Initiatieven die mogelijk zijn binnen de bestaande taxi- en OV-regelgeving

  • Auteur: Overlegorgaan Infrastructuur en Milieu (OIM)
  • Bron: Overlegorgaan Infrastructuur en Milieu (OIM)
  • Type: Kennispagina
  • Onderwerp(en): Doelgroepenvervoer

Overzicht van nieuwe initiatieven die binnen de huidige taxi- en OV-regelgeving mogelijk zijn. De inhoud is samengesteld door een werkgroep van het Ministerie van IenM.

Initiatieven die mogelijk zijn binnen de bestaande taxi- en OV-regelgeving 

Op deze pagina vindt u een overzicht van nieuwe initiatieven die binnen de huidige taxi- en OV-regelgeving mogelijk zijn. 

  • Inzet particuliere auto voor taxivervoer
  • Vervoer van patiënten die thuis verzorgd worden zonder eisen van taxivervoer
  • Hanteren van vaste tarieven
  • Zitplaatsverkoop in taxi
  • Combineren taxivervoer met pakketdienst
  • Platform/app voor vrijwilligers
  • Personenvervoer met auto’s tegen vergoeding door ziekenhuis voor patiënten

 

Inzet particuliere auto voor taxivervoer

De Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) stelt eisen aan voertuig, chauffeur en ondernemer als sprake is van betaald personenvervoer. De RDW moet het voertuig waarmee personenvervoer wordt uitgevoerd goedgekeurd hebben als taxi.

Een voertuig dat is goedgekeurd voor taxivervoer krijgt een blauwe kentekenplaat. Als ook aan de overige eisen voor het verrichten van taxivervoer wordt voldaan, is het toegestaan taxivervoer te verrichten met dat voertuig. De RDW hanteert algemene voertuigeisen en stelt geen eisen aan merk of type. Het voertuig is dan toegelaten op de openbare weg. Dat maakt het mogelijk het voertuig ook voor andere doeleinden te gebruiken, waaronder privégebruik.

Voor taxivoertuigen kan een bijzonder fiscaal regime gelden. Zo kan het voertuig vrijgesteld worden van BPM (zie www.belastingdienst.nl). Als voorwaarde geldt dat het voertuig minimaal 90% van de gereden kilometers is ingezet voor taxivervoer. Gereden kilometers voor andere doeleinden, waaronder privékilometers of goederenvervoer, vallen onder de overige 10%. De fiscale voordelen zijn echter niet verplicht. Het is de keuze van de ondernemer om hier gebruik van te maken.

Conclusie: de voertuigkeuring taxivoertuig kent geen specifieke eisen voor merk of type auto. Voor het verrichten van taxivervoer is een taxikeuring wel verplicht. Deze voertuigeisen staan privégebruik niet in de weg.

Vervoer van patiënten die thuis verzorgd worden zonder eisen van taxivervoer

In artikel 2 van het Besluit personenvervoer 2000 (Bp2000) staat een aantal uitzonderingsgevallen, waarvoor Wp2000 en de daarin geformuleerde eisen aan chauffeur, voertuig en ondernemer niet gelden. Onderstaand voorbeeld is een van die uitzonderingen:

‘Vervoer met auto's, voor eigen rekening en risico verricht door ondernemingen ten behoeve van hun werknemers, onderwijsinstellingen ten behoeve van hun leerlingen, kindercentra ten behoeve van kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, tehuizen ten behoeve van hun vaste bewoners, alsmede verpleeginrichtingen, psychiatrische instellingen, medische verzorgingstehuizen, medische dagverblijven of soortgelijke instellingen ten behoeve van hun patiënten.’

Deze bepaling valt bij personenvervoer voor patiënten die thuis verzorgd worden uiteen in 4 criteria waaraan het vervoer moet voldoen om buiten toepassing van de wet te vallen:

  1. Het vervoer moet met auto’s gebeuren.
  2. Het vervoer moet voor eigen rekening en risico zijn van de instelling.
  3. Het vervoer moet door verpleeginrichtingen, psychiatrische instellingen, medische verzorgingstehuizen, medische dagverblijven of soortgelijke instellingen gebeuren.
  4. Het vervoer moet voor patiënten zijn.

De term instelling lijkt uit te gaan van een fysieke omgeving waar patiënten al dan niet tijdelijk verblijven. De term patiënt impliceert dat het gaat om instellingen die zorg verlenen. Maar tegenwoordig ontvangen veel patiënten zorg aan huis. Instellingen die naast zorg aan huis ook vervoer voor hun patiënten aanbieden, kunnen vallen onder de uitzonderingscategorie van de Wp2000.

Conclusie: instellingen die zorg aan huis bieden, kunnen voor hun patiënten vallen onder de uitzonderingscategorie in de Wp2000, mits het vervoer per auto voor eigen rekening en risico van de instelling is.

Hanteren van maximumtarieven

In de regeling Maximumtarieven en bekendmaking tarieven taxivervoer staat de verplichte tariefsopbouw als gebruik wordt gemaakt van de taxameter. Dit zijn de maximumtarieven. De regeling maakt in artikel 1 onder 3 een expliciete uitzondering voor vooraf afgesproken vaste tarieven.

Uitgangspunt is dat de consument voor het wegrijden voldoende zicht heeft op het eindbedrag bij de aankomst op bestemming. Dit kan een variabel bedrag zijn, waarbij de bestanddelen vooraf bekend zijn of een vooraf overeengekomen vast bedrag. Bij een bedrag bestaande uit variabele factoren, zoals afstand of stilstaan, moet de daarvoor geijkte taxameter worden gebruikt. Bij een vast tarief komt het vooraf overeengekomen bedrag automatisch overeen met het eindbedrag op het ritbewijs. Variabele omstandigheden tijdens de rit spelen geen rol. Onverwachte omstandigheden, zoals file of omrijden, zijn in dat geval het risico van de chauffeur of ondernemer.

Conclusie: de vervoerder kan kiezen om een variabel tarief of vast tarief te hanteren. Bij een variabel tarief moet hij de taxameter gebruiken. Een vast tarief moet voor de rit met de consument zijn afgesproken en kan gedurende de rit niet worden aangepast. De ritprijs staat vermeld op het verplicht aan te bieden ritbewijs.

Zitplaatsverkoop in taxi 

In de regeling Maximumtarieven en bekendmaking tarieven taxivervoer staat de verplichte tariefsopbouw als gebruik wordt gemaakt van de taxameter. Dit zijn maximumtarieven. De regeling maakt in artikel 1 onder 3 een expliciete uitzondering voor een vooraf afgesproken tarief per zitplaats mogelijk.

In artikel 1c onder 5 van dezelfde regeling is ook rekening gehouden met een alternatieve wijze om het ritbewijs aan te bieden:

‘Indien door de taxivervoerder en de consument toepassing wordt gegeven aan artikel 1, vijfde of zesde lid, dan wel sprake is van taxivervoer met meerdere personen met meerdere opstapadressen dan wel meerdere bestemmingen, wordt het daarmee verbandhoudende tarief met de daarmee verbandhoudende eindprijs voor de betrokken consument ofwel vermeld op het in het eerste lid bedoelde totale ritbewijs ofwel op een afzonderlijk ritbewijs. Het laatstbedoelde ritbewijs mag tevens handgeschreven zijn mits duidelijk leesbaar en kenbaar, en mag voor de in dit lid bedoelde onderwerpen deel uitmaken van het in het eerste lid bedoelde ritbewijs.’

Conclusie: het is mogelijk om een vast tarief per zitplaats te hanteren. De wet maakt hiervoor zelfs een uitzondering mogelijk op het automatisch gegenereerde ritbewijs.

Combineren taxivervoer met pakketdienst

De Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) stelt eisen aan voertuig, chauffeur en ondernemer als sprake is van betaald personenvervoer. De RDW moet het voertuig waarmee personenvervoer wordt uitgevoerd goedgekeurd hebben als taxi.

Als een voertuig is goedgekeurd voor taxivervoer en aan de overige eisen voor het verrichten van taxivervoer wordt voldaan, is het toegestaan taxivervoer te verrichten met dat voertuig. Het voertuig is dan toegelaten op de openbare weg. Dat maakt het mogelijk het voertuig ook voor andere doeleinden te gebruiken, zoals privégebruik of het vervoeren van pakketten.

Voor taxivoertuigen kan een bijzonder fiscaal regime gelden. Zo kan het voertuig vrijgesteld worden van BPM (zie www.belastingdienst.nl). Als voorwaarde geldt dat het voertuig minimaal 90% van de gereden kilometers is ingezet voor taxivervoer. Gereden kilometers voor andere doeleinden, waaronder privékilometers of goederenvervoer, vallen onder de overige 10%. De fiscale voordelen zijn echter niet verplicht. Het is de keuze van de ondernemer om hier gebruik van te maken.

Conclusie: voor taxivervoer stelt de Wp2000 eisen aan voertuig, chauffeur en ondernemer. Deze eisen staan (beperkt) ander gebruik van het voertuig niet in de weg.


Platform of app voor vrijwilligers

De Wet personenvervoer 2000 (Wp2000) stelt geen eisen aan platforms of apps die vraag en aanbod bij elkaar brengen. Een vrijwilligersorganisatie kan ook van deze technische mogelijkheden gebruikmaken. 

Vrijwilligersvervoer is mogelijk als het vervoer wordt aangeboden zonder uitoefening van beroep of bedrijf en de som van de betalingen voor dat vervoer de kosten van de auto en eventuele bijkomende kosten voor dat vervoer niet te boven gaat. Met bijkomende kosten wordt gedoeld op een onkostenvergoeding voor vrijwilligersorganisatie en vrijwilliger. 

Conclusie: als het vervoer aan bovenstaande eisen voldoet, gelden de eisen van de wet niet.

Personenvervoer met auto’s tegen vergoeding door ziekenhuis voor patiënten

In artikel 2 van het Besluit personenvervoer 2000 (Bp2000) staat een aantal uitzonderingsgevallen, waarvoor de Wp2000 en de daarin geformuleerde eisen aan chauffeur, voertuig en ondernemer niet gelden.  Onderstaand voorbeeld is een van die uitzonderingen:

‘Vervoer met auto's, voor eigen rekening en risico verricht door ondernemingen ten behoeve van hun werknemers, onderwijsinstellingen ten behoeve van hun leerlingen, kindercentra ten behoeve van kinderopvang als bedoeld in artikel 1.1. van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, tehuizen ten behoeve van hun vaste bewoners, alsmede verpleeginrichtingen, psychiatrische instellingen, medische verzorgingstehuizen, medische dagverblijven of soortgelijke instellingen ten behoeve van hun patiënten.’

Een ziekenhuis valt onder een soortgelijke instelling die vervoer biedt aan patiënten, mits dit vervoer geschiedt voor eigen rekening en risico. Met eigen rekening en risico wordt bedoeld dat het ziekenhuis verantwoordelijk is voor het vervoer van de patiënten. Als de verantwoordelijkheid bij de chauffeur of een andere organisatie ligt, valt het vervoer niet onder de uitzondering en moet aan de eisen voor taxivervoer worden voldaan.

Dit houdt in dat een ziekenhuis met eigen vervoersmiddelen mag rijden of vervoersmiddelen mag huren of leasen. Bovendien mag de chauffeur vrijwilliger, zelfstandige of een medewerker in loondienst zijn, zolang het ziekenhuis vervoer aanbiedt voor eigen rekening en risico.

Conclusie: als de vervoersdienst aan bovenstaande eisen voldoet, valt een dergelijke vervoersdienst buiten de wettelijke vereisten voor chauffeur, voertuig en ondernemer. Ook de tariefstelling kan naar eigen inzicht worden bepaald.

© Copyright 2014 CROW