01 jun 2015 Onderzoek CROW en IBR naar het gebruik van hybride contracten

Hybride contracten staan steeds meer in de belangstelling. Deze contracten komen al een aantal jaren voor in verschillende vormen, met aanduidingen als RAW+, UAVgc-light enzovoorts. Het stijgende gebruik, de grote verscheidenheid aan varianten en de wisselende ervaringen daarmee waren redenen voor CROW en het Instituut voor Bouwrecht (IBR) om gezamenlijk een onderzoek uit te voeren naar het gebruik van hybride contracten. Uit dat onderzoek blijkt dat hybride contracten zeer bruikbaar zijn, mits om de juiste redenen en met enkele aandachtspunten toegepast.

Uit interviews met decentrale opdrachtgevende overheden blijkt dat er veel situaties zijn waarin de opdrachtgever niet alle, maar wel een deel van de ontwerptaken bij de opdrachtnemende partij wil beleggen. De redenen hiervoor zijn divers.

Basis voor het hybride contract: UAV-GC 2015

Er is onderzocht welk kader de voorkeur geniet voor het hybride contract; UAV 2012 of UAV-GC 2015? UAV-GC 2015 heeft de voorkeur omdat er veel minder aanpassingen nodig zijn dan bij het gebruik van de UAV 2012. Daarmee is een hybride contract een recht-toe-recht-aan UAVgc-contract met een vraagspecificatie die gebruik maakt van de RAW-systematiek.

Aandachtspunten

Uit de gesprekken blijkt wel dat er bij het toepassen van hybride contracten enkele aandachtspunten in acht te nemen zijn. Veruit de belangrijkste daarvan zijn het afstemmen van de raakvlakken tussen de ontwerpen van de opdrachtgever en van de opdrachtnemer en de competenties bij partijen.
 
Lees meer informatie over hybride contracten. Het onderzoek ‘De hybride vraag van de opdrachtgever’ is te downloaden op de website van CROW en in print te bestellen via de website van IBR.
 
 

Latest newsLatest news