5. Openbaar Vervoer

Inleiding op het onderwerp Openbaar Vervoer

In 2017 woonde 92,1% van de Nederlandse bevolking in de omgeving van een station of een halte. Dat wil zeggen: binnen een straal van 500 meter van een bus- of tramhalte met vaste lijndienst, binnen 1.000 meter van een metro- of sneltramhalte, of maximaal 2.000 meter van een treinstation (voor Intercitystation: 3.000 meter). Dit betekent dat sprake is van een lichte daling ten opzichte van 2015, toen nog 92,4% binnen bereik van ov-stations en -haltes woonde.

Tegelijk is het wagenpark schoner geworden: inmiddels is bijna 9% van de ov-bussenvloot elektrisch. Zelfs volledig elektrische bussen of bussen op waterstof (beiden emissieloos) worden steeds meer gemeengoed. De schoonste bussen rijden in de concessie Voorne-Putten en Rozenburg rijden, gevolgd door de concessies Amstelland-Meerlanden en Arnhem Nijmegen. 

Duurzame mobiliteit draait om een evenwicht tussen bereikbaarheid en de gevolgen van mobiliteit voor milieu, klimaat en energie. Maar hoe vertalen we dit algemene evenwicht naar concrete indicatoren die ov-autoriteiten en gemeenten helpen bij hun streven naar een duurzamer collectief vervoer? In deze editie van het dashboard geven we informatie over een aantal van deze zaken. We zijn hierin niet uitputtend, maar geven voeding aan de discussie die antwoord moet geven op vragen als:
  • Wat is goede bereikbaarheid met collectief vervoer?
  • Hoeveel wordt er gebruik gemaakt van de verschillende vormen van collectief vervoer?
  • Wat is schoon collectief vervoer? Hoe brengen we de emissie het beste naar beneden?

Duurzame mobiliteit
Submenu openen

Beleid in de gemeente

Scroll naar boven