ASPARi Opdrachtgeversdag 11 april 2018 groot succes - asfaltverwerking leeft! 17 apr 2018

    ASPARi Opdrachtgeversdag 11 april 2018 groot succes - asfaltverwerking leeft!​
    Op 11 april 2018 organiseerde de ASPARi organisatie (een netwerk van organisaties die met elkaar samenwerken ter versterking van de professionaliteit in Asfaltwegenbouw) en een aantal betrokken opdrachtgevers samen met Platform WOW en het Infra-Innovatie Netwerk de ASPARi Opdrachtgeversdag. Rond de 100 afgevaardigden van voornamelijk provincies, gemeenten en Rijkswaterstaat kwamen samen om geïnformeerd te worden over het ASPARi initiatief, en gezamenlijk na te denken over een goede uitvraag hiervoor (onderdeel van de Asfalt Impuls voor verdubbeling van de levensduur van asfalt en halvering van CO2 tegen gelijke of lagere kosten). ASPARi is gericht op het verbeteren van het asfaltverwerkingsproces, met als gevolg een betere en meer constante asfaltkwaliteit en langere levensduur van de weg. Door middel van allerlei sensoren en meetapparatuur kan het asfaltverwerkingsproces real-time worden gemonitord, en de verkregen data kan vervolgens worden gebruikt voor directe bijsturing en voor het verbeteren van werkprocessen achteraf. We kijken terug op een druk bezochte en zeer geslaagde dag, waarbij de meerwaarde van ASPARi door deelnemers duidelijk werd gezien (zowel voor de korte als lange termijn). Onderstaand volgt per onderdeel van het programma een korte samenvatting. Klik hier voor een pdf met alle presentaties



    André Houtepen (gemeente Rotterdam): “Ik heb nog nooit zoveel asfaltcollega’s van gemeentes bij elkaar gezien”.​

    ASPARi aan het woord
    Na een opening door Frank Bijleveld (Strukton Civiel) gaat Seirgei Miller (Universiteit Twente) in op de ontwikkeling van het ASPARi initiatief sinds de start in 2006. Hij noemt o.a. het belang van de ontwikkelde PQI methodiek waarmee de proceskwaliteit van asfaltverwerking door asfaltploegen kan worden verbeterd door gebruik te maken van verkregen data uit real-time monitoring. Het operationele gedrag van asfaltverwerkers wordt hierbij expliciet gemaakt. Van groot belang voor een goede asfaltverwerking is temperatuur homogeniteit en constante verdichting. Ook noemt hij beschikbare technologieën die ingezet kunnen worden voor de monitoring en het verkrijgen van data; o.a. thermokoppels, weerstations, laser linescanners en slimme walsen. In 2D animaties kunnen onder meer de temperatuur van het asfalt tijdens verwerken en een overzicht van walsovergangen worden getoond. Monitoring en bijsturing moet worden gezien als leerproces, niet om te straffen.

    Frank Bijleveld (Strukton Civiel) geeft toelichting op zijn uitgevoerde promotieonderzoek “Professionalising the asphalt construction process”. In zijn onderzoek is de kwaliteit van uitvoeringsstrategieën voor asfaltverwerking van 30-50 projecten in het lab onderzocht. In de praktijk bleek veel variabiliteit te zijn; asfaltverwerkingsstrategieën zijn veelal gebaseerd op eigen ervaringen en niet zozeer op bepaalde modellen of theorieën. Van belang was dat uitvoerders inzicht kregen in hun eigen werkprocessen (expliciet), om deze zo te kunnen verbeteren. Belangrijkste conclusie was dat 10-30% verschil in kwaliteit tussen uitvoeringsstrategieën bestaat. Met behulp van technologie, labproeven en door asfaltverwerkers inzicht te geven in hun eigen werkproces kan uitvoering verder worden verbeterd.



    Berwich Sluer (Boskalis) geeft aan dat in de VS lange termijn monitoring naar asfaltverhardingen heeft plaatsgevonden. Met behulp van de verkregen data kan het proces worden verbeterd. Belangrijke conclusie was dat 1% minder verdichting leidt tot een 10% kortere levensduur van asfalt. Dergelijke monitoring kan ook in Nederland worden uitgevoerd en met behulp van PIM (Pavement Information Modelling) kan het hele asfaltverwerkingsproces geordend worden vastgelegd. Onder andere de opbouw van de weg, gebruikte asfaltmengsels en PQI data (temperatuur en dichtheid) kunnen hierin voor elk punt op de weg worden vastgelegd. Met behulp van PIM kan een betrouwbare levensduurvoorspelling voor asfaltverhardingen worden gedaan, op basis hiervan kan vervolgens benodigd onderhoud worden bepaald. Planning is om PIM in 2018 in gebruik te nemen en voor iedereen beschikbaar te stellen.

    Peter van Hinthem (Heijmans/KWS) licht in zijn presentatie door KWS gebruikte methoden voor het verbeteren van het asfaltverwerkingsproces toe. Onder andere wordt gebruik gemaakt van een Thunderbuild Apex/Alis (real-time volgen vracht), Paver navigatie (temperaturen asfalt en ondergrond real-time in beeld, stopplaatsen, afwijkingen in kwaliteit) en Timble wals navigatie (real-time walsovergangen volgen). Hiermee kan tijdens het proces worden bijgestuurd, afwijkingen komen direct in beeld. Alle info wordt vervolgens netjes in rapportages weergegeven, zo ontstaat een geboortekaartje van het asfalt. Hij geeft aan dat nog veel meer data moet worden verzameld voor verdere verbeteringen van het asfaltverwerkingsproces; doel is om op basis van de data te komen tot een voorspelbaar kwaliteitsniveau van asfalt. Nu al zorgen de gebruikte methoden voor meer homogeniteit in het asfalt. Opdrachtnemers moeten niet worden afgerekend op afwijkingen, maar hiervan leren. Hij wijst erop dat voor het gebruik van deze systemen wel aanzienlijke investeringen door aannemers nodig zijn, welke tegen bedrijfsbelangen ingaan. Hoe kan hiermee worden omgegaan?

    Opdrachtgevers aan het woord
    Kees Nelissen van de gemeente Den Haag vertelt over het “Onderhoudsbestek Den Haag” waarin een uitvraag is gedaan in de richting van ASPARi. Doel was asfaltwegen die langer meegaan en daardoor op termijn minder kosten. De aanbesteding werd voor 50% op kwaliteit gedaan, en 50% op prijs. De aanbesteding had tot gevolg dat meer aandacht kwam te liggen op de uitvoeringskwaliteit maar van echte verbetering was nog geen sprake. Dit kwam onder meer doordat ASPARi nog onvoldoende bekend was bij de gemeente (opdrachtgever) en voor opdrachtnemers omdat ze niet direct reden zagen om ASPARi aan te bieden (wat winnen zij hiermee?).

    Robert Rouwenhorst (gemeente Apeldoorn) geeft aan dat de gemeente Apeldoorn sinds 2014 gebruik maakt van de ASPARi methode en ziet zeker de voordelen daarvan in. Aannemers konden korting krijgen op de EMVI als zij kozen voor ASPARi. Dit heeft onder andere geleid tot een aannemer die zelf ervoor koos de PQI methodiek in te zetten en te letten op temperatuur en walsovergangen bij de asfaltverwerking. De asfaltploeg en opdrachtgever leren van elkaar, kennen het werk beter, zijn alerter en het draaiboek van de opdrachtnemer zorgt voor handvatten bij de opdrachtgever. ASPARi zorgt niet altijd voor een betere asfaltkwaliteit, het kan ook aan het mengsel liggen. Maar aan de hand van ASPARi data kan worden vastgesteld of een slechte kwaliteit asfalt wel of niet aan de verwerking ligt. Learnings zijn om meer aandacht te besteden aan het nadenplan, de temperatuur, inzet van de shuttle buggy waar mogelijk, inzet van vrachtwagen-volgsystemen, juiste verbreding van materieel en 70/100 bitumen in AC Surf bij diverse wegen toepassen.



    Jan Voskuilen (RWS) legt uit dat Rijkswaterstaat ASPARi regelmatig inzet voor het aanlegproces van proefvakken. Geconstateerde afwijkingen worden geëvalueerd met asfaltploegen ter verbetering van de asfaltkwaliteit. Door inzet van ASPARi heeft RWS kunnen asfalteren onder het vriespunt met behoud van kwaliteit. Voordelen voor aannemers om ASPARi in te zetten zijn het kunnen bieden van een kwaliteitsverbetering van asfalt en bij lange onderhoudscontracten ondervinden ze voordelen van de langere levensduur van asfalt. Hij vindt dat aannemers die ASPARi inzetten een EMVI korting zouden moeten krijgen. Hij mist nog de asfaltlaagdikte in de ASPARi methodiek en vindt dat ASPARi nog meer real-time zou moeten zijn voor direct bijsturen.

    André Houtepen (gemeente Rotterdam) geeft eerst de geschiedenis van het asfalteren om vervolgens een vooruitblik te geven. Verkregen data over asfaltverwerking gaat hoe dan ook gebruikt worden, van belang is niet bang te zijn voor vernieuwing. WIM (Wegenbouw Informatie Model) en het eerder genoemde PIM kunnen helpen bij het ordenen van de data. Mogelijk kan in de toekomst de asfaltdikte van wegen direct in een app worden getoond. Opdrachtgevers zouden uniform moeten uitvragen, eenduidig voor opdrachtnemers (wat meten op wat voor manier?). Het is nu voor opdrachtnemers vaak moeilijk investeringen te doen omdat elke opdrachtgever anders uitvraagt.

    Praktijkdemonstratie Linescanner & Intelligente walsen



    Een asfaltploeg demonstreerde tijdens de lunch buiten op locatie toepassing van de Linescanner (VÖGELE Roadscan) en Intelligente walsen (HCQ) in real-time. Deelnemers konden het asfaltverwerkingsproces precies volgen op tablets en computerschermen met informatie over temperatuur, homogeniteit, afkoeling en walsovergangen. Dit gaf een goed beeld van hoe ASPARi in de praktijk werkt en werd zeer gewaardeerd door de aanwezigen. Hiernaast was ruimte voor een goed gesprek tussen de deelnemers, ervaringen werden uitgewisseld met elkaar.



    Werken met ASPARi data in groepjes
    Deelnemers werden verdeeld over 7 groepjes waarbij elke groep werd geleid door een ervaren ASPARi lid. De groepjes gingen actief en enthousiast aan de slag met uit echte projecten verkregen ASPARi data (o.a. over temperatuur, verdichting, walsovergangen en afkoelcurves); wat zien ze en wat kan worden gedaan met de data? De kern van de bevindingen uit de groepjes werd vervolgens besproken tijdens de einddiscussie.



    Cor Geense (Provincie Overijssel): “Mensen vanuit de praktijk zouden meer onderbouwd tegengas moeten geven aan de mensen ‘binnen’; ASPARi is daar een krachtig middel in!”

    Reinder Steenbeek (gemeente Leeuwarden): “Wij zijn nog niet bekend met ASPARi, deze bijeenkomst geeft een goed beeld van de kennis die op dit vlak beschikbaar is. Zowel bij de markt als bij collega-wegbeheerders”


    Einddiscussie & vooruitblik
    Uit de einddiscussie over de toepassing van ASPARi en hoe dit verder gebracht kan worden kwam duidelijk naar voren dat deelnemers de meerwaarde van toepassing van ASPARi inzien. Verschillende groepjes spraken hier de wens uit om de methodiek te standaardiseren (en om eenduidige en eenvoudig leesbare plaatjes te gebruiken), waarmee de inzet hiervan eenvoudiger wordt. Kennisinstituten zoals CROW en de Universiteit Twente kunnen hier mogelijk bij helpen. Naast standaardisatie is het wenselijk dat het mogelijk wordt, afhankelijk van wat een opdrachtgever of opdrachtnemer wil weten, alleen de voor hen relevante data eenvoudig te verkrijgen. Ook kleinere aannemers moeten hiervoor de mogelijkheid hebben. Een genoemd risico hierbij zijn de mogelijk hoge converteringskosten om te zorgen voor afstemming van systemen op elkaar. Verder moet goed gelet worden op de keuze voor en het lezen van bepaalde parameters, om te voorkomen dat hier verkeerde conclusies uit worden getrokken (bijvoorbeeld een lage temperatuurmeting op een bepaald punt kan een specifieke oorzaak hebben en duidt niet altijd op slechte kwaliteit). Marktpartijen kunnen worden gestimuleerd de benodigde investeringen te doen door het verkrijgen van EMVI kortingen bij inzet van ASPARi. Inzet van ASPARi moet zoals eerder door meerdere aanwezigen verwoord niet leiden tot het straffen van opdrachtnemers waarbij iets misgaat tijdens het proces, het legt een rem op de ontwikkeling als het onderdeel wordt van het contract als controleermiddel. De methodiek moet gebruikt worden om van te leren. De data- en informatieverzameling van de komende jaren kan het asfaltverwerkingsproces steeds verder verbeteren.



    Aan het eind van de discussie werd een poll gehouden waarbij deelnemers direct via internet konden stemmen over bepaalde stellingen. Hieruit kwam onder meer naar voren dat 67% van de deelnemers  zich wil verdiepen in een ASPARi uitvraag. Meer kennis bij de wegbeheerders over ASPARi is nodig en gewenst.



    Voor het vervolgproces om te komen tot verbetering van het asfaltverwerkingsproces / asfaltkwaliteit zal het Asfalt Impuls voorstel (waar ASPARi onderdeel van uitmaakt) verder worden uitgewerkt. Dit voorstel gaat voornamelijk in op het uitzetten van een goede functionele uitvraag voor asfaltaanleg. De ASPARi methodiek zelf zal tevens steeds verder worden verbeterd.

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht

© Copyright 2014 CROW