3. Kwaliteitswijzer beleid

Monitoring en evaluatie zijn de basis voor nieuwe beleidsdoelen of bijsturing op het huidige handelen.

Beleidsontwikkeling is een continu cyclisch proces. Inzicht in de werking van eerder vastgesteld beleid is de basis voor nieuwe beleidsdoelen of bijsturing op het handelen. Monitoring en evaluatie zijn de basis voor dat inzicht en maken het ook mogelijk om verantwoording af te leggen: maken we onze voorgenomen acties waar (de prestaties van beleid) en wat leveren die acties op in relatie tot de geformuleerde doelen (de effecten).

Voorbereiding
Belangrijk is om op voorhand te bepalen hoe u die prestaties en effecten wilt meten. Welke indicatoren zijn relevant? Hoe gaat u die indicatoren meten? Met welke frequentie gaat u monitoren? Stel uzelf ook de vraag hoe u de bevindingen gaat presenteren. Niet alle inzichten zijn voor iedereen relevant (of wenselijk). Zorg ook voor een goede nulmeting, aan de hand waarvan u de beleidseffecten kunt vergelijken.

Mijlpaal 5: Document met leerervaringen 
Een belangrijk onderdeel van een duurzaam mobiliteitsplan is een (planning voor de) beleidsevaluatie. Indicatoren gekoppeld aan SMART doelen worden vastgesteld en er wordt aangegeven wat en hoe vaak er wordt gemonitord. Hierbij wordt zowel gekeken naar de output (is het plan uitgevoerd) als naar de outcome (in hoeverre worden de beoogde doelen bereikt). In de SUMP-handleiding wordt ‘monitoring en evaluatie’ in stap 8 ingebouwd. In stap 11 wordt een document gemaakt waarin de geleerde lessen zijn opgenomen. Deze stap zorgt ervoor dat leerervaringen worden opgenomen in het uitvoeringsproces. Minstens eens in de vijf jaar wordt de uitvoering geactualiseerd.

Maak gericht gebruik van monitoring in de beleidscyclus
De waarde van monitoring wordt niet zozeer bepaald door de informatie die zij oplevert, maar door het gebruik van die informatie bij toekomstige beleidsbeslissingen. Gebruik de monitorresultaten gericht en structureel om beleid bij te sturen. Organiseer periodiek een overleg met beleidsmakers en uitvoerders over de monitorresultaten en de gewenste bijsturing van het beleid. Gebruik de resultaten ook om het bestuur en de politiek te informeren over de voortgang.

Procesmanagement
Benoem van te voren het doel van de monitoring.
  1. Wat wil ik ermee bereiken? Leren, verantwoorden, transparant maken, afrekenen, informeren, bijsturen?
  2. Is de monitoring voor intern of extern gebruik?
Instrumenten
  1. Functies van monitoring 
  2. Afhankelijkheid- en realisatietoets
VOORBEELD
Om grip te krijgen op de voortgang van haar programma Dynamisch Verkeersmanagement (DVM) voert de provincie Noord-Brabant periodiek een prestatiemonitor en een effectmonitor uit. Voor de uitvoering van beide monitors is een protocollenboek ontwikkeld, waarin is vastgelegd welke indicatoren relevant en welke databronnen en analyses geschikt zijn om de benodigde informatie te verzamelen. Daarnaast is nagedacht over de waarde van de monitors in het beleidsproces. Omdat de effecten pas na enkele jaren in beeld komen, wordt in het begin sterk gerapporteerd over de vorderingen en de keuzes voor bijsturing van het totale DVM-programma.

Ervaringen
Probeer te leren van ervaringen in het verleden.
Bij het beoordelen van de mogelijke uitwerking van oplossingsrichtingen kunnen verkeersmodellen en inschattingen een waardevolle bijdrage leveren. Even waardevol zijn uw eigen ervaringen in het verleden of ervaringen van andere mensen en overheden. Neem daarom kennis van de context en de uitvoering van die eerdere projecten (problemen, geformuleerde oplossingen, gemaakte keuzes en argumenten voor gemaakte keuzes). Hoewel elke situatie vraagt om maatwerk bieden eerdere ervaringen veel waardevolle informatie over kansrijke oplossingsrichtingen, beperkingen en uitvoeringsvraagstukken. In dit licht zijn pilotprojecten en proefprojecten een belangrijke bron van informatie, waar u wellicht meer uit kunt putten.

Instrumenten

Duurzame mobiliteit
Submenu openen

Aanbesteden van autodelen

Scroll naar boven