Hoe denken opdrachtgevers en aannemers nu echt over elkaar? 19 apr 2017

    De infrasector staat bol van de clichés. ‘Aannemers zijn niet te vertrouwen. Ze schrijven scherp in om daarna zo veel mogelijk meerwerk te claimen.’ Maar ook: ‘Opdrachtgevers gooien alle risico’s over de schutting. En ze gunnen de aannemers geen winst.’ Wat is er waar van deze clichés? Hoe denken opdrachtgevers en aannemers écht over elkaar?

    Wie kent niet de briljante cartoon van Fokke & Sukke, over de cultuuromslag die is ingepland op donderdag om half vier? De cartoon drijft terecht de spot met bestuurders en managers die denken dat cultuuromslag een middel is om doelen te bereiken. ‘Als we dat en dat willen bereiken, dan is er eerst een cultuuromslag nodig’. Maar voor de korte termijn is het natuurlijk omgekeerd. Een cultuuromslag is geen middel maar een doel. U zult eerst diverse middelen moeten inzetten om een cultuuromslag te bereiken. En pas op de lange termijn gaat u er de vruchten van plukken. De hamvraag is dus: hoe gaat u die cultuuromslag bereiken?


    Marktvisie en Bouwagenda

    In de bouw- en infrasector wordt de roep om een cultuuromslag steeds sterker. Er is een Marktvisie opgesteld om ‘samen te werken aan een vitale en duurzame sector’ en een Bouwagenda om ‘de sector succesvol te houden’. In beide initiatieven vind je terug dat het anders moet, we moeten anders met elkaar omgaan. Er is een cultuuromslag nodig. Maar in elk managementboek zult u lezen: je moet eerst goed weten waar je nú staat, voordat je kunt besluiten waar je naar toe wilt en hoe je daar komt. De Marktvisie rept weliswaar van een verstoorde balans, spanning en gedoe, maar veel dieper gaat de analyse van de huidige situatie niet. Er is vooral veel tekst besteed aan ‘de bestemming’.


    Grootste Grieven

    Dus waar staan we nú eigenlijk in de sector? Wat klopt er van de vele clichés? En hoe belemmert of bevordert dat de gewenste cultuuromslag? CROW vond het tijd worden om dat eens te onderzoeken. Hoe denken opdrachtgevers en aannemers nu écht over elkaar? Wat zijn hun grootste grieven? Op welke punten zijn ze juist wel positief over elkaar? Pas als je dat weet, heb je aanknopingspunten om te verbeteren. En om de stappen te maken in de o-zo-gewenste cultuuromslag. Dus hebben we een groot deel van onze relaties opgeroepen om mee te doen aan een onderzoek naar de Grootste Grieven in de Infrasector. Hierna volgt een sneak preview van de resultaten, waar inmiddels al 260 respondenten aan mee hebben gedaan.


    Sneak preview

    • Op de stelling dat aannemers te vertrouwen zijn, antwoordt het gros van de opdrachtgevers neutraal. Respondenten die het (zeer) eens of (zeer) oneens zijn met deze stelling, houden elkaar nagenoeg in evenwicht.
    • Omgekeerd is het beeld niet veel anders: het gros van de aannemers antwoordt neutraal op de vraag of opdrachtgevers te vertrouwen zijn. Respondenten die het (zeer) eens of (zeer) oneens zijn met deze stelling, houden elkaar nagenoeg in evenwicht.
    • Het cliché dat aannemers vaak scherp inschrijven, om daarna met meerwerk alsnog winst te maken, wordt overtuigend bevestigd: 80% van de opdrachtgevers is het daarmee (zeer) eens.
    • Ruim 80% van de aannemers is het (zeer) eens dat opdrachtgevers te ondoordacht risico’s over de schutting gooien.
    • Het elkaar ‘licht in de ogen gunnen’ is blijkbaar ook een issue: circa 65% van de aannemers is het (zeer) eens met de stelling dat opdrachtgevers hen geen eerlijke marge gunnen.

     

    Verassend en bruikbaar

    De resultaten van het onderzoek geven nog veel meer aanknopingspunten voor discussie én verbetering binnen de sector. Zo blijkt dat beide ‘bloedgroepen’ (opdrachtgevers en aannemers) hoofdzakelijk plezierig met elkaar samenwerken. En dat aannemers zich vaak (door opdrachtgevers) ongelijkwaardig behandeld voelen. En dat opdrachtgevers aannemers meer capabel vinden dan omgekeerd (!). En dat opdrachtgevers een hogere pet op hebben van kleine dan van grote aannemers.


    Een goed gesprek

    De boodschap van deze blog: weet waar je staat, voordat je ambities neerzet over waar je naar toe wilt. En ga daarover het gesprek aan met elkaar. Tijdens het Nationaal Congres Aanbesteden en Contracteren voeren we dit gesprek. Niet alleen op het podium, maar hopelijk ook met u. Tijdens het congres worden -meer uitgebreid- de resultaten gepresenteerd van bovengenoemd onderzoek naar de Grootste Grieven. Uit dit onderzoek kunt u aanknopingspunten halen om uw eigen rol te verbeteren. Alvast één tip: verdiep u eens wat meer in de doelen van de ander, in plaats van (alleen) uw eigen doelen. Dat komt uw samenwerking met de andere partij zeker ten goede!


    Niels van Ommen
    Hoofd Cursussen, Opleidingen en Congressen
    CROW

Reacties

Ron Reijnders
'Zou' moet 'zie' zijn
26-4-2017 23:02:32

Ron Reijnders
Harry, je zegt: " Geen enkele specificatie is volledig waterdicht. Die zoektocht in prijs is dus ook een zoektocht naar de gaten in de vraagspecificatie, of de mogelijkheden om specificaties gunstiger te interpreteren. Met na gunning dus het bekende vechten om de juiste interpretaties, etc. Daar kun je als opdrachtgever over klagen, maar de vraag is vaak zo gesteld dat een aanbieder niet anders kan."

De 1e zin is een feit maar de 2e zin.. is dat een feit?
Je zegt Met dus dus en kan niet anders .... Maar natuurlijk kan dat anders. De regelgeving gaat daar ook van uit. Je bent namelijk VERPLICHT daar vragen over te stellen. Het probleem is echter dat er nog te veel ON's zijn die dat negeren en OG's die dat nog steeds pikken. Gelukkig zou ik een (nog te) langzame kentering waarbij ON wel de regels hanteren en Ook ON's steeds meer opgevoed lijken te worden.
26-4-2017 23:00:48

Ron Reijnders
Siebe, exact dat is de basis (helemaal eens). Maar blijft wel staan dat de aannemerscultuur van het 'gedwongen terugverdienen' met het meerwerk voor zowel OG als alle andere inschrijvers zeeer ongewenst is. Ik zie een verschil dat de ene aannemer een meer gewenste cultuur heeft dan andere aannemers. (Het kan dus wel op een normale wijze) waarmee meteen 1 'gebrek' aan de vragen boven tafel komt. De vragen waren OG versus ON. Maar niet of nauwelijks OG c.q. ON onderling (of mijn geheugen laat me in de steek). Een vraag die minstens zo belangrijk is op basis van het doel van wat Niels beschrijft. (Waar sta je zelf)
26-4-2017 22:48:07

Ron Reijnders
Lindy, mbt risicos ... er zijn natuurlijk minimaal 20 procent OG's die niet te veel risicos over de schutting gooien. Maar hoe weet een OG tot welke groep hij behoort? Want die denkt dat niet van zichzelf.
26-4-2017 19:55:46

Roelf Jan Rozema
Ik zou dit nog breder willen trekken en ook de aannemers en hun toeleverings bedrijven voor de bouwgrondstoffen mee te nemen om een omslag te kunnen bewerkstelligen .
Ik heb bij beide branches ruime ervaringen opgedaan,dus weet ik na 40 jaar waar ik over spreek. vergelijkbare cliché 's als bij de OG en de ON was/is golden/gelden hier ook.
26-4-2017 16:57:20

Harry Vedder
Zolang we nog in de oude stramienen blijven werken blijven deze clichés bestaan en ook terecht. Wie naar de winkel gaat om het goedkoopst mogelijke horloge te kopen, weet bij voorbaat dat dit waarschijnlijk kwalitatief geen geweldig resultaat oplevert. Opdrachtgevers zijn zich niet bewust genoeg van wat een vraagstelling bij een aanbieder teweeg brengt. Een aanbieder wil een aanbesteding winnen en kijkt naar de vraagstelling om te bepalen op welke aspecten hij deze kan winnen. een opdrachtgever wil altijd kwaliteit uiteraard, zoals vastgelegd in zijn vraagspecificatie. Maar als je vooral moet winnen op prijs, dwing je een aanbieder te gaan kijken hoe hij die prijs zo gunstig mogelijk kan krijgen teneinde te kunnen winnen. Geen enkele specificatie is volledig waterdicht. Die zoektocht in prijs is dus ook een zoektocht naar de gaten in de vraagspecificatie, of de mogelijkheden om specificaties gunstiger te interpreteren. Met na gunning dus het bekende vechten om de juiste interpretaties, etc. Daar kun je als opdrachtgever over klagen, maar de vraag is vaak zo gesteld dat een aanbieder niet anders kan. Met een andere vraag, met andere aspecten waar een uitvraag op gewonnen kan worden, kun je het gedrag van de aanbieder dus ook in een gewenste richting sturen. Het aardige is dat de meeste aanbieders zelf ook niet zitten te wachten op de vechtprocessen en zoektochten naar lagere kwaliteit. Die gaan ook liever voor een goede samenwerking met een opdrachtgever om gezamenlijk tot een voor beiden zo goed mogelijk resultaat te komen. Met nadruk op: voor beiden. Dat geeft bevrediging aan een ieder, de opdrachtgever is blij en de opdrachtnemer heeft een goed en gezond project gedraaid waar ie met recht mee kan pronken naar volgende opdrachtgevers. Het is ook voor beiden inspirerend. De vraag moet alleen anders gesteld worden. Ofwel: de omslag begint bij de opdrachtgever die een vraag zo gaat stellen dat deze juist gewenst gedrag uitlokt, in plaats van tot ongewenst gedrag leidt. En dat kan. Er zijn al vele voorbeelden van. Het vergt alleen durf en lef, vooral durven los te laten en een project anders aan te sturen.
26-4-2017 16:10:11

Wilco Boender
Het is; Zoals met alles, iedereen en overal. De MENSEN maken het verschil. Aan beide kanten van de tafel. Als we visa versa de clichés aan de kant zetten kunnen we als ON en OG heel ver komen met elkaar. En het resultaat is dan een OG met een goede dienstverlening of product en een ON met tevreden medewerkers en goed financieel resultaat.
Vroeger ging het ook al om VERTROUWEN en GUNNEN, en daar is niks aan veranderd.
25-4-2017 11:29:33

barendvandoorn@signaterra.nl
Oplossing: Het met elkaar delen van het resultaat in goede en slechte tijden zou ook meer begrip voor elkaar opleveren.
24-4-2017 8:28:13

Siebe Bosma
De marges staan nog steeds onder druk in de GWW-sector. En inschrijven op kwaliteit is bij een RAW-bestek, waar de kwaliteit van het werk is "dichtgetimmerd" vrijwel onmogelijk. Dus die prijs is daarmee essentieel. En wil je aannemer worden dan moet je de laagste zijn bij een aanbesteding.
De RAW-systematiek kent specifieke regels die de bestekschrijver moet kennen en toepassen: dit vraagt gedegen kennis en tijd. Het opstellen van een bestekken wordt ook in concurrentie uitgegeven, waardoor er minder tijd wordt besteed aan het goed opstellen van het bestek, en zie daar de cirkel waarin we zijn beland.
Overigens veel meerwerk is terecht, en als het bestek zo goed was voorbereid dat dit meerwerk niet was voorgekomen, en dus verwerkt was in het bestek, dan hadden alle inschrijvers hier rekening mee gehouden. Dus een opdrachtgever betaalt in beide gevallen, alleen bij een gedegen voorbereid bestek komt die prijs wel in concurrentie tot stand.
21-4-2017 8:27:44

Lindy van der Heijden
Er staan inderdaad wel wat clichés in, maar dat maakt mij wel nieuwsgierig naar de verdere vraagstelling. Als je weet dat
"aannemers vaak scherp inschrijven, om daarna met meerwerk alsnog winst te maken" bevestigd wordt door 80% van de opdrachtgevers, weten we dan ook of 80% van de opdrachtgevers nog steeds vooral op prijs aanbesteed?
Ik vind het vooral ook grappig dat aannemers 'alsnog' winst proberen te proberen te maken meerwerk. Het klinkt als: het was even onmogelijk gemaakt en door onvoorziene zaken lukt het ze dan toch nog om een soort van toekomst bestendige business case te maken.
Vooral als dan het volgende cliché luidt: "Ruim 80% van de aannemers is het (zeer) eens dat opdrachtgevers te ondoordacht risico’s over de schutting gooien" en "dat opdrachtgevers hen geen eerlijke marge gunnen.".
De formulering van de stellingen is dusdanig dat je het er bijna niet mee oneens kunt zijn.
20-4-2017 13:03:17

Abonneer
 Security code
>