De wegen slibben dicht. Hoe komt CROW tot die conclusie?

De kranten stonden er vol mee: volgens CROW zou in 2021 met name de congestie in de steden sterk toegenomen zijn ten opzichte van 2015; een verdubbeling van de vertraging in de steden en dus een steeds verder dichtslibbend wegennet. Op zich was dat niet verbazingwekkend, want het stedelijk wegennet is veel meer verzadigd dan de andere wegen (ofwel: er kunnen minder auto’s bij). Maar hoe komt CROW tot die conclusie?
 
  • Hoe begon het ook alweer? Op 28 december 2016 verscheen in Trouw het artikel “Verkeer in steden dreigt vast te lopen”, waarin CROW een blik in de toekomst gaf over de toenemende verkeersdrukte in steden. Ook publiceerde CROW’er Hans Voerknecht de blog ‘Verkeersinfarct in de steden! Of is er wat aan te doen?’.
     

    CROW mobiliteitsscan

    CROW heeft gebruik gemaakt van de mobiliteitsscan, de CROW-tool die breed wordt ingezet voor het in beeld brengen van effecten van maatregelen en ontwikkelingen op de middellange termijn. Daarbij zijn twee sets basisgegevens van belang. Allereerst is Nederland ingedeeld in zones en tussen al deze zones is het aantal verplaatsingen bekend. Daarnaast is de daadwerkelijke verkeerssituatie in 2016 op grond van daadwerkelijke waarnemingen bekend (zgn. floating car data vanuit GSM-data, dus waarnemingen, waarbij gebruik is gemaakt van mobieltjes). Verder is uitgegaan van de zones die worden gebruikt in het landelijke NRM-systeem. Voor elke zone is bekend hoeveel voertuigen van en naar welke zone gaan (de zogenaamde herkomst-bestemmingsmatrix).

    Voor al deze verplaatsingen is het effect van de verwachte groei in automobiliteit (5 jaar lang 1,5% per jaar is een kleine 8 procent) gesuperponeerd. Van daaruit kan CROW berekenen wat de effecten zijn van een toename van het verkeer op de (afname van de) snelheid. Daarbij wordt gekeken naar de verhouding tussen de snelheid in de spits en de snelheid die eigenlijk op die weg kan worden gereden. Wanneer deze snelheden bijna gelijk zijn, kan die weg nog vrij gemakkelijk wat extra verkeer absorberen.  Wanneer de spitssnelheid veel lager is, betekent het dat het verkeer al (vrijwel) vaststaat en dat een beetje extra verkeer tot veel extra vertraging leidt. Dit zijn formules die uit de praktijkervaringen herleid zijn.

    Dan zijn er nog twee belangrijke correcties die gedaan zijn. Allereerst komt er natuurlijk tot 2021 nog infrastructuur bij; dat is meegenomen in de berekeningen (alleen infrastructuur waarvan echt zeker is dat die wordt aangelegd). Verder wordt ook rekening gehouden met de mogelijkheid dat mensen een andere route kiezen als hun kortste route heel veel vertraging kent.

    Belangrijk is ook dat hiermee voor Nederland als geheel een indicatie wordt afgeven, waarbij aangenomen wordt dat de ‘fout’ in de ene stad (ontbreken lokaal beleid) gecompenseerd wordt door de ‘fout’ in de andere.


    Zo’n vaart zal het toch niet lopen?

    Het is inderdaad vrij onwaarschijnlijk dat deze effecten daadwerkelijk gaan optreden, omdat ten eerste veel automobilisten eieren voor hun geld zullen kiezen en bepaalde steden die vastlopen niet meer met de auto zullen aanreizen, maar zullen kiezen voor OV, Park and Ride of P+Fiets. Kortom, zij zullen dan hun auto aan de rand van de stad parkeren en op een andere manier verder gaan, of helemaal op een andere manier gaan reizen (waarbij niet-reizen, ofwel thuis- of telewerken ook mogelijkheden zijn). Een speciale plek neemt hier natuurlijk de fiets in. Zeker in combinatie met andere vervoerswijzen. Maar ook de elektrische fiets en de speed pedelec kunnen alternatieven voor het autogebruik zijn. Gemeenten, maar ook werkgevers, kunnen deze ontwikkelingen stimuleren en hun bereikbaarheid vergroten. 
     
      2016 2021
      Voertuigverliesuren (mln) Aandeel Voertuigverliesuren (mln) Aandeel
    Stad 98,1 43% 212,0 54%
    Overige wegen 44,7 19% 64,8 16%
    Snelwegen 87,2 38% 118,2 30%
    Totaal 230,0   395,1  

    CROW ziet dus dat het aantal voertuigverliesuren met name in de stad sterk toeneemt. Daarmee wordt het aandeel in de vertraging van de stad veel groter. In het algemeen wordt als vuistregel per voertuigverliesuur een kostenpost opgenomen van €10 per voertuigverliesuur. De kosten zouden dan in totaal oplopen van €2,3 miljard per jaar in 2016 naar bijna €4 miljard per jaar in 2021.


    In welke steden staat het verkeer nu het meeste vast?

    Natuurlijk hebben de grote steden de meeste voertuigverliesuren. Maar je wilt eigenlijk weten hoeveel voertuigverliesuren er zijn in relatie tot de hoeveelheid verkeer. Een maat hiervoor is de hoeveel voertuigverliesuren per 1000 km in de avondspits. Voor 2016 ziet de Top25 er dan als volgt uit:
     
      Gemeente Voertuigverliesuren per 1000 km
    1 Leiden 8,2
    2 Rijswijk 8
    3 Amsterdam 7,8
    4 's-Gravenhage 7,6
    5 Haarlem 7,1
    6 Rotterdam 6,8
    7 Leidschendam-Voorburg 6,8
    8 Eindhoven 6,7
    9 Zwolle 6,5
    10 Arnhem 6,5
    11 Alkmaar 6,4
    12 Maastricht 6,3
    13 Utrecht 6,3
    14 Nijmegen 6,1
    15 Hilversum 6,0
    16 Westland 5,9
    17 Delft 5,9
    18 Groningen 5,8
    19 Schiedam 5,7
    20 Capelle aan den IJssel 5,6
    21 Sittard-Geleen 5,3
    22 Zoetermeer 5,2
    23 Zaanstad 5,2
    24 Amstelveen 5,1
    25 Alphen aan den Rijn 5,1


    Dit is de situatie in 2016. Uiteraard zou je ook willen weten hoe de Top 25 er in 2021 uit ziet. Daarover kunnen niet zulke betrouwbare uitspraken gedaan worden als 2016. Deze berekeningen worden met landelijke modelsystemen gedaan die minder rekening houden met kleinschalige verschillen. Wel kan CROW aangeven welke steden een duidelijk grotere toename van de vertraging kunnen verwachten dan het landelijk gemiddelde (waarbij een verdubbeling verwacht wordt):

    1.    Delft
    Delft springt er duidelijk bovenuit als stad waar een onbelemmerde toename van het autoverkeer tot een sterke toename van de vertraging zou leiden. Dat is ook voorstelbaar in een dergelijke stad met vele smalle straten, waar het huidige verkeerssysteem nog maar weinig rek heeft. Zonder maatregelen zou Delft zelfs naar de nr. 1 positie klimmen van stad met relatief de meeste vertraging.

    2.    Amsterdam
    Amsterdam stond in 2016 op 3 en heeft, net zoals Delft, nog maar weinig ruimte en veel smalle straatjes. Op de voet gevolgd door:

    3.    Utrecht
    Hetzelfde patroon als Amsterdam.

    Andere steden, waar dit vraagstuk van een sterk toenemende hoeveelheid vertraging spelen, zijn:
    •    Zwolle
    •    Amersfoort
    •    Lelystad
    •    Almere
    •    Leeuwarden
    •    Zaanstad
    •    Haarlemmermeer
    •    Tilburg

     
     
Klantenservice
ma. t/m vr. van 8.30 tot 17.00 uur
Praktische kennis direct toepasbaar
Scroll naar boven