5. Beleid, maatregelen, handreikingen, visies

Lees hieronder over beleid, maatregelen, handreikingen en visies en enkele praktische voorbeelden hiervan.

Energie-, klimaat- en luchtkwaliteitsbeleid gaan meestal goed samen. Wanneer voertuigen minder energie verbruiken stoten ze ook minder CO2 uit. Zeker als het voertuig gebruik maakt van schone alternatieven als aardgas of elektricitit verbruikt deze niet alleen minder energie, maar stoot ook minder schadelijke stoffenSoms kunnen maatregelen meerdere doelen dienen en daarmee meer opleveren dan andere maatregelen:
  1. Investeren in schone elektrische auto's levert meer op dan geluidsreductie (het plaatsen van geluidschermen niet);
  2. Accu's van elektrische auto's in een smart grid kunnen als een buffer werken voor (toekomstige) schommelingen in het aanbod en de vraag van elektriciteit;
  3. Groen gas en groene elektriciteit kunnen in de eigen regio worden geproduceerd wat weer goed is voor de regionale economie (olie kost alleen maar geld).

Handreikingen en visies
In het klimaatakkoord staat dat er regionale mobiliteitsprogramma's (RMP) komen. Hiervoor heeft CROW in samenwerking met IPO, VNG en DRIFT een aantal kennisproducten ontwikkeld:

Gericht op duurzame mobiliteit ontwikkelde CROW-KpVV eerder al:
 

Hieronder een overzicht van in het verleden ontwikkelde kennis gericht op duurzame mobiliteit:
 
Eigen wagenpark
Voor het berekenen van de emissie van bijvoorbeeld een wagenpark of arbeidsvoorwaardenregeling kan worden gebruik gemaakt van de CO2-prestatieladder. De CO2-emissiefactoren worden met een Green Deal uniform en actueel worden gehouden. 
 
Werkgeversaanpak
Gemeenten kunnen werken aan schonere voertuigen, modal shift en/of minder verkeer. Bijvoorbeeld door Het Nieuwe Werken te stimuleren bij werkgevers of door bewoners bewust te maken over vervoersalternatieven. Dat laatste zorgde in diverse steden voor een daling van het autoverkeer.
 
Brandstoffenvisie
Schonere voertuigen zijn belangrijk bij het terugdringen van de CO2-emissie. In de Brandstoffenvisie die uit het SER-akkoord voortkomt staat beschreven welke duurzame brandstoffen ingezet kunnen worden en hoe vervoersmiddelen efficiënter gemaakt kunnen worden om een bijdrage te leveren aan de klimaatdoelen en de verbetering van de leefomgeving, Enkele quotes uit deze visie:
  1. Om de doelen te bereiken zijn ongeveer 3 miljoen nul-emissievoertuigen nodig;
  2. Voor het wegvervoer werken de partners aan een transitie naar elektrische aandrijving gecombineerd met duurzame biobrandstoffen als lange termijn oplossing voor zwaar vervoer. Als overbruggingsoptie wordt er gewerkt aan hernieuwbaar gas. Dit wordt ondersteund met efficiencyverbeteringen. Voor de scheepvaart komt hier LNG bij;
  3. Rijden met nul-emissievoertuigen zorgt voor een gedeeltelijke ontkoppeling tussen mobiliteitsontwikkeling en de emissie van CO2, luchtverontreinigende stoffen en geluid. Voor veel consumenten en decentrale overheden staan de emissies vanwege gezondheids- en leefbaarheidseffecten centraal. De impact hiervan is in potentie zeer groot. Wel blijft de grondstoffenproblematiek bestaan en moeten brandstoffen ook duurzaam worden geproduceerd; 
  4. De sector Mobiliteit en Transport kan de vraag naar duurzame alternatieven in de huidige energiemix aanjagen;
  5. De toekomstige energievoorziening (2050) zal sterk zijn gebaseerd op duurzame energiebronnen zoals zon, wind, waterkracht en duurzame biomassa. De energievoorziening voor het vervoer gaat hierin mee. Doordat deze energie niet op afroep beschikbaar is, en vaak niet op het moment dat de vraag het grootst is, is één van de grootste uitdagingen het balanceren van vraag en aanbod. 
Onderstaande grafiek maakt duidelijk hoe de SER-partijen de transitie naar wegvervoer zonder fossiele brandstoffen voorzien:
 
 Bron: Een duurzame brandstoffenvisie met LEF, Ministerie van I&M, 2014  

Uit deze grafiek blijkt dat de transitie tot 2030 vooral gebaseerd is op het versterken van de huidige trend. Belangrijke factoren die de ontwikkeling daarna bepalen zijn:
  1. (het tempo van de) ontwikkeling van de elektrische autotechniek (accu’s, brandstofcellen), zowel qua prestatie als kosten, en;
  2. de mate waarin hernieuwbare brandstoffen beschikbaar kunnen komen en betaalbaar zijn.


Energietransitie

Vanuit de Rijksoverheid wordt gewerkt aan maatregelen om de transitie te faciliteren. Verschoning en besparing zijn sleutelbegrippen. Voor mobiliteit betekent dit dat wordt ingezet op minder automobiliteit en schoner vervoer. In het Energierapport 'Transitie naar duurzaam' zette het ministerie van Economische Zaken begin 2016 helder de beleidsvisie neer, onder andere in het hoofdstuk vervoer. Drie centrale uitgangspunten zijn:
  1. Aansturen op CO2-reductie;
  2. Verzilveren van de economische kansen die de energietransitie biedt;
  3. Integreren energie in het ruimtelijk beleid.
 
 
Gedrag
Gedragsmaatregelen zijn een belangrijk onderdeel van oplossingen gericht op schone voertuigen en de reductie van het aantal gereden autokilometers. Zo biedt de aanleg van een fietssnelweg een mooi moment om een maatregel te treffen gericht op de vervoerswijzekeuze. KpVV ontwikkelde een handreiking voor het ontwikkelen van gedragsgerichte maatregelen.

De sleutel naar een economie die minder afhankelijk is van olie ligt bij het consumentengedrag, niet bij de macro besluiten. De Europese Commissie waarschuwt voor ernstige tekorten voor 2020 en vindt dat consumenten meer doordrongen moeten worden van de noodzaak het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen. Uit onderzoek blijkt dat in Nederland de consument inmiddels wel doordrongen lijkt van de noodzaak. Zo wil 77% van de consumenten duurzame energie stimuleren en 40% vindt dat vervoer een sector is waar veranderingen nodig zijn:
 
 
 Bron: Ministerie van EZ
Klik om te vergroten

Ook blijkt dat voor veel mensen het stimuleren van de fiets, het OV, zuiniger rijgedrag, de elektrische auto en thuiswerken bespreekbare maatregelen zijn:
Bron: Ministerie van EZ
Klik om te vergroten
 

Voorbeelden van klimaatgericht mobiliteitsbeleid

Het is vaak onduidelijk hoe gemeenten hun ambities ten aanzien van klimaat of energie willen bereiken. Hoe dan ook raadt CROW-KpVV gemeenten aan om te onderzoeken hoe mobiliteit onderdeel kan worden van klimaat- en energiebeleid. En om klimaatdoelstellingen op te nemen in verkeersplannen. Dat gebeurt nog heel weinig, ook in gemeenten die CO2-neutraal willen zijn.Hieronder enkele gemeenten met een uitgewerkt klimaatbeleid:

Utrecht
Utrecht heeft de ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Er is geen afzonderlijke doelstelling voor de uitstoot van broeikasgassen van mobiliteit, maar er is wel (voorgenomen) klimaatbeleid op het gebied van mobiliteit verwoord in het actieplan schoon vervoer 2015-2020. Speerpunt is het stimuleren van elektrisch vervoer in alle vormen van mobiliteit: OV (bussen), e-scooters, e-bikes, stadsdistributie, auto’s en vaartuigen. Maatregelen gericht op klimaat zijn:
  • Uitbreiden van de openbare oplaadinfrastructuur, efficiënter gebruik hiervan en stimuleren van oplaadinfra bij bedrijven en particulieren;
  • Stimuleren van e-scooters (waar mogelijk in combinatie met de sloop van brandstof-scooters);
  • Ondersteunen van initiatieven van bewoners voor schone, duurzame mobiliteit en van initiatieven uit de markt - we benaderen bedrijven proactief en leveren hen maatwerk;
  • Inzet op autodelen en op de verschoning van de voertuigen die daarvoor worden ingezet;
  • Voornemen om alleen emissieloze boten toe te laten;
  • Het aanbieden van walstroom.
Utrecht won in 2015 de prijs voor de gemeente met het duurzaamste mobiliteitsysteem en in 2017 de duurzaamheidsscore voor de gemeenten met de duurzaamste mobiliteit. Zie verder het actieplan 'schoon vervoer Utrecht'.

Amsterdam
Amsterdam heeft de volgende klimaatdoelen al vastgelegd:
  • Een klimaatneutrale gemeentelijke organisatie in 2015;
  • 40% CO2-reductie in 2025 (ten opzichte van 1990);
  • 75% CO2-reductie in 2040 (ten opzichte van 1990).
  • Verkeer en vervoer moet hierbij een gelijke proportionele reductie bewerkstelligen. Om hier te komen heeft Amsterdam de volgende aantallen elektrische auto’s en scooters als doel:
    • 10.000 in 2015;
    • 40.000 in 2025;
    • 200.000 voor 2040.

Texel
Texel heeft, samen met de andere Waddeneilanden, de ambitie om in 2020 volledig zelfvoorzienend te zijn op het gebied van duurzame energie- en watervoorziening. Hierbij wordt gesteld dat de ambitie niet primair op klimaatbeleid is gericht, maar nog verder strekt; CO2-reductie door middel van afvang en opslag valt niet onder de mogelijkheden.
 
De volgende maatregelen zijn opgenomen in het uitvoeringsprogramma die bijdragen aan minder klimaatemissies:
  • Het aanbieden van de cursus “het nieuwe rijden” aan de bevolking en bedrijfsleven;
  • De introductie van alternatieve autobrandstoffen in de vorm van onder andere. biobrandstoffen wordt gestimuleerd;
  • Er wordt een onderzoek uitgevoerd naar de mogelijkheden om op de Waddeneilanden het openbaar vervoer:
    • Effectiever in te zetten;
    • Aantrekkelijker te maken t.o.v. eigen vervoer;
    • Voordeliger (gratis) te maken;
    • Het stimuleren van de aanschaf van energiezuinige taxi’s en bussen;
    • Het uitvoeren van een gezamenlijk onderzoek met als doel energiebesparing en het toepassen van duurzame brandstoffen te stimuleren.
Zie verder de energievisie en het uitvoeringsplan van Texel 

Breda
Een goed voorbeeld van een gemeente die expliciet beleid ontwikkelt gericht op het halen van de klimaatdoelstellingen is Breda. Met intensief beleid gericht op diverse doelgroepen kunnen zij de verwachtte groei omzetten in een daling, die leidt tot een nivo van voor 1990:
 
Bron: Klimaatbeleid voor mobiliteit, gemeente Breda (2012)
 
Ede
Een ander goed voorbeeld van een plan waar vanuit mobiliteitsambities worden geformuleerd voor klimaat en energie is het plan van de gemeente Ede:

Ambitie:
  • Stimuleren van duurzame mobiliteit;
  • Bevorderen van het gebruik van duurzame vervoerwijzen;
  • Stimuleren van het rijden op alternatieve brandstoffen;
  • Energie en klimaat nadrukkelijk meewegen bij het ontwerp of aanpassing van infrastructuur.
Wageningen
De gemeente Wageningen doet er nog een schepje bovenop. In de Routekaart naar klimaatneutraal formuleert de gemeente doelstellingen om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Voor mobiliteit formuleert de gemeente onder andere:
  • 20 % verschuiving van auto naar fiets of OV;
  • 50 % broeikasgasreductie door rijden op groengas, elektrisch rijden (of rijden op waterstof).
Vanuit mobiliteit formuleerde de gemeente de volgende visie:
 
‘De bereikbaarheid van Wageningen is belangrijk voor de leefbaarheid en een gezonde ontwikkeling van de stad. Dit vraagt om gericht beleid, dat rekening houdt met de maatschappelijke en technische ontwikkelingen voor de komende 20 tot 30 jaar. De raad beslist uiteindelijk over de visie. Het college heeft bij de visie aangegeven hoe daarmee om te gaan. De belangrijkste conclusies zijn:

1. Voor verplaatsingen tot ca. 20 kilometer wordt vooral de (elektrische) fiets gestimuleerd;
2. Voor de auto is vooral de aanpak van de Nijenoord Allee en de Mansholtlaan belangrijk. Binnen de stad wordt minder prioriteit aan de auto gegeven;
3. Het organiseren van het parkeren in en rond het centrum moet beter en slimmer.'

Duurzame mobiliteit
Submenu openen

5. Beleid, maatregelen, handreikingen, visies

Scroll naar boven