3. Luchtkwaliteit

Lees hier over hoe het gesteld staat met de luchtkwaliteit in Nederland en hoe we dit berekenen.

Het RIVM berekent voor alle adressen de luchtkwaliteit. Deze wordt gerelateerd aan het aantal inwoners per adres. Per gemeente wordt vervolgens de gemiddelde concentratie berekend waaraan de bewoners blootgesteld worden: de bevolkingsgewogen gemiddelde concentratie. Naast de emissie van het wegverkeer gaat het om de emissie van prioritaire veehouderijlocaties voor fijn stof in de provincies Limburg, Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel. De blootstellingsberekeningen voor verkeersbronnen en veehouderij-bronnen zijn vervolgens gecombineerd in de betreffende provincies.

 

Klik op de grafiek voor weergave in de Duurzaamheidsscore, hier kunt u de gegevens ook (geografisch) anders laten weergeven

De figuur hierboven geeft het gemiddelde per stedelijkheidsgraad. Hierbij zijn NO2 en PM10  opgeteld. In de tool duurzaamheidsscore.nl zijn ook de afzonderlijke stoffen te zien. Deze figuur laat zien dat de blootstelling in de grote steden hoger is dan in minder of niet stedelijke gemeenten. Gemiddeld daalde de emissie met ruim 13 procentpunten tussen 2011 en 2015, waarna er een stagnatie zichtbaar is, vooral in de steden. In 2018 is zelfs een lichte stijging ten opzichte van 2017 zichtbaar, waarna de daling in 2019 weer doorzet.

De stagnatie tussen 2017 en 2018 is volledig toe te wijzen aan de stijging van PM10. De concentratie NO2 is tussen 2017 en 2018 namelijk licht gedaald (klik hier voor de afzonderlijke grafieken). Verderop in de tekst gaan we dieper in op de stijging van fijnstof.

Onderstaande tabel laat zien dat de schoonste lucht in het noorden van het land was en is te vinden. Volgens de prognose zal dit ook in 2030 nog zo zijn. Van de zeer sterk stedelijke gemeenten hebben Groningen en Hilversum in 2019 de schoonste lucht. Van de niet stedelijke gemeenten is de lucht in 2019 in Ameland en Schiermonnikoog het schoonst.
 
  Blootstelling PM10+NO2 ug/m3
    2018 2019 Prognose 2030
Zeer sterk stedelijk Groningen 30,5 29,6 22,2
  Hilversum 38,2 34,8 27,1
Sterk stedelijk Assen 28,5 26,8 20,6
  Leeuwarden 28,4 27,5 21,6
Matig stedelijk Harlingen 25,9 25,3 20,5
   Veendam 26,7 25,6 19,7
Weinig stedelijk Noordenveld 25,1 24,0 19,0
  Tynaarlo 25,4 24,4 19,0
Niet stedelijk Ameland 23,7 22,7 19,4
  Schiermonnikoog 23,6 23,0 19,7
De top 10 gemeenten met de hoogste blootstelling bevinden zich bijna allemaal in de Randstad en/of langs drukke snelwegen: 
  NO2+PM10 PM10 NO2
Rotterdam 44,2 19,0 25,2
Schiedam 43,4 18,7 24,7
Amsterdam 42,6 19,3 23,3
Delft 42,3 18,8 23,5
Rijswijk 42,2 18,5 23,7
Ridderkerk 41,9 18,3 23,6
Vlaardingen 41,8 18,5 23,3
Papendrecht 41,7 18,8 22,9
Utrecht 41,6 19,3 22,3
Den Haag 41,5 18,9 22,6

Door de jaren heen veranderd dit amper. Klik hier voor de lijst van afgelopen jaren.


Hoe hoog zijn de fijn-stofconcentraties op leefniveau?

Fijnstof (PM10)
In 2019 vinden alleen nog overschrijdingen van de etmaal en jaarnorm voor fijnstof voor in de gemeente Velsen. De achtergrondconcentratie is hier hoog ten gevolge van industriële emissies. In totaal gaat het om 0,2 km weg (per rijrichting). Ook als wordt getoetst aan 30 ipv 35 overschrijdingsdagen en geen aftrek van zeezout wordt toegepast blijft er alleen een overschrijding in Velsen.

De WHO adviseert een lagere grenswaarde dan 40 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie van PM10, namelijk 20 µg/m3. Ruim een half miljoen mensen in Nederland zijn in 2019 blootgesteld aan concentraties boven deze WHO-advieswaarde. Dit aantal blootgestelden is flink kleiner dan in 2018; toen was dit rond de 4,2 miljoen inwoners. Het RIVM verwacht voor 2030 dat er nog ruim 10.000 personen worden blootgesteld aan concentraties boven de WHO-advieswaarde.
Kanttekening is dat veel locaties dicht tegen de WHO advieswaarde zitten. 

Voor meetpunten kan op het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM worden gezien hoeveel overschrijdingsdagen er dit jaar zijn geweest.
 
Onderstaande staafdiagram laat zien dat de hoogste blootstellingniveaus door de jaren heen zijn afgenomen. En dat de hoogste concentraties zijn te vinden in de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant en Utrecht.

 

Klik op de grafiek voor weergave in de Duurzaamheidsscore, hier kunt u de gegevens ook (geografisch) anders laten weergeven

De verwachting is dat het aantal droge periodes door klimaatverandering de komende jaren zal toenemen. Dit heeft onder andere te maken met de afgezwakte warme golfstroom (thermohaliene circulatie). Hoe klimaatverandering hier impact op heeft en dit bijdraagt aan drogere zomers in Nederland, valt hier te lezen. Droge periodes kunnen de hoeveelheid fijnstof doen stijgen.

Stikstofdioxide (NO2)
Was er in 2018 nog voor ruim 2,9 km weg (per rijrichting) een overschrijding van de NO2-norm berekend, in 2019 is dit afgenomen tot 0,8 km weg (per rijrichting). Als voor NO2 de norm 38,0 μg/m3 zou worden gerbuikt in plaats van 40 μg/m3 dan vallen in Amsterdam, Maastricht, Den Haag en Den Bosch en langs een aantal rijkswegen bij elkaar 4,8 km weg (per rijrichting) boven de grenswaarde.  Nagenoeg alle overschrijdingslocaties bevinden zich bij binnenstedelijke wegen.

De NO2-overschrijdingen zijn net als in de vorige jaren te vinden in de Randstad op locaties met veel verkeer, maar ook in een paar andere steden, zoals Eindhoven en Arnhem. Het betreft vaak locaties waar lokale wegen snelwegen kruisen of daar parallel aan lopen. In totaal zijn er op 21 locaties minder overschrijdingen berekend dan in 2018.
Overschrijding in km rijrichting
 
Totaal Rijksweg    Gemeente
NO2
Amsterdam 0,3 - 0,3
Arnhem 0,2 - 0,2
Eindhoven 0,1 *0,1 -
Haarlemmermeer 0,2 *0,2 -
Totaal Nederland 0,8 0,3 0,5
 
PM10
Velsen 0,2 - 0,2
Totaal Nederland 0,2 - 0,2

Kijken we naar de concentratie NO2 gemiddeld per gemeente, dan blijkt dat dit gemiddelde overal onder de norm ligt, maar in de grote steden het hoogste is. De schoonste plekken bevinden zich in het Noorden van het land, op en rond de Waddeneilanden.
 

Klik op de kaart voor weergave in de Duurzaamheidsscore, hier kunt u de gegevens ook (geografisch) anders laten weergeven

Voor 2030 worden geen overschrijdingen van de fijnstofnorm verwacht en alleen in Velsen een overschrijding van 0,2 km rijrichting NO2. Meer informatie over fijn stof en NO2 lees je in de NSL monitoringsrapportage 2020.

Kosten
Jaarlijks sterven door kortdurende blootstelling aan fijn stof ongeveer 3.000 personen in Nederland vroegtijdig. Naar schatting sterven 12.000 tot 24.000 mensen 10 jaar eerder door langdurige blootstelling (RIVM 2005RIVM 2018 en CE Delft 2005). Het aantal slachtoffers van ziekte als gevolg van (kortdurende of langdurige) blootstelling aan luchtverontreiniging betreft een veelvoud van het aantal sterfgevallen. De Wereldgezondheidsorganisatie WHO geeft aan dat er geen ondergrens is voor de concentratie waarbij fijn stof niet schadelijk is voor de gezondheid. Ondanks dat normen worden gehaald, blijft het dus van belang om fijn stof zoveel mogelijk te reduceren.

Uitgebreide studies hebben de schade van fijnstof op gezondheidsproblemen onderzocht en deze schade uitgedrukt in de kosten die het veroorzaakt. Kostenschattingen van PM2.5 emissies (fijn stof in uitlaatgassen) zijn weergegeven in onderstaande tabel. De kosten zijn onder andere gebaseerd op de kosten van ziekenhuisopnames, verloren levensjaren en bijvoorbeeld medicijngebruik. Er is hierbij onderscheid gemaakt naar de locatie van de uitstoot omdat het effect van fijn stof zeer lokaal is (zie hiervoor ook het experiment met real time data in Helmond).

Kosteninschatting per PM2,5-emissie
Bron: NEEDS (2008) en HEATCO (2006a), bewerking: CROW-KpVV

 
De PM2.5-emissies van fijn stof bedragen volgens het PBL in 2016 ongeveer 12,5 kiloton (miljoen kilo). In 2010 bedroegen de PM2.5-emissies van fijn stof door verkeer ongeveer 15 kiloton, waarmee de maatschappelijke kosten voor verkeer uitkomen op meer dan 1,5 miljard euro.

Ook naar de schadekosten die de Nox-emissie veroorzaakt is uitgebreid onderzoek gedaan. De kosten die de uitstoot van NOx met zich meebrengt worden geschat op gemiddeld 11 euro per kilo NOx uitstoot. Kosten die hierin zijn opgenomen zijn kosten van gezondheidsproblemen bij mensen, maar ook van schade aan gebouwen en materialen door corrosie. Voor Nederland is het emissieplafond voor NOx verhoogd tot 202 kiloton per jaar voor 2020, al wordt er ingezet op minder, namelijk 184 kiloton. Het RIVM verwacht dat de verbeterde luchtkwaliteit er voor zorgt dat de levensverwachting in 2020 gemiddeld 4,5 maand verlengd is ten opzichte van 2005.
 

Meten is weten

In de Europese Richtlijn Luchtkwaliteit is vastgelegd dat Nederland verplicht is de luchtkwaliteit te meten. De Richtlijn bevat ook de voorwaarden voor het meten wat betreft apparatuur en hoeveelheid meetpunten. Zowel het RIVM dat gebruikt maakt van ongeveer 60 vaste meetstations als verschillende lokale overheden meten de luchtkwaliteit. De gezamenlijke gegevens hiervan zijn te vinden op de website van Luchtmeetnet.

Meten en modelleren
Hoewel de meetpunten een nauwkeurig beeld geven, is het te kostbaar om overal in Nederland dit soort meetpunten neer te zetten. Daarom wordt binnen het NSL ook gebruik gemaakt van modellen om knelpunten vast te stellen. Er zijn dan alleen metingen nodig om de modellen te ijken. Groot voordeel van werken met modellen is dat modellen niet alleen wat zeggen over het verleden, maar ook geschikt zijn voor prognoses. In de ministeriële regeling Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 (Rbl) is de precieze bepaling van de Nederlandse luchtkwaliteit vastgelegd.

In Eindhoven is het AiREAS-project opgezet door bewoners, gemeente, bedrijfsleven en wetenschap. Zij meten op enkele tientallen plaatsen (waaronder bij mensen in de tuin) in de stad de concentratie PM10, PM2,5 PM0,1 en Ozon.

Op 15 november 2018 heeft CROW-KpVV een bijeenkomst georganiseerd over het meten en berekenen van de luchtkwaliteit in samenhang met verkeer en vervoer, klik hier voor de terugblik van deze bijeenkomst.

Monitoringstool
Monitoring van het NSL ligt in handen van Bureau Monitoring. Sinds het vaststellen van het NSL zijn de Saneringstool en Rapportagetool die voorheen gebruikt werden voor het voorspellen van de luchtkwaliteit cq. het rapporteren over afgelopen jaren geïntegreerd in de Monitoringstool. Vanaf 2010 vindt op jaarlijkse basis monitoring van het NSL plaats. De Monitoringstool wordt gebruikt voor de berekeningen, de resultaten zijn beschikbaar op straatniveau.

Duurzame mobiliteit
Submenu openen

Beleid in de gemeente

Scroll naar boven