3. Luchtkwaliteit

Welke invloed heeft het autoverkeer op de achtergrondconcentraties in Nederland?

In de NO2-concentratie heeft wegverkeer een groot aandeel. Voor Nederland ligt dit aandeel op gemiddeld 30%. Voor NOx is dit aandeel bijna 40%, voor PM10 is het aandeel ongeveer 25%. Voor de agglomeratie Utrecht loopt het totale aandeel zelfs op tot bijna 50%. 
 


Concentraties

De lokale luchtvervuiling wordt berekend als som van de vervuiling van lokale bronnen (bijvoorbeeld lokaal verkeer) en de achtergrondconcentratie (grootschalige concentratie).

In onderstaande figuren is weergegeven hoe de grootschalige concentraties voor NO2, PM10 en PM2.5 in 2017 zijn opgebouwd naar verschillende bronnen. Het aandeel van wegverkeer (in de achtergrond) is weergegeven in het grijs. Met name de agglomeraties in Zuid-Nederland hebben te maken met een hoge achtergrondconcentratie die wordt bepaald door de bijdrage uit het buitenland.
 
Opbouw NO2 concentratie in Nederland en 9 agglomeraties
Bron: Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland, Rapportage 2018, RIVM 2018; bewerking CROW​
 

Met name in de NO2-concentratie heeft wegverkeer een groot aandeel. Voor Nederland ligt dit aandeel op gemiddeld 30%, voor de agglomeratie Utrecht loopt het aandeel zelfs op tot bijna 50%. Lokaal, in stad en in de buurt van grote wegen, kan het aandeel van wegverkeer in de NO2 -concentratie veel groter zijn. 
 

Opbouw PM10-concentratie in Nederland en 9 agglomeraties. 
Bron: Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland, Rapportage 2018, RIVM 2018; bewerking CROW
 
De concentratie PM10 en PM2.5 worden voor een groot deel bepaald door bronnen uit het buitenland, zeezout en bodemstof (72% PM10 en 65% voor PM2.5; verhouding is kleiner dan in 2009). Voor Nederland gemiddeld heeft het wegverkeer een aandeel van 5% in de PM10 concentratie. In de agglomeratie Utrecht is dit aandeel met 10% het hoogst. 


Opbouw PM2.5-concentratie in Nederland en 9 agglomeraties
Bron: Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland, Rapportage 2018, RIVM 2018; bewerking CROW

Het aandeel voor wegverkeer in de PM2.5 concentratie ligt met 7% voor Nederland (en 13% in Utrecht; gelijk aan de cijfers van 2009) iets hoger, wat verklaard kan worden door het relatief hoge aandeel PM2.5 in PM10 in de verbrandingsemissies van diesel. Het aandeel van het wegverkeer in ultrafijn stof (PM0.1) concentraties is waarschijnlijk nog hoger, omdat PM0.1 met name door verbrandingsmotoren wordt uitgestoten. De PM0.1-concentraties worden op dit moment echter nog niet apart gerapporteerd door PBL.

De concentraties in bovenstaande grafieken worden door PBL berekend met behulp van de emissies van verschillende bronnen volgens de emissieregistratie en op basis van de verspreidingskarakteristieken. Lokaal, in stad en in de buurt van grote wegen, kan het aandeel van wegverkeer in de fijn stof concentratie veel groter zijn.
 

Ontwikkeling emissies

De emissies van Nederlandse bronnen voor NOX en PM10 in de periode 1990-2017 zijn weergegeven in onderstaande figuren. De onderstaande emissies zijn de door Nederland te beïnvloeden emissies.
 

NOx-emissie van Nederlandse bronnen
Bron: CBS Statline; bewerking: CROW
 
 
Zoals is te zien in beide figuren hebben de emissies van wegverkeer een groot aandeel hierin. Voor NOx is dit aandeel bijna 31%, voor PM10 is het aandeel ongeveer 19% (was respectievelijk 43% en 23% in 2011).

Het aandeel van het wegverkeer in PM2.5 -en PM0.1- emissies zal hoger zijn, zoals blijkt uit dit artikel van TNO. Lees voor meer informatie bijbehorende TNO-publicatie.
 

PM10-emissie van Nederlandse bronnen
Bron: CBS Statline; bewerking: CROW

Duurzame mobiliteit
Submenu openen

Achtergrondconcentraties in Nederland

Scroll naar boven