2. Nabijheid en voorzieningen

Hoe dichtbij bevinden onze nabije voorzieningen zich en welke trends zijn zichtbaar?

Supermarkt

In onderstaande grafiek is te zien dat de gemiddelde afstand tot een grote supermarkt het grootste is in de noordelijke provincies Friesland, Drenthe en Zeeland. Opvallend is dat de gemiddelde afstand in Nederland de afgelopen 10 jaar is gestegen. Nederlanders moeten gemiddeld 100 meter meer afleggen dan 10 jaar geleden. De provincies Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht, waar de grote steden zich bevinden, kennen de kleinste afstanden. Bijna acht op de tien Nederlanders hebben binnen een afstand van 1 kilometer minimaal 1 grote supermarkt (Compendium voor de Leefomgeving, 2016).
 

Afstand tot grote supermarkt
Klik om te vergroten
 
De gemiddelde afstand tot een grote supermarkt is in zeer sterk stedelijke gebieden bijna 2,5 keer korter dan in niet-stedelijke gebieden (zie onderstaande tabel). De top 50 gemeenten met de kortste afstanden scoren een gemiddelde afstand van tussen de 0,4 en 0,7 kilometer. Opvallend is dat Ameland de kortste afstand kent met een gemiddeld afstand van 0,48 kilometer en een stedelijkheidsgraad van 5. Een reden zou kunnen liggen in het grote aantal toeristen dat hier naast de inwoners ook veel boodschappen doet, waardoor er relatief veel supermarkten op Ameland zijn. Het is ook opvallend dat gemeenten met verschillende stedelijkheidsgraden voorkomen in de top. De top 15 gemeenten met de grootste afstanden scoren tussen de 1,8 en 2,5 km, waarbij Loppersum de hoogste gemiddelde afstand kent. Kennelijk kunnen ook in niet stedelijke gemeenten de afstanden beperkt zijn en in stedelijke gebieden de afstanden groot. 
 
  2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018
Zeer sterk stedelijk 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6
Sterk stedelijk 0,7 0,7 0,7 0,8 0,7 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
Matig stedelijk 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9
Weinig stedelijk 1,1 1,1 1,1 1,1 1,1 1,2 1,1 1,1 1,2 1,2
Niet stedelijk 1,4 1,4 1,4 1,4 1,4 1,5 1,5 1,5 1,5 1,6
Gemiddelde afstand tot een grote supermarkt per stedelijkheidsgraad 2009-2018

Ten opzichte van 2008 is de afstand in zeer sterk stedelijke matig en weinig stedelijke gebieden 15% gestegen. In 2018 is de afstand in niet-stedelijke gebieden sinds 2008 met 15% toegenomen. Dit kan komen door uitbreiding van de bebouwde gebieden, of door de herindeling van gemeenten of door het sluiten van supermarkten.

Ook de afstand tot warenhuizen en overige dagelijkse levensmiddelen is niet toegenomen. De leegloop van binnensteden wordt niet door deze statistiek weergegeven. Dat staat de leegstandsbarometer die de leegstand per gemeente weergeeft.
 
Veenstra (2008) vond een duidelijk verband tussen de ritlengte naar de supermarkt en de keuze van vervoer. Uit onderstaande figuur kan worden opgemaakt dat de auto de overhand heeft in de modal split bij een afstand van 1 km of langer. Het aandeel fietsen en lopen neemt sterk af boven deze afstand. Tussen de 0,5 en 1 km worden de meeste ritten met de fiets gemaakt (Veenstra, 2008).
 
 
Figuur: Verband ritlengte en vervoerwijzekeuze voor supermarktbezoeken
Klik om te vergroten
Bron: Veenstra (2008), bewerking: CROW-KpVV
 
Adviesbureau SOAB heeft onderzoek gedaan naar de relatie tussen het aandeel fiets in de modal split en dagelijkse boodschappen in de supermarkt. Volgens dit onderzoek reizen 40% van de bezoekers, die met de auto naar de supermarkt gaan, 2,5 km of verder. Bezoekers die te voet naar de supermarkt gaan lopen bijna nooit verder dan 2,5 km, terwijl 10% van de fietsers wel verder dan 2,5 km wil fietsen. Over het algemeen reist de meerderheid per modaliteit niet meer dan 10 minuten naar de supermarkt. Fietsers en voetgangers bezoeken de supermarkt vaak meer dan drie keer per week (28% en 37%), terwijl 54% van de supermarktbezoekers per auto maar 1 keer per week of minder naar de supermarkt gaat. Zoals is te zien in onderstaande figuur speelt voor bezoekers die te voet gaan de afstand een grote rol in hun keuze (55%). Fietsers hebben hun keuze gemaakt op basis van de snelheid (29%). Bij de keuze voor de auto is de bagage een belangrijk argument (61%) (SOAB Breda, 2010).
 

Figuur: Belangrijkste reden vervoerwijzekeuze naar vervoerwijze in het geval van supermarktbezoeken
Klik om te vergroten
Bron: SOAB Breda (2010), bewerking: CROW-KpVV

Voor beleidsmakers is het waarschijnlijk lastig het aandeel mensen wat met de auto naar de supermarkt gaat te beïnvloeden door de afstanden te beperken. Dit omdat daarmee het doorslaggevende argument van bagage nog steeds blijft gelden voor deze groep. Toch is voor 13% van deze groep afstand het belangrijkste argument en zou deze groep door kleinere afstanden te realiseren voor andere modaliteiten kunnen kiezen.


Ontwikkelingen bezorgdiensten op het gebied van boodschappen en maaltijden

Een ontwikkeling, die van invloed kan zijn op de nabijheid van supermarkten is de ingezette trend van bezorgdiensten, waarbij de consument online zijn boodschappen besteld en deze op een zelf gekozen moment worden thuisbezorgd. Volgens retaildeskundigen is het huidige marktaandeel van online boodschappen minder dan 1 procent (april 2016), maar het marktaandeel groeit op een tempo van 20 à 30% groei per jaar. Dit betekent dat het marktaandeel over 10 jaar 7% kan zijn. Qua omzet komt dit neer op 400 miljoen euro momenteel naar 3,4 miljard in 2025. Dit heeft waarschijnlijk ook als gevolg dat er 200-400 supermarktvestigingen gaan verdwijnen. Momenteel bieden bestaande supermarkten, zoals Albert Heijn en Jumbo, al een bezorgservice aan, maar er ontstaan ook nieuwe concepten, zoals Picnic, die geen fysieke winkels meer kent en alleen met elektrische voertuigen bezorgt. Aan deze trend kan ook de trend rond maaltijdboxen worden toegevoegd, waar ondertussen ook meerdere aanbieders van op de markt zijn.

Het is lastig te zeggen op welke manier dat exact van invloed is op nabijheid van supermarkten: bij het verdwijnen van supermarkten zal de gemiddelde afstand tot supermarkten waarschijnlijk hoger worden. Op basis van de hiervoor gepresenteerde statistieken voor de nabijheid van supermarkten blijkt dat deze trends momenteel nog niet terug te zien zijn in de cijfers. Aan de andere kant wordt de nabijheid van voorzieningen minder belangrijk, omdat een deel wordt opgevangen door het online bestellen en laten bezorgen. De vraag is echter of ook groepen als senioren in staat zijn mee te gaan in deze trend, aangezien dit ook om internetvaardigheden vraagt. Er zijn echter ook steeds meer maaltijdbezorgdiensten voor senioren, zoals Tafeltje Dekje.

Toekomst winkelgebieden
In recente jaren is veel te doen geweest over de toekomst van winkelgebieden, mede door de leegstand in veel winkelgebieden. Platform31 benoemt in het rapport ‘Winkelgebied van de toekomst - Bouwstenen voor publiek-private samenwerking’  de volgende belangrijke trends:
  • economische stagnatie;
  • omzetverschuivingen in offline en online winkels; 
  • toenemende winkelleegstand; 
  • digitalisering van de samenleving;
  • demografische transities; 
  • comeback van de (binnen)stad;
  • veranderende tijdsbesteding van consumenten en bewegingen in de horeca. 
 

Basisonderwijs

De afstand tot de school is een belangrijke verklaring voor de modal split van de schoolmobiliteit. 90% van de basisschoolleerlingen woont op loopafstand (1 kilometer) van school en 97% op fietsafstand (2 kilometer). Toch komt slechts twee derde te voet of per fiets, 30% wordt met de auto gebracht en slechts 17% van de basisschoolkinderen gaat zelfstandig naar school (Factsheet schoolmobiliteit en gedrag, CROW).

De gemiddelde afstand tot het basisonderwijs is met name van belang voor gezinnen met kinderen in de leeftijd 4-12 jaar. De gemiddelde afstand tot een basisschool is in niet-stedelijke gebieden ongeveer 60% hoger dan in sterk stedelijke gebieden, maar is in beide vallen niet hoog. Het landelijk gemiddelde ligt op 0,7 kilometer.
 
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Zeer sterk stedelijk 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5 0,5
Sterk stedelijk 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6
Matig stedelijk 0,6 0,6 0,6 0,6 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7
Weinig stedelijk 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
Niet stedelijk 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 0,9 1,0 1,0
Gemiddelde afstand tot een basisschool per mate van stedelijkheid

De afgelopen 10 jaar is de afstand naar de basisschool toegenomen, zowel in de (grote) steden als in de dorpen. In weinig tot niet stedelijke gebieden nam de afstand meer toe dan in stedelijke gebieden. Dit kan komen door uitbreiding van de bebouwde gebieden, of door de herindeling van gemeenten of door het sluiten van scholen.
 
De statistiek is niet gebaseerd op een steekproef, maar op berekening. Van een onnauwkeurigheid als gevolg van de steekproef is dus geen sprake. 

Uit de cijfers van het dashboard schoolmobiliteit blijkt ook dat het verschil in schoolafstand tussen stad en platteland klein is. Kinderen in de stad hebben de school om de hoek: 97% van de kinderen woont op minder dan 1 kilometer van een school. Opvallend is dat ook op het platteland de school voor 88,4% van de kinderen op maximaal 2 kilometer ligt. Bij de jonge scholieren (basisschoolleerlingen) zijn de afstanden overwegend kort: 15% woont op minder dan 500 m van school, 46% tussen de 500 en 1500 meter. Slechts 3% moet verder reizen dan 5 km.

Omdat vaak niet voor de dichtstbijzijnde school wordt gekozen is de werkelijk afgelegde afstand groter dan de afstand tot de dichtstbijzijnde school. De afstand tot school is echter wel een belangrijke factor in de schoolkeuze (Verwey-Jonker Instituut, 2010).
 
Traffic Test heeft voor Fietsberaad onderzoek gedaan naar het reisgedrag van leerlingen van de basisschool (Traffic Test, 2003). In onderstaande figuur is te zien wat de invloed van de afstand naar school op de vervoerswijze is. In de categorie kleiner dan 500 meter wordt het meest naar school gelopen, terwijl bij de andere twee categorieën (meer dan 500 meter) de fiets het belangrijkste vervoersmiddel is. De auto speelt alleen een belangrijke rol in de laatste categorie (meer dan 2 kilometer). 
 

Aandeel gebruikelijke vervoerwijze woon-schoolverkeer afgezet naar de afstand die van school
Klik om te vergroten
Bron: Traffic Test (2003), bewerking: CROW-KpVV
 
Uit het onderzoek van Traffic Test kwam naar voren dat de gemiddelde afstand huis-school 580m is voor de vervoerswijze lopen, 1440 m voor op de fiets naar school gaan en 2550 m wanneer de auto gebruikt wordt om de kinderen naar school te brengen.
 
Een andere rede voor de vervoerwijze is de leeftijd van een kind. Naarmate kinderen ouder worden neemt het aandeel auto in de vervoerswijze af. Onderstaande figuur geeft aan hoe het aandeel afneemt naarmate de leeftijd van kinderen toeneemt.
 

Percentage kinderen en vervoerswijze naar school naar leeftijd. Bron: XTNT (2014)
 
In onderstaande tabel is naast de modal split per afstandsklasse ook onderscheid gemaakt tussen zelfstandig en begeleid naar school gaan. Niet alle kinderen zijn oud genoeg om alleen naar school te gaan, maar er kunnen ook andere redenen zijn waarom kinderen door hun ouders gebracht worden. Zo kan de school op de route liggen van een ouder, die met de auto naar het werk gaat. Opmerkelijk is dat in de categorieën tot 2 kilometer het begeleid fietsen populairder is dan het zelfstandig fietsen.
 

Percentage van kinderen dat met vervoerwijze naar school gaat, afgezet tegen afstand naar school
Klik om te vergroten
Bron: Traffic Test (2003), bewerking: CROW-KpVV
 
Uit CBS data blijkt dat de gemeenten met de laagste gemiddelde afstand een afstand van rond de 0,5 km hebben. ’s-Gravenhage, Katwijk, Schiedam en Urk hebben de kortste gemiddelde afstand tot de basisschool, namelijk 0,4 km. In Baarle-Nassau is de afstand het langst, namelijk 1,7 km.


Ook verkeersveiligheid bepaalt vervoerwijze

De beleving van ouders van de verkeersonveiligheid is onder andere een belangrijke verklaring voor het halen en brengen van de kinderen. De ouders ervaren vooral knelpunten in de directe schoolomgeving (parkeersituatie bij de school), terwijl kinderen vaker knelpunten aangeven op de woon-schoolroute. Als ouders het gevoel hebben dat de schoolomgeving of de route naar school onveilig is, kan er lokaal een negatieve spiraal ontstaan: meer ouders halen en brengen de kinderen met de auto. Dat vergroot de subjectieve onveiligheid en zorgt voor een zelfversterkend effect. Verder is het sociaal acceptabel om je kinderen met de auto naar school te brengen. 

Een verhoogde schoolmobiliteit per voet/fiets is goed voor:
  1. milieu (minder uitstoot van autoverkeer);
  2. veiligheid (minder parkeerdrukte bij de school);
  3. beweging (minder overgewicht, betere conditie en lenigheid);
  4. zelfstandigheid van kinderen in het verkeer (meer fietsvaardigheid en verkeerservaring voor de middelbare school).
De factsheet gaat uitgebreid in op de verschillende aspecten van schoolmobiliteit. 
 
Wanneer gekeken wordt naar de mate van stedelijkheid valt op dat kinderen in matig tot niet stedelijke gebieden zowel lopend als fietsend veel vaker zelfstandig naar school gaan dan in (zeer) sterk stedelijke gebieden (zie onderstaande tabel). Daarnaast is het opvallend dat het gebruik van de auto zowel hoog is in sterk stedelijke gebieden als weinig en niet stedelijke gebieden. Bij de weinig en niet stedelijke gebieden kan dit verklaard worden door de afstand tot de school, bij de sterk stedelijke gebieden speelt de verkeersonveiligheid een rol. De afstand is niet altijd de bepalende factor. Op scholen worden aan de andere kant vaak maatregelen genomen en campagnes gevoerd om het aandeel van de auto terug te dringen, juist om de verkeersveiligheid te verbeteren.

Hoewel het gemiddelde aandeel van de auto relatief klein (12%) is ten opzichte van de andere modaliteiten kan het wel tot verkeersonveilige situaties leiden rond scholen. Het halen en brengen op vaste tijdstippen zorgt namelijk voor een piekbelasting van de infrastructuur rond de school. De verkeersituatie rondom de school is sterk afhankelijk van het aantal kinderen wat gebracht wordt met de auto. De gemeente kan  de verkeersituatie direct rondom de school verbeteren. Dit zorgt ervoor dat ouders de situatie rondom de school als veiliger ervaren,  waardoor minder kinderen met de auto gebracht worden, wat de werkelijke verkeersveiligheid ten goede komt. 

Merk op dat de percentages niet optellen tot 100%. Dit komt omdat de tabel de percentages geeft voor het aandeel kinderen wat altijd op een bepaalde manier reist. Het overige deel van de kinderen komt niet altijd op dezelfde manier naar school, maar zal de ene keer bijvoorbeeld lopen en de andere keer gebracht worden.
 

Klik om te vergroten
Bron: Traffic Test (2003); bewerking: CROW-KpVV


Voortgezet onderwijs

Nederlanders wonen op gemiddeld 2,4 kilometer van de dichtstbijzijnde school voor voortgezet onderwijs. Ruim 85% van de inwoners heeft minimaal één school binnen een afstand van 5 kilometer. Volgens onderzoek van het RIVM gaat 75% van de scholieren op de fiets naar de middelbare school, 16% reist met het openbaar vervoer, 6% gaat met de brommer of scooter en 3% wordt gebracht met de auto (RIVM, 2007). Dat het aandeel van de fiets zo hoog is kan verklaard worden door het feit dat jongeren onder de 18 nog niet zelfstandig met de auto naar school kunnen. Tegelijkertijd hebben ze de leeftijd om zelfstandig deze afstanden af te leggen in plaats van begeleid door een volwassene, zoals vaak op de basisschool nog wel gebeurt. In onderstaande tabel is de modal split gegeven voor de afstanden kleiner dan 5 km en groter dan 5 km. Hierin komt ook de sterke plaats van de fiets op de lange afstand naar voren.
 

Klik om te vergroten
Bron: Van Goeverden en De Boer (2008), bewerking: CROW-KpVV
 
Ruim een helft van de leerlingen woont op een afstand van 0 tot 5 kilometer van school, terwijl 38% tussen de 6 en 15 kilometer moet afleggen om op school te komen. Nog eens 6% reist tussen de 16 en 30 kilometer en slechts 2% reist meer dan 30 kilometer (Van Goeverden en De Boer, 2008).
 
De gemiddelde afstand in niet stedelijke gebieden is bijna 5 keer zo groot als de gemiddelde afstand tot een middelbare school in zeer sterk stedelijke gebieden. Het landelijk gemiddelde is 3,3 kilometer. Op gemeenteniveau scoort Schiermonnikoog opvallend het beste met een gemiddelde afstand van 0,5 kilometer, gevolgd door Vlieland met 0,6 km. In de gemeente Noord-Beveland moeten scholieren gemiddeld 14 km fietsen om op school te komen.
 
  2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017
Zeer sterk stedelijk 1,2 1,2 1,2 1,2 1,1 1,2 1,2 1,2 1,2 1,2
Sterk stedelijk 1,7 1,7 1,7 1,7 1,7 1,7 1,7 1,8 1,8 1,8
Matig stedelijk 2,1 2,1 2,1 2,2 2,2 2,2 2,3 2,3 2,3 2,3
Weinig stedelijk 3,5 3,5 3,5 3,6 3,6 3,7 3,7 3,7 3,7 3,7
Niet stedelijk 5,6 5,7 5,7 5,7 5,8 5,8 5,8 5,7 5,7 5,7

Overal lijkt de afstand tot de middelbare school iets groter te worden, behalve in de niet stedelijke gemeenten. Dit kan komen uitbreiding van de bebouwde gebieden, of door de herindeling van gemeenten of door het sluiten van scholen.

In onderstaande figuur is het verschil per type middelbare school weergegeven. De afstand tot VMBO-scholen is in alle provincies korter dan naar HAVO/VWO scholen. In de minder stedelijke provincies is het verschil tussen de twee typen middelbare scholen groter dan in de meer stedelijke provincies.

Afstand tot voortgezet onderwijs per provincie, schooljaar 2011-2012
Klik om te vergroten

 

Huisartsen

Volgens het Compendium voor de Leefomgeving woonden Nederlanders in 2015 op gemiddeld 1 kilometer afstand van de dichtstbijzijnde huisarts (100 meter meer dan in 2011). Dit wil niet meteen zeggen dat deze huisarts ook de daadwerkelijke huisarts is. Omdat er voor huisartsen een inspanningsverplichting geldt om in noodgevallen binnen 15 minuten bij iemand thuis te kunnen zijn, zal de afstand tot een huisarts relatief kort zijn. Nederlanders kunnen binnen een straal van 1 kilometer gemiddeld uit twee huisartsenpraktijken kiezen, binnen een straal van 3 kilometer zijn dit loopt dit op tot ruim 9.
 
Zoals in onderstaande figuur is weergegeven is de afstand in het noordoostelijke deel van Nederland over het algemeen groter in vergelijking met de rest van Nederland.

Klik om te vergroten

Ten opzichte van 2012 neemt de afstand in meerder gemeenten toe zoals blijkt uit onderstaande vergelijking:
 

Klik om te vergroten
 
Gemiddeld is de afstand tot de dichtstbijzijnde huisartsenpraktijk het verst in het (noord-)oosten van het Nederland.  De gemeente met de grootste afstand tot een huisartsenpraktijk is echter Texel met 2,7 km. In de drie grote gemeenten in het westen (Amsterdam, Leiden en Den Haag) is de gemiddelde afstand tot een huisartsenpraktijk met 0,5 kilometer het kleinst. Daarnaast zijn Amsterdam en Den Haag ook koploper voor wat betreft het aantal praktijken (zie onderstaande tabel en figuur). De inwoners van deze steden kunnen kiezen uit gemiddeld 35 huisartspraktijken binnen 3 km. In Leiden is dit 23 huisartsenpraktijken binnen 3 km. 
 
Amsterdam 0,5 2,8
Delft 0,5 2,5
Den Haag 0,5 2,5
Leiden 0,5 2,3
Rotterdam 0,6 2,3
Schiermonnikoog 0,5 2,2
Vlaardingen 0,6 2,2
Amstelveen 0,8 2,2
Beverwijk 0,6 2,2
Diemen 0,7 2,1

 
 
Bron: Compendium voor de Leefomgeving
Klik om te vergroten

Uit onderstaande tabel blijkt dat de afstand sterk verschilt per stedelijkheidsklasse.
  2007 2009 2011 2013 2015
Zeer sterk stedelijk 0,6 0,5 0,6 0,6 0,6
Sterk stedelijk 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
Matig stedelijk 0,9 0,9 1,0 1,0 1,0
Weinig stedelijk 1,2 1,2 1,3 1,3 1,3
Niet stedelijk 1,5 1,5 1,6 1,5 1,5

Overal lijkt de afstand tot een huisartsenpraktijk iets groter te worden, behalve in de niet stedelijke gemeenten. Dit kan komen door uitbreiding van de bebouwde gebieden, of door het sluiten van praktijken.
 
  2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 2016
Zeer sterk stedelijk 0,6 0,5 0,5 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6 0,6
Sterk stedelijk 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8 0,8
Matig stedelijk 0,9 0,9 0,9 0,9 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0 1,0
Weinig stedelijk 1,2 1,2 1,2 1,2 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3 1,3
Niet stedelijk 1,5 1,5 1,5 1,6 1,6 1,5 1,5 1,5 1,5 1,6

Zorg

Op basis van CBS gegevens is in onderstaande tabel aangegeven welke 10 gemeenten de kortste afstand tot een ziekenhuis kennen en in welke 10 gemeenten de burgers het langste traject moeten afleggen naar een ziekenhuis. Sliedrecht heeft gemiddeld de kortste afstand tot een ziekenhuis: 1,5 km in 2015. In 2012 was dit nog 1,4 km. Opvallende daler is Gouda; deze gemeente scoorde in 2012 nog een 2e plaats met 1,7 km en is nu gezakt naar plaats 7 met 2,1 km. Texel heeft ook geen ziekenhuis, maar valt met een gemiddelde afstand van 16,6 niet onder de 10 slechts scorende gemeenten.

 
 
Gemiddelde afstand tot een ziekenhuis (excl. buitenpolikliniek) per stedelijkheidsklasse
Klik om te vergroten
 
Overal lijkt de afstand tot een ziekenhuis groter te worden. Dit kan komen door uitbreiding van de bebouwde gebieden, of door de herindeling van gemeenten of door het sluiten van ziekenhuizen. Een ziekenhuis dicht in de buurt voorkomt autokilometers. Wel zijn er natuurlijk andere overwegingen die een rol spelen bij de centralisatie van de zorg, zoals kosten en kwaliteit van de geleverde diensten.

Duurzame mobiliteit
Submenu openen

2. Nabijheid en voorzieningen

Scroll naar boven