40 scholen ondertekenden de participatieverklaring (zelfs 4 op 5 scholen in Geel). Enkele acties:

    • In Mol werd het voormalige educatief verkeerscentrum omgevormd tot een goed uitgerust verkeers- en mobiliteitscentrum, inclusief nieuwbouw. Het centrum is tegelijkertijd een contactpunt waar scholen met al hun vragen over verkeer en mobiliteit terecht kunnen. Om dit nieuw imago publiekelijk kenbaar te maken werd tijdens de hoogtepunten van de campagne een persconferentie, een tentoonstelling en een bezoekprogramma voor scholen gelanceerd.
    • In Geel startte de campagne met stimuli tot gebruik van de nieuw ontwikkelde fietsroutenetwerken. Een bestaande rudimentaire brochure met de aanbevolen schoolroutes werd aangepast en kreeg een nieuwe vorm. Met een tot de doelgroep gerichte slogan ‘Fiets veilig, fiets cool!’ hoopt men jongeren vanaf 10 jaar aan te zetten tot meer fietsgebruik (naar school).
    • In totaal werd er met 12 scholen gedurende een half jaar intens samengewerkt aan de opmaak van 9 schoolvervoerplannen module 10 (7 in Geel, 2 in Mol). In Geel leidde dat ondertussen tot het vastleggen van budgetten voor de herinrichting op twee locaties en zullen er in het verdere verloop van het proces regelmatig consultaties zijn met dezelfde werkgroepen van ouders, personeel en gemeente. Tegelijkertijd groeiden hieruit tal van geïntegreerde acties op individueel schoolniveau, bv. car-, fiets- en of voetpooling, periodieke informatie naar ouders, aansluitende educatie-initiatieven, autoluwe schooldagen).
    Resultaten

    De middelen waarover een campagne beschikt (onderdeel van de ‘inputs’) zullen in grote mate het effect van de campagne mee bepalen. In de cases van Geel en Mol heeft de campagne uiteindelijk ongeveer 8 euro per kind (doelgroepbereik geschat op 6000 kinderen) gekost. Er waren evenwel sterke verschillen vast te stellen tussen de twee gemeenten. Dankzij de sponsoring van bedrijven in Geel (extra partner) kon het campagnebudget gevoelig stijgen en kon er geld besteed worden aan o.a. een professioneel ontwerp, gadgets en een ruimer programma (bv. verkeersdag voor 5e-klassers). Of de campagne daarmee efficiënt is geweest, moet worden afgewegen, rekening houdende met de campagne-impact, in eerste instantie de bereikte wijziging in verplaatsingsgedrag met als referentiepunt de doelstelling van 5% minder auto.



    Op basis van de metingen bij ongeveer 500 leerlingen merkte men dat na afloop van de campagne 21% minder leerlingen met de wagen gebracht werd in vergelijking met de aanvangssituatie. Dit is natuurlijk een fragmentopname (nochtans slechter weer dan bij voormeting) en de vraag is of het rechtstreekse campagne-effect blijft nazinderen op lange termijn. Anderzijds is ook getracht te achterhalen welke factoren (nog) een rol spelen in dit veranderingsproces. Het Tapestry-model is een attitude-model, waarbij wordt uitgegaan van het feit dat de gebruiker in zijn/haar vervoerskeuze wordt beïnvloed door attitudes of sociale normering (educatie, belonen, uitdagingen, status, sociale contacten … spelen een rol).

    Voor

    Na

    Auto (incl. Carpooling)

    47,8%

    37,3%

    Fietspool

    1,2%

    4,5%

    Openbaar vervoer (bus)

    0,8%

    0,2%

    Schoolbus

    1,6%

    3,1%

    Fiets

    39,4%

    46,0%

    Te voet

    9,0%

    9,0%

    100%

    100%

    Respons

    N=487

    N=424

    Modal split voor en na de campagne.

    Meer informatie

Klantenservice
ma. t/m vr. van 8.30 tot 17.00 uur
Praktische kennis direct toepasbaar
Scroll naar boven