EMVI en social return: een gelukkige combi?

08-09-2014
social returnEMVI en social return. Twee onderwerpen waar menig aanbesteder, maar zeker ook inschrijver, nog wel eens mee worstelt. Twee onderwerpen die beide genoeg stof tot nadenken geven om afzonderlijk een blog over te schrijven, maar die regelmatig met elkaar worden gecombineerd, zo ook in deze blog. Social return wordt namelijk maar al te vaak als gunningscriterium meegewogen in de zoektocht naar de Economisch Meest Voordelige Inschrijving. Maar is dit wel een gelukkige combinatie? 

Meer is beter

Ik zie het regelmatig. Hoe meer social return je als inschrijver belooft, hoe meer fictieve korting je krijgt op de inschrijfsom. Op zich snap ik dat ook wel: het is heel verleidelijk om zo veel mogelijk social return te vragen als aanbesteder, dat doet het goed in de plaatselijke politiek, en hoe meer social return hoe beter toch? Daarnaast is het vrij eenvoudig om social return op te nemen in aanbestedingsdocumenten, geen lastige omschrijvingen en plannen van aanpak, maar simpelweg het noemen van een percentage. Omdat een percentage objectief is, zijn de inschrijvingen ook nog eens eenvoudig te beoordelen en is de uitslag dus goed te verantwoorden.
 
Als inschrijver is het toepassen van social return ook vrij makkelijk, je belooft een percentage en tijdens uitvoering zie je wel hoe het uitpakt. Zeker als de aanbesteder een ‘projectbureau social return’ heeft dat jou als aannemer wel gaat helpen om je belofte in te willigen. Niet zelden leidt dit tot allerlei lastige discussies als het beloofde percentage tijdens uitvoering niet wordt gehaald.

Kwalitatieve social return

Ik wil hier pleiten voor ‘kwalitatieve’ social return. Kwalitatieve social return is niet projectgebonden, maar kijkt hoe een bedrijf het gehele jaar door met social return bezig is, bijvoorbeeld:
 
  • Is het een leer-werk bedrijf?
  • Wat staat er in hun bedrijfsbeleid over het aantal afstudeerders en/of stagelopers?
  • Wat doet men om langdurig werklozen aan een baan te helpen, of mensen met handicap?
 
Uiteraard is dit een stuk minder objectief te beoordelen dan een percentage, maar enige mate van subjectiviteit is niet slecht. Zeker niet in het geval van social return. Bedrijven die écht bezig zijn met social return, en dit hoog in het vaandel hebben staan, worden beloond. De vraag moet wel gesteld worden of kwalitatieve social return dan nog wel een gunningscriterium is, of dat het wellicht een selectiecriterium is?

Wat hebben mensen eraan?

In bovenstaande hebben we het alleen nog maar gehad over de aanbesteder en de inschrijver/aannemer. Het allerbelangrijkste, en eigenlijk het doel wat men met social return voor ogen heeft, is: wat hebben mensen met een afstand tot de werkvloer en studenten er aan? Zelf denk ik dat men veel meer gebaat is bij bedrijven die écht aan social return doen, die een verschil willen maken in de maatschappij en niet alleen social return belangrijk vinden omdat zo hun kans op een opdracht toeneemt. Social return is niet een kwestie van moeten: het hoort in de genen te zitten.…

Tjeerd Planting
Consulent Aanbesteden en Contracteren
tjeerd.planting@crow.nl

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht
Abonneer
 Security code
Scroll naar boven