Achtergronden: Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)

 
  • In 2012 is de Nota Mobiliteit vervangen door de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR).

    De SVIR bevat de visie van het Rijk op het gebied van mobiliteit, bereikbaarheid, ruimte, milieu en leefbaarheid. Centraal staat: meer taken naar provincies en gemeenten.

    Alle beleidsvelden
    De SVIR gaat niet alleen over infrastructuur en ruimte, maar ook over niet-infrastructurele aspecten van bereikbaarheid en geeft ook een visie op milieu en leefbaarheid. De SVIR vervangt vrijwel alle rijksnota’s op het beleidsterrein van het ministerie van IenM, zoals de Nota Ruimte, de Nota Mobiliteit en de MobiliteitsAanpak. De scope is 2040, met tot 2028 concrete maatregelen (pakketten). Primair staat een nieuwe rolverdeling. Er worden 13 nationale belangen gedefinieerd. Ook vereenvoudigt het Rijk de regels rond ruimtelijke ordening en infrastructuur. Het Rijk verwacht daarbij dat mede-overheden dit proces doorzetten op hun eigen beleidsniveaus.

    Nationale belangen
    De SVIR voorziet een groei in de mobiliteitsbehoefte tot 2030. Deze groei is het grootst in de Randstad en Brabant. Om de concurrentiekracht van Nederland te versterken, is een netwerk van hoogwaardige internationale verbindingen nodig, net als een goede nationale bereikbaarheid van onze belangrijkste economische regio’s:

    • Een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren (bv. Mainport Rotterdam, Brainport Zuidoost- Nederland, Greenports Venlo en Utrecht Science Park).

    Het Rijk geeft ook na 2020 financiële prioriteit vanuit het verlengde Infrastructuurfonds aan deze regio’s. Voor andere regio’s bekijkt het Rijk in de MIRT-overleggen of investeringen noodzakelijk en mogelijk zijn. De rijksdoelen en nationale belangen zijn in hoofdstuk 4 van het SVIR gebiedsgericht vertaald naar nationale opgaven per MIRT-regio.

    Essentiele onderelen
    Enkele in de PVVP’s en GVVP’s te verwerken ‘essentiële onderdelen’ uit de Nota Mobiliteit veranderen of verdwijnen, een deel blijft van kracht.

    Voor een compleet overzicht van de wijzigingen in de essentiële onderdelen: zie www.kpvv.nl/Essentiele-onderdelen-SVIR.

    Bereikbaarheid
    Het Rijk zet de gebruiker van mobiliteit centraal. Dat betekent dat het Rijk en mede-overheden werken aan samenhang. Het verknopen van verkeerssystemen
    vervoerwijzen neemt daarbij een belangrijke plaats in, net als het beter benutten van infrastructuur, met een volwaardige plaats voor langzaam en recreatief verkeer. Het Rijk mikt op multimodale (keten)maatregelen die het gebruik van de capaciteit optimaliseren, inclusief de fiets. Slim Werken Slim Reizen en FileMijden worden expliciet genoemd. Het aandeel van de combinatie fiets + openbaar vervoer kan oplopen tot 40 à 50 procent in stedelijke gebieden. Essentieel daarbij is actuele multimodale reisinformatie. Nationale belangen in deze paragraaf:

    • Een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rond en tussen de belangrijkste stedelijke regio’s en met het achterland.
    • Betere benutting van de capaciteit.
    • Het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen. Voor het openbaar vervoer wordt gemikt op ‘verticale’ afstemming (van internationaal tot lokaal ) en ‘horizontale’ afstemming (met andere vervoerwijzen) in een vraaggericht systeem, dus vanuit de behoefte van de reiziger.

    Bereikbaarheidsindicator
    Een belangrijk instrument in de SVIR is de bereikbaarheidsindicator. Die geeft aan wat de gemiddelde hemelsbrede snelheid is (hemelsbreed en van-deur-tot-deur) gewogen naar alle gebruikers en alle vervoerwijzen om een gebied te bereiken. De indicator geeft uniform per vervoerwijze een beeld van de bereikbaarheid en laat zien waar het oplossen van bereikbaarheidsknelpunten de meeste waarde toevoegt. Het Rijk gaat uit van een forse groei van het hoofdwegennet. Voor de Randstad wordt in 2040 2x4 rijstroken de standaard en daarbuiten (in filegevoelige gebieden) 2x3. Meer capaciteit van hoofdwegen leidt tot druk op stedelijke wegen. Dus zou het autoverkeer voor het overgrote deel niet verder dan de rand van het stedelijk gebied moeten reizen en daar met ander vervoer verder moeten gaan. Om dit te verwezenlijken is een netwerk van P+R nodig.

    Duurzame mobiliteit
    In de ambitie van het Rijk is Nederland in 2040 een bepalende speler in de transitie naar duurzame mobiliteit. Het uitgangspunt is 60 procent minder CO2 in 2050 onder verwijzing naar het Witboek Transport van de Europese Commissie (zie KpVV-bericht 100). Ook wordt verwezen naar de klimaatbrief 2050. Deze brief verkent hoe een klimaatneutrale economie voor Nederland kan uitwerken. In de SVIR gaat het Rijk vooral in op de transitie naar schone voertuigen, uitgewerkt in de duurzaamheidsagenda. Deze doet een beroep op bedrijfsleven (Green Deals) en decentrale overheden (Klimaatagenda, met als speerpunten: groen gas en elektrisch vervoer, duurzaam goederenvervoer en ketenmobiliteit).

    Afstemming ruimtelijke ordening en mobiliteit
    Het Rijk voelt zich verantwoordelijk voor goede ruimtelijke ordening, inclusief zorgvuldige besluiten. Het Rijk vindt dat overheden, burgers en bedrijven de ruimte moeten krijgen oplossingen te creëren. Dat lukt alleen als het Rijk zich niet overal mee bemoeit en verantwoordelijkheden zo dicht mogelijk bij burgers en bedrijven legt. Dat betekent ook dat veel meer taken en bevoegdheden op het gebied van ruimte en mobiliteit en gebiedsontwikkeling naar decentrale overheden verhuizen. Wat het Rijk nog wel afstemt met decentrale overheden vindt plaats in MIRT-overleggen en MIRT-gebiedsagenda’s.

    Ladder van duurzame verstedelijking
    Zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Voor een zorgvuldige benutting van de schaarse ruimte en het voorkómen van overprogrammering, heeft het Rijk de ladder van duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is vereist bij het overwegen van nieuwe ontwikkelingen. Kort samengevat:

    • Is er een regionale en intergemeentelijke behoefte waarin nog niet elders is voorzien (zowel kwantitatief als kwalitatief)?
    • Zo ja, kan de beoogde ontwikkeling niet plaatsvinden door herstructurering of transformatie binnen stedelijk gebied?
    • Kan dat niet, dan moet de nieuwe ontwikkeling passend multimodaal ontsloten zijn of worden.

    Deze ladder sluit naadloos aan op de ladder van Verdaas die in de sector verkeer bekend is. Zie ook het schema Met ladders en sprongen naar duurzame mobiliteit

    Meer informatie
    Vraag en antwoord door het Rijk

Klantenservice
ma. t/m vr. van 8.30 tot 17.00 uur
Mét CROW onzichtbaar goed geregeld
Scroll naar boven