5. Auto

In de trias mobilica is verschonen één van de drie opties om tot duurzamere mobiliteit te komen. Dat 'verschonen' gebeurt als mensen in plaats van een auto op fossiele brandstoffen kiezen voor een elektrische auto. Daar zijn laadpalen voor nodig. Hier leest u hoeveel er nodig zijn, hoeveel er nu zijn en waar.

Rijden op stroom en gas wordt gezien als een belangrijke oplossing voor duurzame mobiliteit. De infrastructuur hiervoor is noodzakelijk om schone kilometers mogelijk te maken. In de Nationale Agenda Laadinfrastructuur (NAL) staat als doelstelling 1,7 miljoen laadpunten in 2030. In het klimaatakkoord wordt zelfs gesproken over 1,8 miljoen. Ook in het klimaatakkoord wordt veel nadruk gelegd op elektrische voertuigen.

Uit onderstaande grafiek blijkt dat het aantal laadpunten overal groeit, maar in landelijke gebieden minder snel dan in de steden.
 
Klik op de figuur om deze in de duurzaamheidsscore te openen en bewerken.
 
Het aantal laadpunten per 100.000 inwoners is in de Randstedelijke gemeenten aanzienlijk hoger:
 
Klik op de figuur om deze in de duurzaamheidsscore te openen en bewerken.

Nieuwe cijferreeks sinds 2019
De cijfers van de laadpunten zijn afkomstig via het Rijk (van Ecomovement). Een laadpunt is de elektrische aansluiting op een laadstation (ook wel ‘laadpaal’ genoemd). Een laadpunt kan meerdere connectoren (‘outlets’ of ‘plugs’) bevatten. Dat is om voertuigen met verschillende typen stekker te kunnen faciliteren (bron: Laden van elektrische voertuigen - Definities en toelichting, RVO, 2021”).
Bij een laadpunt kan één auto tegelijk laden en is één laadparkeervak. Vanuit het perspectief van de EV-rijder is het tellen van het aantal laadpunten daarom het meest relevant. 

Vóór juli 2019 werden het aantal het aantal connectoren op laadpalen bijgehouden. Vanaf juli 2019 worden alleen de laadpunten bijgehouden. Daarom is er sprake van een trendbreuk en worden alleen de cijfers vanaf 2019 getoond.

Trendbreuk 2020
Vanaf september 2020 worden thuislaadpunten die openstaan voor roaming en daardoor voorheen als semi-publiek geclassificeerd werden, niet meer meegeteld als semi-publiek laadpunt. Deze aanpassing leidt tot een landelijke afname van +/- 20% t.o.v. het hiervoor gepresenteerde aantal semi-publieke laadpunten:
Aantal-laadpunten-Nederland.png
Enkele definities (bron: Laden van elektrische voertuigen - Definities en toelichting, RVO, 2021”):
  • Snellaadpunt: Een laadpunt met een vermogen van 22kW of meer.
  • Publiek laadpunt: 24/7 openbaar toegankelijk, zonder barrières zoals slagbomen of poorten. Soms is wel een abonnement of authenticatie nodig om van het oplaadpunt gebruik te kunnen maken.
  • Semi-publiek laadpunt: Een laadpunt dat is opengesteld voor publiek, op een private locatie. Dit kan bijvoorbeeld bij parkeergarages, tankstations of bij retail- en horecalocaties zijn. Er kunnen beperkingen gelden, qua toegangstijden en bijvoorbeeld de vereisten om bepaalde producten/diensten af te nemen.
  • Privaat laadpunt: Een laadpunt op eigen terrein van een bedrijf of particulier. Het laadpunt is doorgaans niet toegankelijk voor derden maar het is mogelijk om het private laadpunt beschikbaar te stellen voor gebruik door derden (het laadpunt staat open voor ‘roaming’). 

Zie voor meer informatie over laadinfrastructuur het Nationaal Kenniscentrum Laadinfrastructuur.

Duurzame mobiliteit
Submenu openen

Oplaadpunten

Scroll naar boven