3. Klimaat- en energiebeleid

Welke doelen op het gebied van klimaat en energie heeft Nederland zichzelf gesteld en wat houdt dit in de praktijk in?

Het centrale doel van het Klimaatakkoord 2019 is de nationale broeikasgasuitstoot in 2030 met 49% terug te dringen ten opzichte van 1990. De mobiltieitstafel formuleerde hierbij de volgende visie:
  • Zorgeloze mobiliteit, voor alles en iedereen in 2050. Geen emissies, uitstekende bereikbaarheid toegankelijk voor jong en oud, arm en rijk, valide en mindervalide. Betaalbaar, veilig, comfortabel, makkelijk én gezond. Slimme, duurzame, compacte steden met optimale doorstroming van mensen en goederen. Mooie, leefbare en goed ontsloten gebieden en dorpen waarbij mobiliteit de schakel is tussen wonen, werken en vrije tijd;
  • Dit is de visie die de deelnemers aan de Mobiliteitstafel willen bereiken door in te zetten op een integrale benadering van het mobiliteitssysteem, waarbij alle modaliteiten en de infrastructuur optimaal worden ontwikkeld en benut én uiteindelijk alle modaliteiten schoon zijn. Hiermee wordt niet alleen voldaan aan de afspraken van Parijs, maar wordt ook een significante bijdrage geleverd aan de terugdringing van overige milieuschade.
Dit doel is in lijn met het klimaatakkoord uit Parijs dat in 2016 werd bekrachtigd. Dit akkoord gaat om een fundamentele modernisering van de Europese economie. Deze moet koolstofarm, energie- en grondstoffenefficiënt worden. In de tweede helft van de 21e eeuw moet er een evenwicht zijn tussen alle uitstoot van broeikasgassen en het vermogen van de natuur om ze te absorberen. Voor steden betekent dit waarschijnlijk dat het verkeer in de stad grotendeels klimaat neutraal zal moeten zijn en er goede aansluitingen zullen moeten komen om CO2 neutraal transport voor de lange afstand te faciliteren. 

In het Klimaatakkoord staat: “Overheden maken tempo met regionale mobiliteitsplannen en een daarmee samenhangend nationaal mobiliteitsplan. Voor het realiseren van zorgeloze mobiliteit heeft iedere regio een specifieke integrale aanpak nodig. De regionale schaal is hét schaalniveau om met concrete oplossingen en maatwerk te komen” (...) De plannen worden uiteindelijk in het kader van het MIRT vastgesteld” (...) ”Samenwerking van overheden in deze regionale programma’s is cruciaal (en equivalent aan de Regionale Energiestrategieën (RES)”.

Onderstaand figuur toont de positie van het Regionale Mobiliteitsplan (RMP) ten opzicht van andere planfiguren:
RMPschema.png
De indeling van de RMP-regio's sluit aan bij bestaande regio indelingen:
indeling-rmp-regios.png

In het definitieve Klimaatakkoord is geen kwantitatief doel voor de sector mobiltieit genoemd. Die staan wel in het eerder met 40 organisaties afgesloten SER akkoord. Voor de CO2 uitstoot van verkeer en vervoer (excl. Zeescheepvaart en luchtvaart) in 2030 is een doelstelling van 25 Mton (-17% t.o.v. 1990) geformuleerd. In de Klimaat en Energieverkenning 2020 (KEV), wordt voor 2030 een prognose gegeven van 32 megaton.
 
  Met vastgesteld/voorgenomen beleid  Volgens doelstelling akkoord
2012 37 (NEV 2014)  
2030 32 (KEV 2020) 25,0 (-17%)
2050   Geen emissie
 
Ondanks de verwachte toename van de vervoersvolumes wordt in de centrale raming voor de mobiliteitssector tussen 2019 en 2030 een daling verwacht van de broeikasgasemissies van ongeveer 4 megaton. De uitstoot in 2030 wordt geraamd op 32 (bij een bandbreedte van 28 à 35) megaton CO₂-equivalenten. De daling is vooral toe te schrijven aan het toenemende aantal zuinige benzine- en dieselauto’s door de Europese normstelling en de sterke toename van het aantal elektrische auto’s, mede onder invloed van het nationale stimuleringsbeleid voor elektrisch rijden. Het aantal emissieloze auto’s in 2030 is geraamd op bijna 1 miljoen. Ook de verlaging van de maximumsnelheid op het hoofdwegennet naar 100 kilometer per uur gedurende de dag en de voorgenomen invoering van een vrachtautoheffing dragen bij aan de emissiereductie. Bron: KEV 2020



Regionale Energiestrategie

​De sector mobiliteit en transport is 1 van de 4 functies die energie heeft:
 
bron: Rijk zonder CO2: naar een duurzame energievoorziening in 2050 van de Raad van de Leefomgeving en Infrastructuur, Rli, 2015

Elke gemeente, provincie en ook waterschap heeft een Regionale Energiestrategie (RES). De RES is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur.

Overige informatie:

  • Klimaatcoalitie en klimaatverbond; Overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties ondertekenden de Nederlandse Klimaatcoalitie met als doel zo snel als mogelijk, maar uiterlijk in 2050, hun eigen bedrijfsvoering klimaatneutraal te hebben. Ze betrekken daarbij actief hun partners of doelgroepen (leveranciers, klanten, burgers).
  • In aanloop naar de top in Parijs ondertekenden 100 wethouders het Klimaatverbond om hun gemeente in 2050 klimaatneutraal te hebben.
Akkoord van Parijs
Op de klimaattop in Parijs 2015 (officieel de COP21 of 21st Conference of the Parties to the United Nations Framework Convention on Climate Change) is een historisch klimaatakkoord bereikt: the Paris Agreement under the United Nations Framework Convention on Climate Change. Voor het eerst in de geschiedenis hebben 195 landen zich gecommitteerd aan het gezamenlijk reduceren van hun CO2-uitstoot. Doel van de conferentie was een nieuw verdrag, dat het in 2020 aflopende Kyoto-protocol moet vervangen. Het nieuwe klimaatakkoord is voor alle landen juridisch bindend. Het moet de uitstoot van broeikasgassen terugdringen en de opwarming van de aarde beperken tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde.
 
EU en Nederland
De Europese Unie belooft in haar INDC (de intended nationally determined contributions; vrijwillige klimaatplannen die de landen indienden bij aanvang van de klimaattop) de CO2-uitstoot met ten minste 40 procent omlaag te brengen in 2030 ten opzichte van 1990. Nederland heeft geen eigen INDC ingediend maar volgt de Europese Unie. Het EU-pad naar een reductie van 80 tot 95 procent uitstoot in 2050 is niet veranderd. Het klimaatakkoord streeft naar een evenwicht tussen alle uitstoot van broeikasgassen en het vermogen van de natuur om ze te absorberen in de tweede helft van de 21e eeuw. De plannen die de landen voor de klimaattop indienden zijn goed voor 96,5 procent uitstoot van de wereld, een groot verschil met het afgesloten Kyotoprotocol in 1997 waar slechts 12 procent van de wereldwijde vervuilende landen zich aan committeerde.
 
Monitoring
Een ander belangrijk winstpunt is een mondiaal vijfjarig revisiesysteem dat alle landen aan hun verantwoordelijkheid moet houden om te blijven werken aan het verbeteren van het klimaat en aan het tegengaan van opwarming. Een probleem van het klimaatakkoord is dat het gebaseerd is op de vrijwillige klimaatplannen (INDC's) die landen hebben ingediend.  Belangrijk is daarom dat de tekst vastlegt dat deze klimaatplannen elke vijf jaar zullen worden geëvalueerd en bijgesteld om de 2 graden C doelstelling uiteindelijk toch te halen. De eerste wereldwijde evaluatie is gepland voor 2023.
 

Duurzame mobiliteit
Submenu openen

3. Klimaat- en energiebeleid

Scroll naar boven