Douze points voor DRT in Denemarken

28-05-2014
Op 21 mei heb ik in Kopenhagen deelgenomen aan een eendaagse conferentie over DRT (demand responsive transport, of in het Nederlands vraagafhankelijk vervoer zoals belbus, Wmo-vervoer en Regiotaxi). Sprekers uit Denemarken, Zweden, Noorwegen, Groot-Brittannië, België en Nederland  vertelden over de organisatie en aansturing van hun eigen vraagafhankelijke vervoersystemen. Net als bij het Eurovisie Songfestival, ook gehouden in Kopenhagen, eindigde Nederland daar wat mij betreft op een tweede plek, niet achter een vrouw met een baard uit Oostenrijk maar  achter Denemarken. 
 

Zes overwegingen

In dit bericht ga ik in op de twee belangrijkste redenen waarom de organisatie en aansturing van DRT in Denemarken wat mij betreft Nederland overtroeft.

We beginnen met zes interessante en prikkelende opmerkingen die ik heb meegenomen uit Kopenhagen.
 
  1. In landelijke gebieden is het leven veelal goedkoper, in ieder geval de huizen. dan kun je best wat meer geld vragen voor demand responsive transport dan het openbaar vervoer tarief. Sommige mensen associëren een hogere prijs direct met hogere kwaliteit. Dat is dan dubbel winst!
  2. Vervoer vanuit verschillende systemen optimaal organiseren is als het spelen van Tetris:  je moet de blokjes zo draaien dat ze in elkaar passen.
  3. Je kunt mensen best opbellen dat ze toch wat later opgehaald worden om zo een combinatie te kunnen maken met andere ritten, de klachten daarover vallen reuze mee en het scheelt flink in de kosten
  4. We hebben alleen halte-tot-halte vervoer in ons DRT-systeem, op aanvraag plaatsen we een haltepaal vlak bij het woonhuis
  5. Het gaat niet om het combineren van mensen in een voertuig maar om de ‘sling’. De sling is de aaneenschakeling van ritten zodat 1 voertuig optimaal wordt ingezet en er ook maar een voertuig nodig is!
  6. Go digital: laat mensen niet bellen maar inloggen om ritten te boeken.
 

Denemarken op 1: benchmarken, benchmarken en benchmarken

De belangrijkste reden waarom Denemarken bij mij op 1 eindigt is benchmarken. Het ministerie van Financiën en de Vereniging van Deense gemeenten hebben een benchmark laten uitvoeren naar de kosten voor DRT. Dit is gedaan per Deense regio. Daarbij is gekeken naar veel verschillende factoren waaronder:
 
  • de totale kosten voor het systeem
  • de kosten voor de uitvoer
  • gemiddelde ritlengte
 
Daarbij is uiteraard ook gekeken naar zaken als het sociaal-economisch profiel van een gebied.

Natuurlijk is het niet eenvoudig om systemen te vergelijken en zijn regio’s heel anders. Die redenen om niet te vergelijken ken ik goed, die hoor ik al jaren. Om er twee te noemen: gebieden zijn uniek en er moeten combinaties gemaakt worden tussen vervoersvormen die elders niet mogelijk zijn.  Het is zeker niet eenvoudig en er kan pijnlijk duidelijk worden dat regio’s minder scoren.
 

Vergelijking mogelijk ondanks verschillen

Denemarken heeft bewezen dat ondanks de verschillen tussen gebieden in bijvoorbeeld bevolkingsdichtheid toch vergelijk gemaakt kan worden. Dit door slim te corrigeren voor zaken als aantal gebruikers, samenstelling van een gebied enz. Dat levert interessante informatie op en manieren om vervoer efficiënter uit te voeren. Inzicht in belang van kwaliteitsaspecten en belang van de prijs.

Wat mij betreft gaan we hier ook in Nederland snel mee aan de slag. De druk op financiën is groot, de zoektocht naar een optimale organisatie vindt op heel veel plekken plaats. Vergelijkend onderzoek is juist nu van groot belang. Het is helemaal mooi om op termijn echt goed te kunnen vergelijken met andere Europese landen. Wie weet blijkt dat wij dan toch veel beter scoren dan Denemarken. Maar laten we beginnen met een goede benchmark in Nederland, bijvoorbeeld voor Wmo-vervoer en Regiotaxi. Om welke gebieden het gaat, hebben we bij CROW KpVV vorig in kaart gebracht.

CROW KpVV zet al de eerste stappen. Het Modelinformatie Profiel voor doelgroepenvervoer en kostenkengetallen doelgroepenvervoer zijn projecten waar we net mee zijn begonnen.
Maar als we echt willen weten of Regiotaxi en Wmo-vervoer beter kunnen, is meer nodig dan de gestarte, beperkte  onderzoeken en projecten van CROW KpVV. Net als in Denemarken kan in Nederland wellicht vanuit de Rijksoverheid onderzoek worden geïnitieerd om te zien of de honderden miljoenen die we als samenleving elk jaar uitgeven aan doelgroepenvervoer, wel optimaal worden besteed. Dan werken partijen eenvoudiger mee en is er voldoende capaciteit om een grondige analyse uit te voeren.
 

Tussenstand Denemarken-Nederland voor benchmark

Van mij krijgt Denemarken 10 punten voor de benchmark en Nederland 6 punten omdat we wel al een klein beetje begonnen zijn.  

afbeelding factsheet regiecentraleDenemarken op 1: samen inkopen efficiënter

Uit de benchmark kwam naar voren dat de Deense regiecentrales zorgen voor efficiency. Dit in vergelijking tot gemeenten die vervoer een op een inkopen. Dat scheelt al snel 15% in kosten. Dat vraagt wel wat uitleg. In Denemarken zijn van overheidswege enkele regiecentrales opgezet. Gemeenten, scholen, ziekenhuizen enz. kunnen via dergelijke centrales vervoer inkopen. Ze kunnen het ook zelf doen. Dat laatste gebeurt in veel gebieden nog het meest, maar het varieert per gebied en in bijna alle gebieden groeit het deel dat via centrale wordt ingekocht. Onderzoek leert dat de manier waarop de regiecentrales vervoer inkopen en organiseren efficiënter is.

Kleine ondernemers krijgen kans

In Denemarken wonen ruim 6 miljoen mensen. Maar het is heel normaal dat meer dan 100 kleine ondernemers zich (elk jaar of elke twee jaar) inschrijven om vervoer te mogen verzorgen in een regio. De kleine vervoerders krijgen een kans om een deel van het vervoer te verzorgen. De overheidsregiecentrale tegelt de ritaanname en planning.  Daarover is meer te lezen in onze factsheet. Een interessante opmerking was nog dat de ervaring in Denemarken is, dat grote contracten, voor meerdere jaren, niet goedkoper zijn dan de jaarlijkse veiling om de meer dan aanbieders te selecteren.

Moeten we dat in Nederland dan ook allemaal gaan doen? Nee, maar er is onderzoek nodig om na te gaan welke systemen efficiënter zijn in welke situatie. Of, als efficiëntie niet het belangrijkste doel is, welk systeem dan wel het best past bij dat doel. Gelukkig doen heel veel regio’s in Nederland op dit moment al gedegen onderzoek om na te gaan of andere vorm van regie voor hen nuttig is.
 

Tweede tussenstand

Omdat deze vraag in Denemarken al beantwoord is en er een benchmark is tussen de regio’s,  krijgt Denemarken hier 12 punten, Nederland krijgt van mij er 8 voor alle lopende initiatieven.

Leren van elkaar

Bij (internationale) vergelijking gaat het niet om het een op een kopiëren van de aanpak van de nummer 1. Het gaat om inzicht in de succes- en faalfactoren te kennen van een goed voorbeeld. En om dat voorbeeld aan te passen aan de eigen situatie en dan toe te passen. Zo hadden veel regio’s in Denemarken eerst andere keuzes gemaakt waardoor de bijdragen aan vervoer eerst flink stegen. Daarna is men aan de slag gegaan en is efficiencyslag gemaakt. Kortom, zo slecht doen we het echt niet als Nederland, maar goed onderzoek is belangrijk om volgende keer op deze twee onderdelen de volle 12 punten te halen.
 

Heeft u input?

Bent u werkzaam bij een overheid en wilt u meewerken aan het opstellen van een informatieprofiel in Nederland of aan het opstellen van kostenkengetallen? Dan hoor ik graag van u.

Guy Hermans (guy.hermans@kpvv.nl)
Programmamanager collectief vervoer

Reacties

Er zijn nog geen reacties op dit bericht
Abonneer
 Security code
Scroll naar boven