Maaien beeldkwaliteit A, met een ondergrond beeldkwaliteit C. En dan? 1 apr 2020

    Een aannemer verkrijgt opdracht om op basis van een beeldbestek gras te maaien op kwaliteitsniveau A conform de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (KOR 2018). De ondergrond blijkt in de praktijk evenwel oneffen en hobbelig, vergelijkbaar met kwaliteitsniveau C. De aannemer moet daardoor meer kosten maken om het gras op de gevraagde beeldkwaliteit A te brengen, bijvoorbeeld door andere en/of intensievere inzet van materieel en personeel. De vraag die dan rijst is of de aannemer recht heeft op vergoeding van deze extra kosten.

    Bestek dient alle relevantie informatie te bevatten
    Er is geen expliciete bepaling in de Standaard RAW bepalingen 2015 (hierna: RAW 2015) dat de ondergrond een zelfde kwaliteitsniveau moet hebben als de bestekspost. Dat is wellicht ook gelijk de reden dat deze discussie vrij regelmatig gevoerd wordt tussen opdrachtgevers en aannemers.
    Maar op grond van de RAW 2015 is het wel zo dat de aannemer redelijkerwijs mag verwachten dat de werkzaamheden behorend bij een bepaalde beeldkwaliteit uitgevoerd kunnen worden met het te verwachten en/of gebruikelijke materieel en de te verwachten en/of gebruikelijke inzet. De aannemer behoeft dan ook niet te verwachten dat de ondergrond van het grasveld bijvoorbeeld vol gaten en kuilen ligt die behoort bij beeldkwaliteit C, omdat de aannemer dan niet met het te verwachten / gebruikelijke materieel en inzet zijn maaiwerkzaamheden kan uitvoeren. In dat kader is artikel 01.24.02 RAW 2015 van belang, waarin staat dat het bestek alle relevante informatie bevat die van belang is voor de uitvoering van de werkzaamheden:


    Het ligt dan ook op de weg van de opdrachtgever om vooraf te melden in het bestek dat sprake is van een ondergrond met kwaliteit C. En gebeurt dat niet, dan is dit de eerste grond om aanvullende werkzaamheden / extra inzet vergoed te krijgen.

    Beoordeling bij aanvang werk
    De tweede grond is te vinden in artikel 51.24.01 van de RAW 2015 waarin uiteen is gezet dat de aannemer voorafgaand aan de maaiwerkzaamheden de mogelijkheid heeft de grasvelden te beoordelen op eventuele beschadiging van de grasvegetatie of de ondergrond, die de kwaliteit van het maaien negatief zal beïnvloeden:


    Vergelijk ook artikel 01.24.05 lid 02 van de RAW 2015 waarin een meer algemene bepaling is opgenomen dat de aannemer bij aanvang van het werk mag controleren of het te onderhouden gebied wel voldoet aan het voorgeschreven kwaliteitsniveau:


    Op basis van dit artikel is de termijn voor melden afwijkend kwaliteitsniveau zelfs acht maanden, indien vanwege de aard of omstandigheden van het werk de afwijkingen niet eerder konden worden beoordeeld. Zie ook artikel 01.24.05 lid 07 RAW 2015:



    De handleiding bij de RAW 2015 geeft bij artikel 51.24.01 RAW 2015 aan dat - indien nodig - in overleg met de opdrachtgever moet worden afgesproken welke aanvullende werkzaamheden zullen moeten worden verricht naar aanleiding van de vastgestelde omstandigheden die het maaien negatief kunnen beïnvloeden:


    En aanvullende werkzaamheden leidt tot verrekening van meer- en minderwerk conform paragraaf 35 lid 1 sub a en paragraaf 36 UAV.

    Conclusie
    In het geval de aannemer het gras moet maaien op beeldkwaliteit A, terwijl de kwaliteit van de ondergrond een kwaliteitsniveau kent die afwijkt van niveau A dan heeft te gelden dat de aannemer recht heeft op vergoeding van de (extra) kosten die die gepaard gaan met aanvullende werkzaamheden.
     
    Joost Haest & Rixt Holsbrink
    Severijn Hulshof advocaten
     

Reacties

Joost Haest
Redelijkheid en billijkheid moeten altijd het eerste en belangrijkste kompas zijn voor partijen. Maar als er toch discussie blijft, is het goed als er handvatten zijn.

Helaas zien wij te vaak dat opdrachtgevers standaard stellen dat een ondergrond met kwaliteit C (terwijl op A kwaliteit gemaaid moet worden) een probleem is voor de aannemer. Want “beeld is nu eenmaal beeld”. Dat standpunt strookt niet met de RAW systematiek.

Ik kan niet goed volgen het standpunt dat de aannemer zou moeten uitgaan van hetgeen gebruikelijk of te verwachten is. Dat lijkt in te druisen tegen het uitgangspunt van de RAW systematiek dat dergelijke (kosten)bepalende informatie gewoon beschreven moet staan. De ene keer is de ondergrond wel kwaliteit A en de volgende keer is het C. Wat is nu gebruikelijk? Dan zou het Russische roulette worden. En hoe dan te calculeren?
2-4-2020 21:21:00

Ron Reijnders
Rudi, zo te lezen is dat een kwart jaarloon per jaar ;-)
2-4-2020 13:58:14

Ron Reijnders
In grote lijnen kan ik het verhaal volgen maar ik sluit me ook zeker in grote lijnen bij Roland aan.
Waar ik me niet bij aansluit in de logica van Joost is dat hij uitgaat van het uitgangspunt dat (achteraf) bijbetaald moet worden. Nee, je weet direct dat dit probleem speelt want je hebt tenslotte extra menskracht of extra uren of een andere maaier ingezet. De termijn van 4 weken en van 8 maanden hebben hier daarom niks mee te maken. In de praktijk is zelfs dát niet het geval maar constateer je dat je meer inzet zou moeten gaan plegen(toekomstig). In dat geval ga je al in gesprek. En dat gesprek zal leiden tot het vlak maken van bijvoorbeeld ca. 10 % van het probleemareaal en voor de andere 90 % spreek je af dat je de eisen verruimd op zodanige wijze dat je niet meer betaald dan dat elke inschrijver op had moeten rekenen. Dat kan om van A naar B te gaan maar kan ook simpel zijn door te accepteren dat die extra kosten niet worden ingezet en de gevolgen daarvan worden geaccepteerd.
Waar ik me niet bij aansluit is de logica van Roland is het uitgangspunt dat een aannemer behoort te weten dat grasgebieden in bedrijventerreinen per definitie zeer slechte ondergronden hebben. Dat lijkt me namelijk een ongelijk speelveld bij inschrijving en bij toezicht. Ik ga ervan uit dat voor iedere geldt dat de ondergrond goed is. Dus dat bovenbedoeld gesprek ook daar moet plaatsvinden.
Waar ik nadrukkelijk wel met Joost meega is dat als het echt zo is dat deze discussie zo vaak plaatsvindt dan zou de OG dat van zijn eigen areaal moeten weten en kan hij vooraf in de OVK hier iets over melden door indicatief een percentage aan te geven waar extra inspanning verwacht wordt die niet bijbetaald worden. Hij doet verstandig om daar voorbeelden bij te geven zodat voor ieder (inschrijvers en toezicht) transparant is welke extra inspanning hier dan wordt verwacht of welke eisen dan worden verlicht. Ik zie dat niet als ‘indekken’ (dat heeft n.m.m. een negatieve betekenis) maar als een discussie op eerlijke wijze op voorhand oplossen. Zonodig en waar dit vaste locaties zijn, kan je dat ook op je beheerkaarten aangeven zodat de toetser ook geen meetfouten hoeft te maken.
2-4-2020 13:56:05

Rudi Schleedoorn
Ik ben het grotendeels eens met Roland Buijs. Ook hier geldt dat de begrippen "redelijk en billijk" van belang zijn. Kortom vertrouwen is een groot goed. Je kunt wel proberen alles te beschrijven in een bestek, maar uiteindelijk zal ook hier weer een uitzondering op gevonden worden. Aannemers mogen en moeten geld verdienen, maar hopelijk betekent dit niet dat dit extra werk oplevert voor juristen.
2-4-2020 13:42:07

Roland Buijs
Met veel belangstelling, maar ook hier en daar wat bedenkingen heb ik bovenstaand artikel gelezen. De vraag die aan de orde wordt gesteld, speelt bij veel beeldgestuurde contracten. Vaak komt namelijk de 'technische' kwaliteit niet overeen met de vereiste 'onderhoudskwaliteit'. Op basis van een aantal paragrafen uit de RAW wordt de conclusie getrokken dat de aannemer recht heeft op vergoeding van de extra kosten. Gaan we hier niet voorbij aan een belangrijk uitgangspunt, namelijk:
De aannemer dient uit te gaan van hetgeen gebruikelijk / te verwachten is. Kijkend naar de prestatie-eisen uit de RAW, is de praktijk dit in veel gevallen de technische kwaliteit vaak lager is dan de onderhoudskwaliteit. Bijvoorbeeld: Grasvelden op industrieterreinen bevatten vaak veel beschadigingen, de voegwijdte van gebakken klinkers in binnensteden voldoet vrijwel nooit aan kwaliteitsniveau A etc. Mag niet verondersteld worden dat dit algemeen bekend is?
Daarnaast wordt artikel 1.25.04 aangehaald. Dit heeft echter betrekking op de posten die in de overeenkomst vermeld zijn. Met andere woorden: Als er achterstanden zijn in de posten waar de aannemer verantwoordelijk voor is, dan kan de aannemer dit melden, zodat de inspanningen om deze posten weer op beeld te brengen eventueel als meerwerk verrekend kunnen worden. Dat is wat anders dan het melden van omstandigheden die van invloed zijn op de inspanningen om aan het beeld te kunnen voldoen. Lid 07 heeft daarbij betrekking op situaties die op dat moment niet konden worden beoordeeld (verborgen gebreken, zoals wortelonkruiden die pas maanden later zichtbaar worden). Mijn inziens vallen gaten en kuilen in grasvelden hier niet onder.
Uiteindelijk is eenieder er bij gebaat dat dergelijke situaties naar redelijkheid worden beoordeeld. Een algemene conclusie trekken, lijkt me te voorbarig met het ongewenste effect dat bestekschrijvers vervolgens weer artikelen opnemen om zich hiermee in te dekken.
2-4-2020 11:12:38

 Security code

© Copyright 2014 CROW