Achtergronden Organisatie en Spelregels: Financiering openbaar vervoer

 
  • Het openbaar vervoer dat de vervoerbedrijven bieden, wordt betaald uit zes componenten:

    • subsidie
    • opbrengsten uit de OV-chipkaart
    • studentenreisrecht (voorheen SOV-kaart)
    • verkoop in het voertuig en op haltes
    • gratis of goedkoop openbaar vervoer
    • opbrengsten van ritten met NS-Business Card
    • eigen inkomsten uit commerciële activiteiten.

    Overheidsbijdrage van provincies en stadsregio’s

    De provincies en de stadsregio’s hebben in het kader van de concessieverlening – meestal na aanbesteding – afspraken gemaakt met hun vervoerders over de jaarlijkse overheidsbijdrage. Het hiermee gemoeid zijnde bedrag is afkomstig uit de brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU) die het Rijk beschikbaar stelt voor de bekostiging van uitgaven op het gebied van verkeer en vervoer. Het Rijk verdeelt deze BDU aan deze negentien overheden via een vaste verdeelsleutel. Deze gelden worden gebruikt voor infrastructuurprojecten, verkeersveiligheid, mobiliteitsmanagement en ov-exploitatie. Er zijn geen schotten in de BDU; de provincies en stadsregio’s kunnen zelf bepalen voor welke doelen en projecten zij de BDU aanwenden. Gemiddeld bestaan de inkomsten van vervoerbedrijven voor ruim 45% procent uit subsidie. De kostendekkingsgraad van het Nederlandse bus-, tram- en metrovervoer is namelijk ongeveer 55%.

    OV-chipkaart

    Op de OV-chipkaart kunnen reisproducten worden geladen. De ov-autoriteiten zijn verantwoordelijk voor het tarievenbeleid en voor de reisproducten en de tarieven daarvan. Op één uitzondering na gaat het bij de reisproducten om ‘prepaid’-reizen; de reiziger betaalt vooraf. De reiskosten worden per rit (per kilometer) afgewaardeerd, bestaat uit kortingproducten of het betreft afgekocht reisrecht voor een bepaalde periode in een bepaald gebied (abonnement).

    Studentenreisrecht

    Het Ministerie van OC&W heeft een grootgebruikerscontract afgesloten met de vervoerders ten gunste van studenten van 18 jaar en ouder. Het ministerie betaalt hiervoor 290 miljoen euro aan het lokale en regionale openbaar vervoer en 485 miljoen euro aan de NS. De vervoerders hebben onderling afgesproken hoe zij de opbrengsten uit het studentenkaartcontract verdelen. Voorheen hadden studenten een aparte studenten ov-jaarkaart, maar tegenwoordig is het een reisproduct dat zij op hun eigen chipkaart kunnen laden.

    Verkoop in het voertuig en op haltes

    Hoewel ov-reizigers verreweg het grootste deel van hun ritten betalen met reisproducten op hun OV-chipkaart, blijft het vrijwel overal mogelijk om op de bus of tram een papieren kaartje te kopen. Bij regionale treinen, de metro en openbaar vervoer over water kunnen losse kaartjes worden gekocht in de hal, op het perron cq op de steiger. GVB en RET verkopen een ‘los’ kaartje met ingebouwde wegwerpchip, elders is het een papieren kaartje zonder chip.

    Gratis of goedkoop openbaar vervoer

    Verschillende overheden, m.n. gemeenten, bieden een deel van de hun inwoners of een deel van bezoekers gratis of goedkoop openbaar vervoer aan. Doelgroepen zijn vooral mensen met een Wmo-indicatie, ouderen, forensen tijdens wegwerkzaamheden, bezoekers van culturele evenementen en (verblijfs)toeristen. De betreffende overheden betalen de vervoerbedrijven hiervoor, door tussenkomst van de concessieverlener.

    NS-Business Card

    In de loop van 2013 heeft NS met alle vervoerbedrijven afspraken gemaakt over het gebruik van de nieuwe NS-Business Card in het lokale en regionale vervoer. Deze kaart kan door werkgevers ter beschikking worden gesteld aan personeel. Het gaat om de methodiek van reizen op rekening. De reiskosten worden achteraf (‘postpaid’) berekend in de backoffice en periodiek via NS aan de werkgever gefactureerd.

    Overige inkomsten

    Vervoerbedrijven ontvangen vaak ook inkomsten uit andere commerciële diensten, zoals diensten voor private partijen, de exploitatie van de Regiotaxi, reclame op de bus, vervoermanagement, vastgoed en projectmanagement. Het grootste deel van deze inkomsten staat los van die uit openbaarvervoerdiensten. Indirect spelen ze echter wel een rol, omdat de opbrengst kan leiden tot een scherpere inschrijving bij aanbestedingen.

Klantenservice
ma. t/m vr. van 8.30 tot 17.00 uur
Scroll naar boven