4. Knooppuntontwikkeling

Knooppuntontwikkeling heeft te maken met vernieuwde politieke aandacht. Wat is knooppuntontwikkeling en hoe draagt het bij aan duurzame mobiliteit?

Tot 2030 moeten er 700.000 woningen bijgebouwd worden.  De plek van deze woningen bepaalt in belangrijke mate de omvang en duurzaamheid van de gebruikte mobiliteit. Om te voldoen aan de afspraken in het klimaatakkoord is daarom een duurzame invulling van gebiedsontwikkeling nodig.
Duurzame gebiedsontwikkeling definiëren we als ‘een ontwikkeling van een gebied dat uit meer bestaat dan een enkele ontwikkeling en dat in alle opzichten een goede en aangename plek is om te leven, te werken en/of te recreëren zonder afwenteling van problemen naar elders en later, waarbij de verhouding tussen investeringen en opbrengsten in balans is’.
Duurzame gebiedsontwikkeling levert een bijdrage aan de doelen zoals opgesteld in de Omgevingswet:

  • Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit.
  • Het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
  Leer meer hierover in de brochure van de ‘Handreiking mobiliteit en duurzame gebiedsontwikkeling’.

 
Knooppuntontwikkeling
In de Ontwerp Nationale Omgevingsvisie is de keuze gemaakt voor duurzame ontwikkeling door een samenhangende aanpak van wonen, werken, mobiliteit, gezondheid en leefomgevingskwaliteit. Voor nieuwe verstedelijking dient in eerste instantie gekozen te worden voor locaties die “het beste scoren uit een oogpunt van nabijheid/of goede aansluiting op het (bestaande of door te ontwikkelen) (OV-)netwerk. Gebieden nabij en rondom OV-knooppunten worden optimaal benut als geconcentreerde woon- en werklocaties.”
Het in beeld brengen van ruimtelijke- en bereikbaarheidsdata en deze vervolgens met elkaar verbinden kan leiden tot nieuwe inzichten over het optimaal benutten van OV-knooppunten. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft in 2018 het ‘Handelingsperspectief ov-knooppunten’ opgesteld. Een methode die kan helpen bij het in beeld krijgen van het huidige en toekomstige functioneren van een ov-knooppunt en zijn omgeving. Je vind het handelingsperspectief hier:

 
Transit Oriented Development
Met de Omgevingsvisie kiest het Rijk ook voor TOD:
 
TOD staat voor Transit Oriented Development. Waar knooppuntontwikkeling gaat over de plek zelf, de ontwikkeling van de locatie, gaat TOD juist over het netwerk. De kern van TOD is dat je het gehele netwerk benut om de verstedelijking te organiseren; gebieden waar ruimtelijk programma en mobiliteitsconcepten samenkomen. Hoogwaardig openbaar vervoer is een essentieel element voor TOD. TOD is gericht op (duurzame) gebiedsontwikkeling waarbij het niet alleen gaat om het beter benutten van infrastructuur en mobiliteitsconcepten (trein, tram, metro, bus, (deel)fiets, (deel)auto, et cetera) maar ook het beter benutten van gebieden en het ruimtelijk programma (zoals woningbouw, bedrijvigheid, recreatie) rondom knooppunten.

Deze aanpak wordt in verschillende delen van Nederland al nagestreefd. Zuid-Holland was met Stedenbaan de eerste provincie waarin afspraken zijn gemaakt over de afstemming tussen ruimtelijke ontwikkeling en ov-infrastructuur. Maar inmiddels zijn er velen gevolgd. Er zijn diverse instrumenten ontwikkeld om het beleid  te ondersteunen. TOD stelt openbaar vervoer centraal in de ontwikkeling en herstructurering van gebieden en knooppunten. Klik hier voor de factsheet over TOD en knooppunten.
 
Mobiliteitshubs
Een mobiliteitshub is een knooppunt in een multimodaal mobiliteitsnetwerk. Op dit knooppunt komen verschillende vervoerswijzen en hun infrastructuur, groottes en schaalniveaus samen. Een hub fungeert als begin-, eind- of overstappunt in de reis. Daarbij is een onderscheid te maken tussen vervoerstromen van personen en vervoerstromen van goederen (logistiek en stadsdistributie), die kunnen overlappen.
Het betreft hierbij ook nieuwe mobiliteitsvormen  als (elektrische) (deel-)auto’s en Mobility as a Service, waarin er afhankelijk van de reis, de beschikbare middelen en de voorkeuren van de individuele reiziger gekozen kan worden voor de op dat moment best beschikbare reis. Om op die manier optimaal te kunnen voorzien in de vraag van de reiziger, als ook het optimaal faciliteren van de overstap, iets dat toch als kwalijkste punt wordt gezien binnen de (openbaar vervoers-)reis.
Naast de vervoersfunctie staan in een mobiliteitshub de verblijfskwaliteit en beleving van de gebruiker centraal. Het gaat nadrukkelijk niet alleen om de reiziger, omdat reizen niet noodzakelijkerwijs de reden hoeft te zijn om gebruik te maken van een hub/knooppunt. De verblijfskwaliteit als punt omdat een knooppunt (of mobiliteitshub) meer is dan slecht een vertrek-, overstap- of eindpunt, maar zeker ook als verblijfsplek.  Dit vraagt ons na te denken over nieuwe manieren van vervoer, waar automobiliteit niet altijd vanzelfsprekend is, en het bundelen van functies. Het zijn die plekken waar in de toekomst functies van wonen, werken en recreëren bij elkaar komen, meer dan nu al het geval is. Aangevuld met gezonde, leefbare en prettige plekken met voldoende voorzieningen om (langdurig) te kunnen verblijven.
Er onstaat zo een matrix:
 
  gebruiker voorzieningen realistatie*)
mobiliteit      
logistiek      
ruimte      
energie      
economie      
*) Bij realisatie gaat het o.a. om aspecten als investeren, beheer & onderhoud, exploitatie, businesscases (incl fasering)

Naast deze inhoudelijke indeling zijn bij het ontwikkelen van mobiliteitshubs natuurlijk ook procesfactoren van belang, zoals de noodzakelijke samenwerking om tot de gewenste knooppunten en mobiliteitshubs te komen.

Duurzame mobiliteit
Submenu openen

4. Knooppuntontwikkeling

Scroll naar boven