3. Luchtkwaliteit

Fijnstof (particulate matter in het Engels) is een verzamelnaam voor verschillende schadelijke deeltjes in de lucht, zoals roet. Van al het fijnstof in de lucht is 45% door de mens veroorzaakt tegenover 55% fijnstof afkomstig van natuurlijke bronnen. De eerste categorie lijkt het meest schadelijk voor de gezondheid te zijn. Een groot deel van deze 45% is afkomstig van verkeer.

Fijnstof (particulate matter in het Engels) is een verzamelnaam voor verschillende schadelijke deeltjes in de lucht, zoals roet. Van al het fijnstof in de lucht is 45% door de mens veroorzaakt tegenover 55% fijnstof afkomstig van natuurlijke bronnen. De eerste categorie lijkt het meest schadelijk voor de gezondheid te zijn. Een groot deel van deze 45% is afkomstig van verkeer.
Qua grootte van de deeltjes kan het volgende onderscheid gemaakt worden:

  • Deeltjes kleiner dan 10 micrometer oftewel PM10
  • Deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer oftewel PM2.5
  • Deeltjes kleiner dan 0,1 micrometer ook wel ultrafijnstof of PM0,1 genoemd.
De grovere fractie uit het PM10 stof (tussen de 2,5 en de 10 µm) bestaat vooral uit deeltjes die het gevolg zijn van mechanische processen en opwaaiend bodemstof. De fijnere fractiedeeltjes met een diameter kleiner dan 2,5 µm (PM2.5), zijn vooral het gevolg van verbrandingsprocessen waaronder dieselroet (ook wel EC, elementair koolstof, genoemd). Deze kleine deeltjes kunnen bij inademing dieper in de luchtwegen en longen doordringen. Ook bevat deze fractie zogenaamde secundaire aerosolen; deeltjes die in de lucht zijn gevormd uit gasvormige componenten waaronder NO2 (Richtlijn luchtkwaliteit en gezondheid, RIVM 2008). Voor meer informatie over PM2.5-concentratie zie Compendium voor de Leefomgeving.

Ultrafijnstof 
Het Europese beleid zich richtte zich voor 2012 op het terugdringen van PM2.5 en PM10. De meeste deeltjes die auto’s uitstoten vallen in de categorie ultrafijnstof (deelcategorie van PM10 en PM2.5). Deze deeltjes kleiner dan 0.1 micrometer kunnen net als de grotere deeltjes tot diep in de longen doordringen, maar kunnen zelfs ook in de bloedbaan terecht komen. TNO heeft onderzoek gedaan naar de uitstoot van ultrafijnstof en kwam tot de conclusie dat de concentraties van ultrafijnstof bij snelwegen en drukke wegen in de stad 5 tot10 maal hoger zijn dan de achtergrondconcentraties. Dit onderzoek bevestigt de resultaten van andere internationale studies.

Inmiddels zijn ook deeltjesaantal-eisen ingevoerd in de regelgeving voor voertuigen, waardoor de emissie van ultrafijne deeltjes door nieuwe voertuigen effectief wordt verlaagd. Deze eisen gelden voor dieselpersonenauto’s vanaf 2012, voor benzinepersonenauto’s vanaf 2014 en voor vrachtwagenmotoren vanaf 2013. De combinatie van eisen ten aanzien van massa en aantal zorgt ervoor dat zowel fijnstof als ultrafijn stof onder controle wordt gehouden (TNO).

De Universiteit Utrecht onderzocht in 2008 metingen van de Fietsersbond. Hieruit blijkt dat fietsers veel fijnstof inademen, onder andere wanneer ze achter de bromfiets fietsen (zelfs meer dan als ze achter een vrachtauto fietsen).
PM2.5 en het nog kleinere ultrafijnstof blijven wel gevaarlijke stoffen die de aandacht verdienen. Volgens de onderzoekers kunnen ook vraagtekens gezet worden bij de norm; de norm heeft namelijk betrekking op de massa van alle deeltjes. De grootste deel van de massa van PM10 wordt bepaald door de grotere deeltjes met een diameter van 2,5 tot 10 micrometer. De gezondheidseffecten worden echter bepaald door het aantal deeltjes. In aantal zijn het juist de kleine deeltjes (PM2,5) en de ultrakleine deeltjes (PM0,1) die de overhand hebben in de mix van PM10:

De kleinere deeltjes zijn schadelijker  en worden niet door de (gewichts)norm beperkt omdat ze ook bij elkaar opgeteld weinig wegen. In 2011 bleek uit metingen langs de N302 in Gelderland, waarbij nieuwe apparatuur werd gebruikt, dat er (te) veel ultrafijnstof aanwezig was. Metingen in de toekomst moeten aantonen of de concentratie ultrafijnstof toe- of afneemt.
 

De TU Delft geeft aan dat het wel degelijk mogelijk is om ook ultrafijne stofdeeltjes te filteren. Onderzoekers van ECN geven aan dat de huidige roetfilters ook ultrafijnstof afvangen. Wellicht niet voldoende, maar het is beter dan niets.

Ook bij concentraties treden gezondheidseffecten op
Om de volksgezondheid te verbeteren zijn in de Europese Unie normen van kracht die ervoor moeten zorgen dat de concentraties overal onder een bepaalde norm uit gaan komen. Voor fijnstof (PM10) is vanaf 2011 een jaargemiddelde norm van 40 µg/m3 van kracht. Bovendien mag niet meer dan 35 dagen in het jaar de daggemiddelde PM10-concentratie hoger zijn dan 50 µg/m3. Voor PM2,5  geldt vanaf het jaar 2015 een jaargemiddelde norm van 25 µg/m3. Voor NO2 geldt een jaargemiddelde norm van 40 µg/m3.

Het is echter niet zo dat wanneer de concentraties onder de norm liggen, er geen schadelijke gezondheidseffecten optreden. Voor fijnstof is er geen ondergrens, dat is altijd schadelijk. Zelfs zeer lage concentraties leiden tot negatieve effecten op de gezondheid. Uit de gecombineerde resultaten van 17 onderzoeken blijkt dat bij elke stijging van 5 microgram per kubieke meter aan deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer, de kans op longkanker toeneemt met 18%.
 

Verkeer en vervoer produceren veel fijnstof

De transportsector blijkt een substantiële bijdrage te leveren aan de productie van fijnstof (zie ook achtergrondconcentraties in Nederland). Fijnstof kan leiden tot een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en luchtwegaandoeningen en een verhoogde kans om aan een van deze aandoeningen te sterven. In de Europese Unie kwamen in 2015 als gevolg van PM2,5  310.000 mensen voortijdig om het leven; hiervan waren 42.000 slachtoffers gerelateerd aan de transportsector. Het gebruik van niet duurzame motorvoertuigen (benzine- en dieselmotoren) zorgt voor het merendeel van de uitstoot van stikstofdioxide (NO2) en ozon (O3) in Nederland. Het aantal vroegtijdige sterftegevallen door NO2 en is O3 is echter veel lager dan door PM2,5; in Nederland zijn er in 2015 circa 9.800 personen door de effecten van PM2,5 om het leven gekomen, versus 290 door O3 en 1.900 door NO2.  

Binnen het containerbegrip fijnstof richten roetdeeltjes waarschijnlijk het grootste kwaad aan. Dit betekent dat mensen die langs drukke wegen wonen meer gezondheidsverlies ondervinden dan tot nu toe werd aangenomen. Mogelijk is het gezondheidsverlies door uitlaatgassen daar een factor 5 tot 10 hoger dan gemiddeld in Nederland. Het betekent ook dat schone(re) brandstoffen en minder motorvoertuigen op de weg veel meer gezondheidswinst zullen opleveren dan eerder werd gedacht.

Roet (EC) betere indicator dan fijnstof
PM10 is waarschijnlijk niet de meest geschikte indicator voor het meten van de effecten van verkeer op de volksgezondheid. Vanuit de wetenschap neemt de onderbouwing toe, om een andere indicator te gaan gebruiken. Een kansrijke kandidaat is roet (EC). Roet ontstaat als ultrafijnstof samenklontert enmaakt deel uit van PM2,5. Roet is gebaseerd op de concentratie van elementair koolstof (EC). Er zijn geen normen voor roet, maar de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert wel een jaargemiddelde grenswaarde van 25 µg/m3 voor PM2,5. In Nederland wordt daar al aan voldaan. Overigens adviseert het WHO te streven naar een waarde van 10 µg/m3 voor PM2,5.

Gezondheidsexperts beschouwen roet als één van de meest schadelijke fracties van fijnstof, zowel voor effecten voor de korte als de lange termijn. Dat komt omdat roet, net als ultrafijnstof PM0,1 bestaat uit zeer kleine deeltjes die diep in de longen en in vaten kunnen doordringen. Mensen leven gemiddeld drie maanden korter bij een langdurige blootstelling aan 0,5 µg/m3 extra roet.
 
Roet komt vrij bij verbrandingsprocessen zoals in motoren, kachels en open haarden. Roetconcentraties geven een betere indicatie geven van de lokale effecten van verkeer op de gezondheid dan stikstofdioxiden en fijnstof. TNO en DCMR ramen dat de gezondheidseffecten van roet vijf keer hoger zijn. Ofwel een kleine wijziging in PM10 als gevolg van bijvoorbeeld een milieuzone vrachtverkeer zou dan een vijf keer hoger effect hebben op de gezondheid dan geraamd op basis van PM10 .

Voor een betere inschatting van de effecten van mobiliteit op de gezondheid, zou de bevolkingsgewogen blootstelling aan roet moeten worden berekend. In de Atlas van de Leefomgeving is in een landsdekkende roetkaart van Nederland opgenomen. Hieruit blijkt dat roet zich concentreert rond de drukke wegen, met name Rijkswegen. Ook is duidelijk de afname zichtbaar van 2016 (links) naar 2019 (rechts):
 
routkaart-2021-1.jpg
 
Bron: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) Links de situatie in 2016, rechts 2019.  

Vooral vlak langs een weg veel roet
Bovenstaand figuur geeft de invloed weer van de afstand tot een drukke verkeersweg (A13) op de concentratie PM10, NO2 en roet (ZR, Zware Roet). Hieruit blijkt dat roet veel sterker afhankelijk is van de afstand tot de wegrand dan NO2 of PM10. Zwartrookconcentraties nemen sterk af met een toenemende afstand tot de weg. De NO2 en PM10-concentraties worden daarentegen minder beïnvloed door de nabijheid van een snelweg aangezien de bijdrage van de weg relatief klein is. NO2 en PM10 zijn daarmee minder goede voorspellers van gezondheidseffecten rond wegen.

Duurzame mobiliteit
Submenu openen

Fijnstof, roet en wegverkeer

Scroll naar boven