Rapport 'WAAR; Stedelijk openbaar vervoer in Europa - 26 voorbeelden'

  • Productgroep:Download / Praktijkvoorbeeld
  • Soort:Gratis uitgave
  • Vakgebied(en):Verkeer en Vervoer
  • Datum uitgifte:01 aug 2003
  • Druk:1
  • Artikelnummer:K-D10310

Beschrijving

Deze ‘catalogus’ met de wat vreemde titel maakt deel uit van een vierluik over hoogwaardig openbaar vervoer. Hij bevat 26 beschrijvingen van goede ‘lichte’ ov-systemen in Europa en is bedoeld om de Nederlandse OV-autoriteiten te inspireren op drie onderwerpen:

  • De mogelijkheden die er zijn om het gat tussen stoptrein (snel, weinig haltes) en stedelijk vervoer (langzaam, veel haltes) beter in te vullen voor de forensenafstanden (verplaatsingen tussen 10 en 40 km). Zie ook ‘NET ertussenin’ CVOV-rapport (2002).
  • Met welke doelen zijn buitenlandse openbaarvervoersystemen aangelegd? Wat dit betreft kan dit rapport als een illustratie dienen bij het rapport ‘Doelen met openbaar vervoer’.
  • Welke elementen gebruiken buitenlandse steden om te komen tot hoogwaardig openbaar vervoer? En, in het verlengde hiervan: hoe moeten we het, gelet op buitenlandse ervaringen, zeker niet aanpakken?

Het accent ligt op Engelse (7), Franse (7) en Duitse (6) systemen. Verder zijn zes steden uit ‘overig Europa’ opgenomen: Zweden, Ierland, België, Spanje, Zwitserland en Oostenrijk. Er is gemikt op een zekere diversiteit in de techniek van de systemen waardoor een breed perspectief is gevormd. Het betreft enerzijds ‘ruggengraat-systemen’ (waarbij het systeem de hoofdfunctie op stedelijke/regionale schaal heeft) en anderzijds aanvullende systemen, speciaal bedoeld voor één bepaald deelgebied van een stad of regio. Bij het beschrijven van de steden is gekozen voor een vast stramien:

  • Geografie: de ruimtelijk (-economische) setting van een systeem;
  • Kenmerken van het systeem: nadruk op het tracé van de lijn of het netwerk;
  • Beschrijving gebruikte techniek: typering van het systeem en beschrijving materieel;
  • Totstandkoming van het systeem: doelstellingen en ontwikkeling;
  • Organisatie en exploitatie;
  • Conclusies, met (waar mogelijk) toepasbaarheid in Nederland.

Naast ‘Waar’ zijn er ook rapporten uitgebracht met de titels:

  • ‘Waarom’ (over de doelen met openbaar vervoer),
  • Wat’ (een catalogus over kwaliteitsaspecten van materieel)
  • Hoe’ (een catalogus over inpassingsmogelijkheden van tram en light rail).