1. Klimaat- en energiebeleid

Welke doelen op het gebied van klimaat en energie heeft Nederland zichzelf gesteld en wat houdt dit in de praktijk in?

In juni 2021 verscheen de Europese Klimaatwet. Hierin is opgenomen dat de EU in 2050 klimaatneutraal is en dat voor 2030 het doel is 55% reductie ten opzichte van de CO2 emissie in 1990. Na 2050 wil streeft de EU naar negatieve emissies. Dit gaat verder dan het centrale doel van het Klimaatakkoord 2019 om de nationale broeikasgasuitstoot in 2030 met 49% terug te dringen ten opzichte van 1990. 
 
Akkoord van Parijs
Op de klimaattop in Parijs 2015 (officieel de COP21 of 21st Conference of the Parties to the United Nations Framework Convention on Climate Change) is een historisch klimaatakkoord bereikt: the Paris Agreement under the United Nations Framework Convention on Climate Change. Voor het eerst in de geschiedenis hebben 195 landen zich gecommitteerd aan het gezamenlijk reduceren van hun CO2-uitstoot. Doel van de conferentie was een nieuw verdrag, dat het in 2020 aflopende Kyoto-protocol moet vervangen. Het nieuwe klimaatakkoord is voor alle landen juridisch bindend. Het moet de uitstoot van broeikasgassen terugdringen en de opwarming van de aarde beperken tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde.

De Europese Klimaatwet wet is een verordening. Dat betekent dat hij voor alle landen, provincies, regio's, waterschappen en gemeenten geldt. Om de reductie te bereiken zal Nederland ongeveer 52% reductie in 2030 moeten nastreven bleek uit de toelichting die Diederik Samson gaf op het plan "Fit for 55" in een commissiedebat.

In Nederland sloten bedrijven en organisaties voor de invulling van klimaatbeleid het Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord staan afspraken met 5 sectoren over de maatregelen om de klimaatdoelen te halen. Eén van de sectoren is mobiliteit. De mobiltieitstafel formuleerde bij het Klimaatakkoord de volgende visie:
  • Zorgeloze mobiliteit, voor alles en iedereen in 2050. Geen emissies, uitstekende bereikbaarheid toegankelijk voor jong en oud, arm en rijk, valide en mindervalide. Betaalbaar, veilig, comfortabel, makkelijk én gezond. Slimme, duurzame, compacte steden met optimale doorstroming van mensen en goederen. Mooie, leefbare en goed ontsloten gebieden en dorpen waarbij mobiliteit de schakel is tussen wonen, werken en vrije tijd;
  • Dit is de visie die de deelnemers aan de Mobiliteitstafel willen bereiken door in te zetten op een integrale benadering van het mobiliteitssysteem, waarbij alle modaliteiten en de infrastructuur optimaal worden ontwikkeld en benut én uiteindelijk alle modaliteiten schoon zijn. Hiermee wordt niet alleen voldaan aan de afspraken van Parijs, maar wordt ook een significante bijdrage geleverd aan de terugdringing van overige milieuschade.
Het gaat om een fundamentele modernisering van de Europese economie. Deze moet koolstofarm, energie- en grondstoffenefficiënt worden. In de tweede helft van de 21e eeuw moet er een evenwicht zijn tussen alle uitstoot van broeikasgassen en het vermogen van de natuur om ze te absorberen. Voor steden betekent dit dat het verkeer in de stad klimaat neutraal zal moeten zijn en er goede aansluitingen zullen moeten komen om CO2 neutraal transport voor de lange afstand te faciliteren. 

Om invulling te geven aan dit beleid introduceert het Klimaatakkoord een nieuw planfiguur: Regionale Mobiliteitsprogramma's (RMP). Hoe je invulling kunt geven aan deze RMP's lees je in de toolbox Regionaal Mobiliteitsprogramma

In het definitieve Klimaatakkoord is geen kwantitatief doel voor de sector mobiltieit genoemd. Die staan wel in het eerder met 40 organisaties afgesloten SER akkoord. Voor de CO2 uitstoot van verkeer en vervoer (excl. Zeescheepvaart en luchtvaart) in 2030 is een doelstelling van 25 Mton (-17% t.o.v. 1990) geformuleerd. In de Klimaat en Energieverkenning 2020 (KEV), wordt voor 2030 een prognose gegeven van 32 megaton.
 
  Met vastgesteld/voorgenomen beleid  Doelstelling mobiliteit Klimaatakkoord
2019
Doelstelling totaal
Europese Klimaatwet
2021
2012 37 (NEV 2014)    
2030 32 (KEV 2020) 25,0 (-22% tov 1990) -55% tov 1990
2050   Geen emissie Geen emissie
 
Ondanks de verwachte toename van de vervoersvolumes wordt in de centrale raming voor de mobiliteitssector tussen 2019 en 2030 een daling verwacht van de broeikasgasemissies van ongeveer 4 megaton. De uitstoot in 2030 wordt geraamd op 32 (bij een bandbreedte van 28 à 35) megaton CO₂-equivalenten. De daling is vooral toe te schrijven aan het toenemende aantal zuinige benzine- en dieselauto’s door de Europese normstelling en de sterke toename van het aantal elektrische auto’s, mede onder invloed van het nationale stimuleringsbeleid voor elektrisch rijden. Het aantal emissieloze auto’s in 2030 is geraamd op bijna 1 miljoen. Ook de verlaging van de maximumsnelheid op het hoofdwegennet naar 100 kilometer per uur gedurende de dag en de voorgenomen invoering van een vrachtautoheffing dragen bij aan de emissiereductie. Bron: KEV 2020



Regionale Energiestrategie

De ontwikkeling van het klimaat wordt voor een belangrijk deel bepaald door de uitstoot van CO2. Deze komt bij verkeer en vervoer vrij bij verbranding van fossiele brandstoffen, de energie waarmee nog steeds het meeste transport plaatsvindt. ​De sector mobiliteit en transport is 1 van de 4 functies die energie heeft:
 
bron: Rijk zonder CO2: naar een duurzame energievoorziening in 2050 van de Raad van de Leefomgeving en Infrastructuur, Rli, 2015

Transport van mensen en goederen is dan ook verantwoordelijk voor een kwart tot een derde van de totale CO2 emissie. Om CO2 emissie te reduceren is het daarom belangrijk dat transport uiteindelijk geen gebruik meer maakt van fossiele brandstoffen. Daarnaast zijn fossiele brandstoffen steeds schaarser en zijn we van andere landen afhankelijk voor de levering ervan. Reden genoeg om over te stappen op duurzamere bronnen van energie (lees meer hierover in "De transitie naar duurzame energie")
.
Elke gemeente, provincie en ook waterschap heeft een Regionale Energiestrategie (RES). De RES is een instrument om gezamenlijk te komen tot keuzes voor de opwekking van duurzame elektriciteit, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie infrastructuur.

Duurzame mobiliteit
Submenu openen

1. Klimaat- en energiebeleid

Scroll naar boven