1. Duurzame mobiliteit: het evenwicht

Duurzaam mobiliteitsbeleid: het evenwicht

“Humanity has the ability to make development sustainable to ensure that it meets the needs of the present without compromising the ability of future generations to meet their own needs”
Our Common Future, 1987, World Commission on Environment

Met de bevolking en de welvaart groeit ook de hoeveel verkeer. De capaciteit van de wegen kan deze groei niet altijd goed opvangen, met als gevolg dat de bereikbaarheid onder druk komt te staan. In de sector verkeer en vervoer wordt daarom hard gewerkt aan het verbeteren van de bereikbaarheid. De groei van het verkeer zorgt ook voor een groeiende impact van de mobiliteit op het klimaat, het leefmilieu, de gezondheid en de economie. De aandacht voor deze impact groeit daarin ook mee.

Duurzame mobiliteit gaat over het in evenwicht brengen van het verkeer met de impact die het veroorzaakt. Concrete uitdagingen hier in zijn onder andere:
 

Klimaat en energie

Om de in het klimaatakkoord beoogde CO2-reductie (7,3 megaton) binnen de sector verkeer te bereiken zijn substantiële veranderingen nodig. Naast duurzaam gebouwde steden, is een transitie naar het gebruik duurzaam opgewekte energie nodig. Voor transport zijn dit elektriciteit, waterstof of groengas. Elektrische auto’s worden voorzien van stroom door laadpalen of waterstof. Dit vergt afstemming tussen de beoogde ruimtelijke ontwikkeling, het gebruik van voertuigen en de opwekking, transport en ontsluiting van groene energie.
 

Ruimte

Er is een bouwopgave van ca. 1 miljoen woningen voor de periode tot 2040: 50.000 per jaar voor de komende 20 jaar. Deze woningen genereren verkeer dat steeds meer ruimte eist (stilstaand en rijdend). Door verdichting van steden, kunnen veel woningen nabij voorzieningen, OV haltes en werk worden gebouwd. Dit bespaart autoverkeer. Tegelijk wordt juist in de steden de ruimte steeds schaarser en groeit de congestie en parkeerdruk, ook op fietspaden en in de treinen. Elektrificeren van het wagenpark heeft geen effect op het ruimtegebruik. Wat wel ruimte bespaart is een shift naar andere modaliteiten: lopen, fietsen, openbaar vervoer en het delen van auto’s.
 

Gezondheid

De groei van het verkeer zorgt voor een groeiende geluidoverlast en verslechtering van de luchtkwaliteit, vooral NO2-emissie. Met de komst van elektrische voertuigen is de luchtkwaliteit steeds minder een probleem. Maar de geluidsoverlast blijft even groot bij snelheden boven de 60 km/u. Ook de verkeersveiligheid veranderd niet met de vergroening van het wagenpark.
 
Inspiratie voor het vertalen van ambities voor deze uitdagingen in de eigen lokale of regionale beleidsplannen kunnen worden gevonden in nationaal beleid.
 

Klimaat en energie

In het Klimaatakkoord wordt aangegeven: “Overheden maken tempo met regionale mobiliteitsplannen en een daarmee samenhangend nationaal mobiliteitsplan. Voor het realiseren van zorgeloze mobiliteit heeft iedere regio een specifieke integrale aanpak nodig. De regionale schaal is hét schaalniveau om met concrete oplossingen en maatwerk te komen” (...) ”De eerste concept plannen van aanpak voor de regionale programma’s en het nationale programma kunnen op de Bestuurlijke Overleggen voor het MIRT (BO’s MIRT) in het najaar van 2019 worden besproken. De plannen worden uiteindelijk in het kader van het MIRT vastgesteld” (...) ”Samenwerking van overheden in deze regionale programma’s is cruciaal (en equivalent aan de Regionale Energiestrategieën (RES)”.

Hoe het samenhangend beleid eruit ziet en wat er precies van decentrale overheden wordt verwacht hebben IPO en VNG in de handreiking Regionale Mobiliteitsprogramma’s (2019). Onderstaand figuur toont de positie van het Regionale Mobiliteitsplan ten opzicht van andere planfiguren:
RMPschema.png
Klik om te vergroten

Bij het maken van het Klimaatakkoord waren verschillende sectoren betrokken. Parallel hieraan is Nederland opgedeeld in 30 energie-regio’s op initiatief van gemeenten, provincies en waterschappen. Elke gemeente, provincie en ook waterschap werkt op dit moment binnen deze regio’s samen met stakeholders aan een Regionale Energiestrategie (RES). De RES is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur.
 

Ruimte

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) en de Woonagenda. Zo staat in de NOVI:

De NOVI komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2021 in werking treedt. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen we in gebieden komen tot betere, meer geïntegreerde keuzes”. (...) 

Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Dit vraagt goede verbindingen via weg, spoor, lucht, water en digitale netwerken”. (...) 

Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven.” (...) "Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Tegelijk willen we de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen verbeteren. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Daarbij hoort een uitstekende bereikbaarheid en toegankelijkheid, ook voor mensen met een handicap. We zorgen dat de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid verder toeneemt. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. Niet alleen groei heeft onze aandacht. Ook in gebieden met bevolkingsdaling versterken we de vitaliteit en leefbaarheid”.

Rijk, provincies en gemeenten gaan meer samenwerken als één overheid. De NOVI-aanpak is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden. Medeoverheden, burgers en bedrijven, zijn niet juridisch aan de visie in de NOVI gebonden. Om de opgaven als overheden samen aan te pakken wordt op basis van de vastgestelde NOVI toegewerkt naar samenwerkingsafspraken. Het is belangrijk dat de omgevingsvisies van Rijk, provincies en gemeenten waar nodig en mogelijk op elkaar aansluiten. Daarvoor moeten de bestaande Gebiedsagenda’s worden uitgebouwd tot bredere Omgevingsagenda’s. Die omvatten de volle breedte van het omgevingsbeleid en kunnen zich ontwikkelen tot de kern van een werkend stelsel van. Deze Omgevingsagenda’s worden met alle landsdelen gemaakt, in samenwerking tussen de overheden.
 

Gezondheid

Het aantal ernstig verkeersgewonden blijft stijgen en de daling van het aantal verkeersdoden stagneert. Het Strategisch Plan Verkeersveiligheid 2030 (SPV2030) wil daar verandering in brengen. Het streven is nul verkeersslachtoffers. Overheden leveren samen met maatschappelijke partners maximale inspanning om zoveel mogelijk risico’s weg te nemen door het verbeteren van wegen en voertuigen én het beïnvloeden van menselijk gedrag.

Het luchtkwaliteitsbeleid is inmiddels wat verouderd. De Europese normen worden grotendeels gehaald. De World Health Organization adviseert echter een lagere grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van PM10, namelijk 20,5 µg/m3. Ongeveer een miljoen mensen in Nederland zijn blootgesteld aan concentraties boven deze WHO-advieswaarde. Op de site van Infomil is te lezen:
 
Het beleid om tot een goede luchtkwaliteit te komen volgt twee sporen:
  • beperken van de uitstoot van schadelijke stoffen en;
  • voorkomen dat mensen langdurig worden blootgesteld aan verontreiniging.
Belangrijke instrumenten in het eerste spoor zijn bronbeleid en omgevingsvergunningen voor bedrijven. Voor het tweede spoor is het bestemmingsplan in relatie met toetsing aan de milieukwaliteitsnormen van belang. Een goede ruimtelijke ordening is daarbij het uitgangspunt“.

Een belangrijke ontwikkeling voor luchtkwaliteit is de uitspraak van de Raad van State rond de aanpak van stikstof (PAS). Uitbreiding van gebouwen en wegen is momenteel nauwelijks mogelijk doordat compensatie niet mag bij overschrijding van de Europese normen. Geluidsbeleid is daarentegen weinig actueel. De WHO publiceerde in 2018 wel nieuwe richtlijnen die voor autoverkeer uitkwamen op minder dan 53 Lden en minder dan 45 Lnight

Duurzame mobiliteit
Submenu openen

Beleid in de gemeente

Scroll naar boven