Naar een kanteling in de verkeers- en vervoerwereld

10-09-2014
Verandert de manier waarop gemeenten hun verkeers- en vervoerbeleid vastleggen? Ik denk van wel. Ik geloof namelijk dat we in de wereld van verkeer en vervoer aan de vooravond staan van een grote kanteling van denken en werken en dat dat van grote invloed zal zijn op de  manier waarop we plannen maken en vastleggen.
kanteling in de manier waarop mobiliteitsplannen worden gemaakt

We leven  in een tijd van grote veranderingen, of om Jan Rotmans (hoogleraar Transitie en oprichter Urgenda) te citeren: ‘We leven niet in een tijdperk van verandering maar een verandering van tijdperk, dit vraagt een kanteling in diverse sectoren in de maatschappij waaronder mobiliteit’. 

Veranderingen vragen om andere manier van werken

De  gevolgen van die kanteling zijn duidelijk te zien:  leeglopende binnensteden, leegstaande kantoorgebouwen, krimp op het platteland, vereenzaming, werkloosheid en dergelijke. Maar daarnaast zijn er nog nooit zoveel kansen geweest om deze problemen te lijf te gaan. We verzamelen immers meer kennis  (Big Data), de betrokkenheid van individuen neemt toe (burgerkracht) , nieuwe creatieve ondernemers staan op, en nieuwe onverdachte  netwerken en samenwerkingsverbanden ontstaan.  Daardoor zijn innovaties mogelijk. Ookde snelheid waarmee nieuwe ontwikkelingen en innovaties plaatsvinden, en de dynamiek van veranderingen zijn vele malen groter dan in het verleden. Dit vraagt van de overheid en ambtenaren om een fundamenteel andere manier van werken, ofwel een kanteling.

Verkeer en vervoer verandert mee

Ik weet niet waar de kanteling toe zal leiden op het gebied van verkeer en vervoer, maar ik weet wel wat de ingrediënten van ervan zijn:
 
  • Nieuwe coalities van overheden, organisaties en bedrijfsleven
  • Meer aandacht voor samenwerking en opzetten van nieuwe netwerken
  • Ruimte voor innovatie en creativiteit
  • Meer aandacht voor de reiziger zelf
  • Verbinden van en synergie tussen verkeer en vervoer en andere thema’s als duurzaamheid en  economie
  • Een ‘passende’ overheid die faciliteert, initieert, stimuleert en alleen waar nodig nog regisseert en uitvoert
  • Een ambtenaar met een groot netwerk, tussen de mensen staat, verbindingen legt, flexibel is en kan schakelen tussen strategie en uitvoering
  

Gevolgen voor verkeers- en vervoerbeleid

Ik werk hieronder de kanteling verder uit op het gebied van planvormen: wat betekent deze kanteling voor de wijze waarop we als gemeenten verkeers- en vervoerbeleid vastleggen?
 

Van overzichtelijk en gestructureerd…

Lang is de verkeer en vervoerwereld in Nederland overzichtelijk en gestructureerd geweest. Zo maakte het Rijk haar nationale verkeers- en vervoerbeleid in de vorm van het Structuurschema Verkeer en Vervoer (SVV) of Nationaal Verkeer en Vervoer Plan (NVVP). De Provincie vertaalde dit in het Provinciaal Verkeer en Vervoer Plan (PVVP) en de gemeente vervolgens keurig in hun Gemeentelijke Verkeer en Vervoerplannen (GVVP). Dit alles was vastgelegd in de Planwet.

…naar integrale plannen in een bredere context

Daarin is de laatste jaren een duidelijke verandering  gekomen. Verkeer en vervoer wordt in een bredere context geplaatst;  sectorale plannen worden opgevolgd  door integrale plannen . Zo werkt het Rijk nu met het Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en veel provincies werken met Omgevingsvisies. Op het gebied van verkeer en vervoer is alleenhet Meerjaren Investeringsprogramma Ruimte en Transport (MIRT) nog over, als ‘harde’ planvorm, met daaruit afgeleide Gebiedsagenda’s per landsdeel en regio. Het is het streven van de Minister om tot een vernieuwing van het MIRT te komen waarin de begrippen samenwerking, brede blik en flexibiliteit centraal staan. Het is nog een onduidelijk hoe dat zich in planvormen vertaald.

Veel verschillende planvormen

Bij gemeenten is, mede als gevolg hiervan, een grote verscheidenheid aan planvormen ontstaan. Sommige gemeenten gebruiken nog steeds gemeentelijke verkeers- en vervoerplannen als planvorm maar veel werken ook met mobiliteitsvisies, bereikbaarheidsvisies of meer integrale plannen.

Minder top-downbeleid, meer maatwerk

Overheden streven ernaar om minder top-down beleid en verplichtende  planvormen te ontwikkelen. Ze willen veel meer een lokale maatwerkuitwerking kiezen op basis van nationaal overeengekomen  doelstellingen en ambities. Met andere woorden: niet de (plan)vorm staat centraal, maar de inhoud (doelen) en het (mulitdisciplinaire) proces om er, samen met anderen, invulling aan te geven. 

Deze verandering in het type en de verscheidenheid van planvormen is  een uiting van een maatschappelijk verschijnsel, dat er een grotere behoefte is aan maatwerk is en dat er meer verbinding gemaakt moet worden tussen verkeer en vervoer en andere thema’s, zoals economie  en leefkwaliteit.  Ook verschuiven de aandacht en inspanningen van visieontwikkeling en planvoorbereiding naar doen:  uitvoering en beheer. Er wordt  minder nieuw beleid gevraagd als gevolg van de steeds schaarser wordende middelen . ‘We hoeven toch niet zoveel meer te doen, waarom zouden we dan nog plannen maken?’.

Wat betekent bovenstaande ontwikkeling voor de aanpak van verkeers- en vervoerproblemen in gemeenten?

Ik vind het zelf een probleem, dat door het gebrek aan duidelijke kaders en planvormen van ‘bovenaf’ bij een gemeente het gevoel kan bestaan dat niet meer helder is welke doelen gesteld moeten worden, hoe de afstemming tussen gemeentelijk, provinciaal en rijksbeleid moet plaatsvinden en hoe verkeer- en vervoerbeleid het beste vormgegeven kan worden. Een kans is het feit dat er nu veel meer vrijheid is om gemeentelijke plannen veel beter te laten  aansluiten op lokale kenmerken, zowel inhoudelijk  als qua besluitvormingsprocessen en integraliteit. 

Andere kijk op mobiliteit in beleid

Maar we kunnen de ontstane situatie en ontwikkelingen ook beschouwen als een kans om op een fundamenteel andere wijze te kijken naar de rol die  mobiliteit kan spelen bij het oplossen van lokale en regionale vraagstukken van nu. Horen daar de oude planvormen bij? Moeten we überhaupt nog denken in planvormen,  of moeten we hele nieuwe afspraken of dynamische agenda’s (samen met anderen) maken over wat we gaan doen? Moeten we meer in contracten tussen overheid en anderen denken, waarin we het wederzijds belang vastleggen? Allemaal vragen die roepen om passende antwoorden. Ik roep u graag op om die handschoen op te pakken en samen te kijken op welke wijze we de verkeers- en vervoeruitdagingen van nu en de toekomst op een passende manier op te lossen.

 
Syb Tjepkema
Senior beleidsadviseur mobiliteit
1 dag per week werkzaam bij CROW-KpVV 

Reacties

Koen van Waes
Ten eerste speelt deze ontwikkeling natuurlijk niet alleen in het domein van mobiliteit. Het is een maatschappij brede ontwikkeling, waarmee ook wij moeten dealen.
Ten tweede moeten we af van het idee van de maakbare 'verkeers' wereld. Lange tijd hebben wij inderdaad beleidsrapporten gemaakt die aangaven welke projecten de volgende 10-20 jaar zouden worden uitgevoerd op het gebied van mobiliteit. Die tijd is definitief over. Die past ook niet meer in deze tijd en gelukkig maar. Daarmee komt het aan op een duidelijke visie voor de lange termijn, maar een flexibele aanpak om daar te komen. Ons vak wordt daarmee alleen maar belangrijker. Deze situatie biedt erg veel kansen om samen te werken met allerlei partijen op allerlei niveau's. Dit zal ten goede komen aan de projecten en plannen die daaruit rollen, maar ook de integraliteit van deze projecten en plannen. Dit betekent dat wij open moeten staan voor zowel de flexibele aanpak als de samenwerking met andere partijen. Dat vergt energie en vastberadenheid, maar vooral het denken in kansen en het geloven in anderen.
21-9-2014 17:17:15

Abonneer
 Security code
Scroll naar boven