Helpdesk

Heeft u vragen over producten van CROW? Of wil je het antwoord op een inhoudelijke vraag? Op deze pagina staan de meest gestelde vragen met antwoorden.

Herstel
Zoek in:
  • Alles selecteren
  • Top 10

    1. Heeft CROW ook informatie over verkeersregelaars?

      CROW heeft uitgave 991 'Verkeersregelaars bij wegwerkzaamheden'. Hierin staat hoe verkeersregelaars ingezet kunnen worden bij werk in uitvoering, evenementen en andere wegwerkzaamheden. Deze publicatie is ook online te bekijken in de Kennismodule Werk in Uitvoering.

      Informatie over de opleiding tot verkeersregelaar staat op de website van

      Stichting Verkeersregelaars Nederland
  • Aanbesteden

    1. Waar kan ik vragen stellen over aanbesteden?

      U kunt vragen stellen over aanbesteden via het formulier rechts op deze pagina.

    2. Hoe verhouden de Gewijzigde Aanbestedingswet 2012, het ARW 2016 en de herziene Gids Proportionaliteit zich tot elkaar?

      Aanbestedende diensten en speciale sector bedrijven zijn verplicht  voor het plaatsen van opdrachten voor werken, leveringen en diensten de regels en de uitgangspunten te hanteren zoals beschreven in de gewijzigde Aanbestedingswet 2012.

      Voor aanbestedende diensten is het gebruik van het ARW 2016 voor overheidsopdrachten voor werken onder de Europese aanbestedingsdrempel verplicht gesteld. Daarnaast zullen aanbestedende diensten moeten voldoen aan het beginsel van proportionaliteit. Middels een algemene maatregel van bestuur is de Gids Proportionaliteit aangewezen als verplicht richtsnoer voor aanbestedende diensten om te voldoen aan het beginsel van proportionaliteit.
       
    3. Is EMVI verplicht onder de gewijzigde Aanbestedingswet 2012?

      De term EMVI heeft in de gewijzigde Aanbestedingswet 2012 een andere betekenis gekregen en is een overkoepelde term geworden voor drie gunningsmethoden:
      • beste prijs-kwaliteithouding(beste PKV): dit betreft het gunningscriterium ‘economisch meest voordelige inschrijving’ zoals dat was opgenomen in de Aanbestedingswet 2012.
      • laagste kosten op basis van kosteneffectiviteit (laagste KBK): naast de aanschafprijs van een product wordt ook een ander kostencriterium meegewogen, zoals de kosten die zijn verbonden aan de gehele levenscyclus van een product.
      • laagste prijs (LP): alleen de aanschafprijs is bepalend.
      Net zoals in de Aanbestedingswet 2012 zal gunning op basis van de laagste prijs gemotiveerd moeten worden, net zoals gunning op basis van kosteneffectiviteit. Gunnen op basis van de beste prijs-kwaliteitverhouding hoeft niet te worden gemotiveerd.
    4. Beste prijs-kwaliteitverhouding of laagste prijs?

      Gunnen op laagste prijs mag, maar de aanbesteder moet dit motiveren. Gunnen op basis van de laagste prijs is eenvoudig toepasbaar, maar beperkt ook de inschrijvers om te komen met innovatieve of creatieve oplossingen. Daarnaast worden inschrijvers niet gestimuleerd om extra 'waarde' aan te bieden, inschrijvers worden daar immers ook niet voor beloond. 

      Enkele mogelijke (algemene) motiveringen om toch laagste prijs te hanteren zijn:
      • Alle details van de opdracht (kwaliteit, specificaties, prestaties, omvang etc.) zijn eenduidig vast te leggen.
      • Er worden nauwelijks of geen kwaliteitsverschillen in de markt verwacht.
      • De markt geeft zelf aan – bijv. tijdens een marktconsultatie – dat er geen kwaliteitscriterium te bedenken is dat kwaliteitsverschillen oplevert.
      • Het gaat om een standaard werk.
    5. Wat is Gunnen op waarde?

      De wijze waarop aanbesteders EMVI als gunningscriterium hanteren, varieert sterk. Op basis van praktijkervaring is door CROW de methode Gunnen op waarde ontwikkeld: een een betrouwbare methode voor het bepalen van de beste prijs-kwaliteitverhouding. Bij deze methode worden naast inschrijfprijs, alle kwaliteitsaspecten gewogen en in euro´s gewaardeerd. Inschrijvers worden dus beoordeeld op de aangeboden waarde.
    6. Gaan beste prijs-kwaliteitverhouding en RAW samen?

      In tegenstelling tot wat soms gedacht wordt, kan Gunnen op waarde prima in combinatie met RAW worden toegepast:
      • Enerzijds kunnen in een RAW-bestek kwaliteitsaspecten worden opgenomen die ingaan op het proces en uitvoering van het werk (zoals bijvoorbeeld planning, communicatie, duurzaamheid en risicomanagement).
      • Anderzijds kan de aanbesteder varianten toestaan op een gedeelte van het RAW-bestek. Als aanbesteder moet je in de aanbestedingsstukken vermelden of je varianten toestaat, waaraan deze minimaal moeten voldoen en hoe deze moeten worden ingediend. Als je varianten toestaat, ligt het toepassen van het gunningscriterium beste prijs-kwaliteitverhouding voor de hand.
    7. Wat als een kwaliteitscriterium invloed heeft op de overige resultaatsverplichtingen?

      Het is mogelijk dat aangeboden meerwaarde op een kwalitatief aspect invloed heeft op de in het bestek omschreven resultaatsverplichtingen. De aanbesteder zal op voorhand goed moeten bepalen welke kwalitatieve criteria hij uitvraagt, als hij de inschatting maakt  dat er tegenstrijdigheden kunnen ontstaan is het goed de mogelijkheid van het toestaan van varianten te bekijken.

      Met een variant is het zeer goed mogelijk sturing te geven  aan de technische kwaliteitsaspecten. Bij procesmatige kwaliteitsaspecten zullen genoemd tegenstrijdigheden niet vaak voorkomen.
    8. Hoe moet ik de gunningsbeslissing op basis van beste prijs-kwaliteitverhouding motiveren?

      Hier is vaak veel verwarring over en zowel de gewijzigde Aanbestedingswet 2012, de Gids Proportionaliteit als het ARW 2016 zijn hier niet helemaal duidelijk in. CROW adviseert om in ieder geval onderstaande drie punten in de gunningsmotivatie op te nemen (naast hetgeen is geregeld in het ARW 2016):
      • Overzicht van de uitslag (ranking)
      • Onderbouwing, de gronden van de beslissing, waaronder de kenmerken en voordelen van de winnende inschrijving
      • Eigen scores plus motivering
    9. Referenties: één referentie per kerncompetentie?

      De Gids Proportionaliteit stelt duidelijke richtlijnen voor het vragen van referenties, hierbij een opsomming:
       
      • Stel voor het toetsen van technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid kerncompetenties vast die overeenkomen met de gewenste ervaring op essentiële punten van de opdracht.
      • Vraag maximaal 1 referentie per kerncompetentie.
      • Vraag niet dat referentieprojecten een waarde hebben van meer dan 60% van de geraamde opdrachtwaarde.
      • Bij referenties gelden vergelijkbare opdrachten en niet opdrachten die gelijk zijn.
    10. Is model K verplicht?

      Het bij inschrijving indienen van model K (verklaring bestuurder omtrent rechtmatige inschrijving) is niet automatisch verplicht. Indien door de aanbesteder een Model K wordt verlangd, dan moet de aanbesteder dit expliciet aangeven in de aanbestedingsstukken.

       Uit jurisprudentie blijkt dat gebreken aan de Model-K verklaring niet mogen worden hersteld. Indien de Model-K verklaring niet of niet door de juiste persoon is ondertekend, model K fouten bevat of überhaupt niet is ingediend (en dit wel door de aanbesteder is verlangd in de aanbestedingsstukken) dan moet dat leiden tot ongeldig verklaring en uitsluiting van de inschrijving.
    11. Ben ik verplicht alle inschrijfsommen bekend te maken aan de inschrijvers bij een aanbesteding met gunning op de laagste prijs?

      Ja, daartoe bent u volgens het ARW 2016 toe verplicht. In artikel 7.21.2 van het ARW is het volgende geregeld:
       
      Van het openen van de inschrijvingen wordt proces-verbaal opgemaakt. Het proces-verbaal van
      opening van de inschrijvingen bevat ten minste de volgende gegevens:
      1. de plaats en de datum van het openen van de inschrijvingen
      2. een korte aanduiding van de opdracht
      3. de namen en de adressen van de inschrijvers
      4. de aanduiding van het perceel, de percelen of het totaal waar de inschrijver op inschrijft
      5. bij toepassing van het gunningscriterium van de laagste prijs, de inschrijvingssommen, de omzetbelasting daarin niet begrepen
      6. eventuele in het oog springende onregelmatigheden in de inschrijvingen
      7. de naam, functie en handtekening van degene die de inschrijvingen heeft geopend
      8. de plaats en de datum van ondertekening van het proces-verbaal
    12. Mag een inschrijver een fout in de ingediende Eigen verklaring herstellen?

      Het ARW 2016 biedt de ruimte om een fout in de Eigenverklaring of de bewijsmiddelen te laten herstellen.
      Met betrekking tot de de Openbare procedure is dat geregeld in art. 2.21.6:

      In het geval van een gebrek in de eigen verklaring of de bewijsmiddelen stelt de aanbesteder de betreffende ondernemer in de gelegenheid om het gebrek te herstellen binnen een termijn van 2 werkdagen, te rekenen vanaf de dag van verzending van een verzoek daartoe. De aanbesteder verzendt dit bericht per fax of elektronisch bericht. Indien de aanbesteder het gevraagde niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft ontvangen of indien het gebrek niet door het antwoord is hersteld, komt de ondernemer niet in aanmerking voor opdrachtverlening.
    13. Hoe lang duurt de opschortende termijn (Alcatelperiode)?

      Het ARW 2016, hanteert evenals de gewijzigde Aanbestedingswet 2012, een opschortende termijn van 20 dagen.
      NB Bij enkele procedures wordt deze termijn niet voorgeschreven, zoals bijvoorbeeld bij de Meervoudige onderhandse procedure. Uiteraard is het wel toegestaan om een opschortende termijn voor te schrijven bij een meervoudig onderhandse procedure, in de praktijk zie je bij deze procedure vaak een opschortende termijn van 7 of 10 dagen.
    14. Mag een inschrijver, die zelf niet voldoet aan de gestelde eisen m.b.t. technische bekwaamheid of financiële draagkracht, gebruik maken van andere partijen om toch aan de gestelde eisen te voldoen?

      Ja, dit is een algemeen aanbestedingsrechtelijk uitgangspunt. De gewijzigde Aanbestedingswet 2012 regelt hier e.e.a. over in art. 2.92 en art. 2.94. Het ARW 2016 doet dat in de uitgeschreven tekst van de verschillende procedures.

      Met betrekking tot de Openbare procedure staat in art. 2.16.6:

      Een ondernemer kan zich beroepen op de technische bekwaamheid van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen. In dat geval toont hij de aanbesteder aan dat hij kan beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen.
       
    15. Mag een ondernemer vragen stellen aan de aanbesteder waarop de andere ondernemers die meedingen naar de opdracht het antwoord niet krijgen?

      Het ARW biedt in onder andere in de Openbare, de Niet openbare en de Meervoudig onderhandse procedure de mogelijkheid voor het stellen van vragen om inlichtingen waarvan de antwoorden niet in de (algemene) nota van inlichtingen worden opgenomen. De vraagsteller krijgt dus individueel antwoord. Een belangrijke voorwaarde die hieraan is gekoppeld is dat de ondernemer zijn vraag voorziet van een motivering om zijn economisch belang aan te tonen. Zie ARW 2016 bijvoorbeeld art. 2.23.1.
       
    16. Een ondernemer heeft naar het inzicht van de aanbesteder wel erg laag ingeschreven. Wat kan de aanbesteder doen?

      De aanbesteder vraagt de inschrijver om verduidelijking van zijn inschrijving.

      Zie ARW 2016 art. 2.34.1:
      Indien een inschrijving is gedaan die in verhouding tot de te verrichten opdracht abnormaal laag lijkt, verzoekt de aanbesteder schriftelijk om een toelichting op de voorgestelde prijs of kosten van de inschrijving. De aanbesteder onderzoekt in overleg met de inschrijver de verstrekte informatie.
    17. Na de gunningsbeslissing blijkt dat een inschrijver niet voldoet aan de gestelde eisen, mag u de opdracht toch gunnen aan deze partij?

      Nee, het ARW 2016 bepaalt dat een inschrijver ook op de dag van de opdrachtverlening moet voldoen aan de gestelde eisen. Zie ARW 2016 art. 2.37.4.
       
    18. Na het openen van de inschrijvingen blijkt dat de aanbesteder onvoldoende budget heeft om de opdracht te kunnen verlenen. Is de aanbesteder verplicht om de opdracht te verstrekken?

      De aanbesteder is niet verplicht om de opdracht te verlenen, zie het ARW 2016, bijvoorbeeld art. 2.37.1.
    19. Mag een aanbestedende dienst afwijken van het ARW 2016?

      Door middel van de gewijzigde Aanbestedingswet 2012 en het Aanbestedingsbesluit zijn aanbestedende diensten verplicht om het ARW 2016 toe te passen voor werken geraamd onder de Europese drempelwaarden. Deze verplichting is er conform het 'pas toe of leg uit'-principe. Dit betekent dat er mag worden afgeweken mits dit wordt gemotiveerd in de aanbestedingsstukken. Hierbij zal een aanbesteder er acht op moeten slaan dat de afwijking past binnen de regels van de gewijzigde Aanbestedingswet 2012.
  • Algemeen

    1. Mag ik afbeeldingen, foto’s en figuren uit CROW-publicaties gebruiken?

       
      Neem contact op met de teamleider Content- en webmanagement van CROW Media: Willy Stegeman (stegeman@crow.nl)
       

    2. Geeft CROW advies in specifieke situaties?

      Nee. Gezien onze onafhankelijke status kan CROW geen advies geven over specifieke situaties. Wel kunnen wij verwijzen naar relevante richtlijnen.  Voor bemiddeling over een contract is de RAW-helpdesk  beschikbaar. Voor advies op maat verwijzen wij u door naar een adviesbureau.
       

    3. Hoe komt de kennis tot stand?

      CROW roept professionals uit de sector bijeen en vormt werkgroepen. Zij werken kennisvragen uit en gaan op zoek naar antwoorden. Meer over werkgroepen.

    4. Hoe wordt CROW gefinancierd?

      CROW is een stichting zonder winstoogmerk. De benodigde financiën ontvangt de organisatie vanuit project- en programmafinanciering. Daarnaast genereert CROW inkomsten door de verkoop van producten en diensten. Lees meer.

    5. Kan ik bijdragen aan de kennisontwikkeling?

      Jazeker, u kunt bijvoorbeeld lid worden van een van de CROW-werkgroepen. Heeft u hier interesse in, neem dan via het formulier rechts op deze pagina contact op met CROW. Daarnaast staat CROW open voor aanvullingen en correcties op de kennis die op deze website staat.

    6. Wat is de status van de CROW-richtlijnen?

      In principe zijn de richtlijnen van CROW niet bindend. Op het moment dat in regelgeving of beleidsnota's wordt verwezen naar de CROW-publicaties, zijn ze bindend. Er bestaat jurisprudentie waarbij in de uitspraak wordt verwezen naar CROW-publicaties. Kern van deze uitspraken is dat wegbeheerders mogen afwijken van de richtlijnen, maar dat hiervoor wel een goede motivering en afweging van belangen nodig is.
       

    7. Wat moet ik doen als ik een vraag over CROW-software heb?

      De meest voorkomende softwarevragen vindt u terug op de website. Vindt u niet het antwoord dat u zoekt? Stel uw vraag dan bij de helpdesk. Geef daarbij duidelijk aan om welke software het gaat en wat uw vraag of foutmelding is.

    8. Waar staan de letters CROW voor?

      CROW is geen afkorting, maar een eigen naam. Vroeger was het wel afkorting. Lees daarover op de pagina geschiedenis.

    9. Wat voor producten maakt CROW?

      CROW biedt de kennis aan in verschillende vormen zoals publicaties, kennispagina's, online tools, congressen en cursussen.

    10. Hoe kan ik me inschrijven voor een cursus?

      U kunt zich uitsluitend via deze website inschrijven voor een cursus. Ga naar de cursus van uw keuze en schrijf u in via het inschrijfformulier. Let op dat u alle gegevens goed invult! Voor wijzigingen brengt CROW namelijk administratiekosten in rekening. In de voorwaarden leest u daar meer over.

    11. Kan ik vrijstellingen krijgen voor een cursus?

      Binnen de opleiding Verkeerskunde zijn vrijstellingen voor afzonderlijke cursusmodules mogelijk. CROW bekijkt per geval of een vrijstelling verleend kan worden. Neem hiervoor contact op met de afdeling Cursussen.

    12. Krijg ik een diploma als ik een cursus bij CROW volg?

      Dat is afhankelijk van de cursus. Bij iedere cursus staat aangegeven of u een certificaat of diploma krijgt. Het diploma Verkeerskunde kunt u behalen als u voor alle acht cursusmodules bent geslaagd.

    13. Wat zijn leergangen binnen cursussen?

      Binnen het onderdeel ‘aanbesteden en contracteren’ biedt CROW een serie cursussen. Deze vormen samen een leergang. Lees meer over leergangen.

    14. Welke CROW-cursus is geschikt voor mij?

      Dat hangt af van uw vooropleiding en doelstellingen. Neem contact op met de Klantenservice voor persoonlijk advies.

    15. Geeft CROW juridisch advies?

      CROW is een onafhankelijke stichting die geen advies geeft in specifieke juridische situaties. CROW kan wel naar publicaties verwijzen waarin informatie is terug te vinden over bepaalde richtlijnen.

    16. Ik heb een vraag over de inhoud van een publicatie

      Errata, toelichtingen en downloads zijn in de webwinkel bij de betreffende publicatie te downloaden. Beantwoordt dat uw vragen niet, kijk dan bij de veelgestelde vragen van de Helpdesk.

    17. Hoe kan ik een product bestellen?

      Wanneer u een keuze heeft gemaakt, drukt u op de 'bestel'-knop en volgt u de aanwijzingen in het bestelproces.U kunt producten in uw winkelwagen doen en afrekenen of verder rondkijken. Heeft u nog geen Mijn CROW-profiel, dan maakt u deze automatisch aan tijdens uw eerste bestelling. Met een profiel kunt u inloggen en worden uw gegevens automatisch ingevuld. Meer over het Mijn CROW-profiel.

    18. Hoe vind ik het product dat ik zoek?

      Gebruik het zoekscherm hier links om naar publicaties en uitgaven te zoeken. Zoek op trefwoord of publicatienummer. U kunt ook op een van de zes hoofdonderwerpen zoeken. U ziet dan alle publicaties uit die categorie en kunt vervolgens uw zoekvraag verfijnen.

    19. Wanneer wordt mijn bestelde download uitgeleverd?

      Een download is een digitaal product (meestal een pdf) dat direct na uw bestelling wordt geplaatst in uw Mijn CROW profiel. U kunt desgewenst vanaf die pagina de pdf downloaden naar uw eigen pc.

    20. Wat is de levertijd van een product?

      Uw bestelling wordt normaliter binnen zes werkdagen afgehandeld. Als u binnen tien werkdagen uw bestelling nog niet heeft ontvangen, neemt u dan contact met ons op. Telefoonnummer : 0318-695315.

    21. Wat is de status van mijn bestelling?

      Voor vragen over de afhandeling van bestellingen kunt u contact opnemen met CROW:
      T: 0318 - 69 53 27
      E: verkoop@crow.nl

    22. Kan ik als particulier met mijn vraag bij CROW terecht?

      CROW is een nationaal kennisplatform dat professionals werkzaam bij decentrale overheden en adviesbureaus helpt bij vraagstukken over verkeer, vervoer, openbare ruimte en infrastructuur. We leveren geen dienstverlening aan particulieren. Om u toch enigszins op weg te helpen hebben we een lijst met handige adressen gemaakt,waar u eventueel wel terecht kunt met uw vraag.
    23. Waar staat gww voor?

      De letters gww staan voor grond-, water- en wegenbouw.
    24. Waarom moet ik me registreren voor een gratis uitgave of bijeenkomst?

      Sommige publicaties worden door CROW gratis aangeboden. Voor een aantal  bijeenkomsten vragen wij geen entreeprijs . Ook al zijn ze kosteloos, toch vragen wij u zich voor deze activiteiten te registreren via onze webshop.  Op deze wijze kunnen we u eenvoudig informeren over wijzigingen. Zo kunnen wij u bijvoorbeeld op de hoogte brengen van errata of van een vervangende publicatie. Ook is het voor CROW belangrijk te weten wie gebruik maakt van onze diensten. Die inzichten helpen ons bij het maken van keuzes in onze dienstverlening en zo zorgen we dat ons aanbod blijft aansluiten bij uw wensen.
    25. Ik heb een meningsverschil met de gemeente over het parkeren in onze straat/wijk, kan CROW hier iets in betekenen?

      Helaas kunnen wij u hiermee niet verder helpen. CROW is een onafhankelijk stichting die geen oordeel of advies geeft in een specifieke verkeerssituatie. Als u een klacht of opmerking heeft over bijvoorbeeld het parkeren in uw straat dan kunt u het beste in contact gaan met deze desbetreffende gemeente. Probeer in een goed gesprek tot een gezamenlijke oplossing te komen.
    26. Zijn de CROW-richtlijnen bindend?

      In principe zijn de richtlijnen van CROW niet bindend. Op het moment dat in regelgeving of beleidsnota’s wordt verwezen naar de CROW-publicaties, zijn ze bindend. Een voorbeeld hiervan zijn de kencijfers parkeren uit CROW-publicatie 317 of de ASVV2012. Veel gemeenten verwijzen naar deze kencijfers in hun parkeerbeleid of bestemmingsplannen. Op dat moment zijn de parkeerkencijfers in de betreffende gemeente als regelgeving te beschouwen (parkeernormen). Verder bestaat er jurisprudentie waarbij in de uitspraak wordt verwezen naar de CROW-publicaties. Kern van de uitspraken is dat de wegbeheerders mogen afwijken van de richtlijnen, maar dat ze hiervoor wel een goede motivering en afweging van belangen moeten hebben.
    27. Kan ik de kosten van mijn opleiding aftrekken van de belasting?

      Betaalt u zelf uw cursus of studie? Dan komt u ook bij de cursussen van CROW in aanmerking voor belastingaftrek.
      U leest meer over de voorwaarden op de website van de Belastingdienst. U leest daar ook welke kosten in aanmerking komen voor aftrek.
    28. Hoe gebruik ik de Online Kennismodule?

      We hebben verschillende middelen om u (meer) wegwijs te maken met de Online Kennismodules van CROW.

      Handleidingen

      Instructievideo's

      Wat is de CROW Online Kennisbank en wat kunt u er mee?


      Hoe zoek ik in de CROW Online Kennismodules?

       
      Notities delen in CROW Online Kennismodule



      Ga naar www.crow.nl/kennismodules en lees hier alle voordelen van een abonnement op Online Kennismodule en bekijk het volledige overzicht aan kennismodules.
  • Contracteren

    1. Waar kan ik terecht met vragen over de RAW?

      Voor vragen en antwoorden met betrekking tot de RAW kunt u terecht op de pagina RAWeetjes.

    2. Waar kan ik een vraag stellen over bouwproces?

      U kunt vragen stellen over bouwproces via het formulier rechts op deze pagina.

    3. Wat zijn leergangen binnen cursussen?

      Binnen het onderdeel ‘aanbesteden en contracteren’ biedt CROW een serie cursussen. Deze vormen samen een leergang. Lees meer over leergangen.

    4. Voor de verrekening van meerwerk hebben de aannemer en de opdrachtgever een nieuwe verrekenprijs afgesproken. Heeft de aannemer ook recht op verrekening van uitvoeringskosten, algemene kosten en winst en risico?

      Nieuwe verrekenprijzen worden volgens par. 39 lid 2 van de UAV overeengekomen als meer dan 110% of minder dan 90% van de in het bestek genoemde verrekenbare hoeveelheden wordt verwerkt en de verrekenprijs voor het meer werk- of minderwerk te hoog of te laag blijkt te zijn. De verrekenprijs bevat volgens de RAW-systematiek altijd de componenten ‘Algemene kosten’ en ‘Winst en risico’, maar niet de uitvoeringskosten.

      Grote afwijkingen op de hoeveelheden kunnen gevolgen hebben voor de uitvoeringstijd van het bestek en daarmee op de uitvoeringskosten. Bij een herziening van een verrekenprijs kunnen daarom ook die gevolgen worden meegenomen. Zie ook het RAWeetje 'In hoeverre zijn uitvoeringskosten niet verrekenbaar?'
    5. Hoe verreken ik een afwijking op een niet-verrekenbare hoeveelheid?

      Met een afwijking op een niet verrekenbare hoeveelheid, in een RAW-bestek gekenmerkt met een letter ‘N’, wordt op dezelfde manier omgegaan als met een ‘geschatte hoeveelheid’ als bedoeld in paragraaf 38 lid 2 van de UAV.

      Een afwijking wordt verrekend ‘indien en voor zover’ de afwijking groter is dan 10% van de in het bestek opgenomen hoeveelheid resultaatsverplichting. Pas als de afwijking groter is dan 10% komt deze voor verrekening in aanmerking, en dan alleen dat deel van de afwijking dat de10% overstijgt. Aanvullende informatie over het verrekenen van afwijkingen van hoeveelheden is te vinden in het RAWeetje ‘Geven afwijkende bestekshoeveelheden recht op verrekening? (deel 1)’ 
    6. Heb ik bij een overschrijding van een verrekenbare hoeveelheid altijd recht op herziening van de verrekenprijs?

      Om voor herziening van een verrekenprijs in aanmerking te komen moet aan 2 voorwaarden zijn voldaan. Op de eerste plaats moet de afwijking groter zijn dan 10% van de in het bestek opgenomen hoeveelheid, en op de tweede plaats moet blijken dat de bij de totstandkoming van de overeenkomst overeengekomen verrekenprijs onjuist is. Dit moet worden aangetoond door de partij die de verrekenprijs wil herzien.
       
      Aanvullende informatie over het herzien van een verrekenprijs is te vinden in paragraaf 39 van de UAV en in het RAWeetje ‘Hoe kom ik tot een herziening van de verrekenprijs?
    7. Moeten alle kostenbepalende factoren in de besteksposten zijn vermeld?


      Ja, kostenbepalende factoren die te maken hebben met de uitvoering van het werk moeten worden vermeld.
       
      Besteksposten komen voor in Deel 2.2 van het RAW-bestek. Dit deel is een nadere beschrijving van het uit te voeren werk. Alle kosten die met het werk te maken hebben behoren zoveel mogelijk in de besteksposten tot uiting te komen. Met ‘het werk’ wordt hier echter bedoeld ‘hetgeen gerealiseerd moet worden’. Er zijn ook kostenbepalende factoren die niet met ‘het werk’ te maken hebben, maar met de omstandigheden waaronder het werk moet worden uitgevoerd. Denk hierbij aan bereikbaarheid, waterstanden en bodemgesteldheid. Deze kostenbepalende factoren kunnen ook elders in het bestek tot uiting komen, zoals in Deel 2.1 ‘Algemene gegevens’ of in Deel 3 van het bestek.

      Aanvullende informatie over kostenbepalende factoren in het bestek is te vinden in het RAWeetje ‘Komen kostenbepalende factoren ook buiten de besteksposten voor?
    8. Wat is het verschil tussen een Directievoerder en Toezichthouder?

      Het antwoord op deze vraag is niet zwart/wit.
      Globaal werkt een Directievoerder meer op financieel/administratief/aansturend vlak. Een Toezichthouder werkt meer technisch inhoudelijk/logistiek en met bestekadministratie, dag- en week- boek.

      Er is niet altijd sprake van een Directievoerder en een Toezichthouder op een project. Dit hangt af van de combinatie van omvang, complexiteit en eventueel benodigde specialismen. Het is zaak om vóór de eerste bouwvergadering, zoals bedoeld in de UAV par. 5.1, een duidelijke rol- en verantwoordelijkheids- verdeling tussen de 'Directievoerder en Toezichthouder te hebben afgesproken en vastgelegd. Het is ook van belang bewust te hebben bepaald tot welke bedragen de Directievoerder en Toezichthouder (evt. ook de stagiair) gemandateerd zijn besluiten te nemen namens de Opdrachtgever, zoals bedoeld in de UAV paragraaf 3, en met name paragraaf 3.4.
    9. Waaraan moet de Directievoerder/Toezichthouder denken bij het opstarten van een project?

      Er zijn vele zaken waar u bij de opstart van een werk aan moet denken, of  waar u minimaal even bi stilj zou moeten staan. Wij geven u een aantal aandachtspunten:
       
      • Gevolmachtigde Opdrachtgever (OG) en Opdrachtnemer (ON), par. 3 + 4 UAV
      • Vergunning door OG en ON, par. 5 + 6 UAV
      • Kabels en leidingen, CROW-publicatie ‘Graafschade voorkomen aan kabels en leidingen’, proefsleuven. Paragraaf 5 UAV, artikel 01.09 Standaard RAW-Bepalingen
      • Eerste werkdag, planning par. 7 + 26 UAV, 01.13 Standaard
      • Bijhouden dagboek en weekrapport par. 27 UAV
      • Verband met andere werken, par. 31 UAV, 01.11 + 01.13 Standaard
      • Financiën par 35 t/m 39 UAV
      • Direct melden overschrijdingen, bestek wijzigen, afwijkingen en/of financiële gevolgen, par. 6.16 UAV
      • Verkeer, CROW-publicatiereeks Werk in Uitvoering, omwonenden, par. 6 en 30 UAV, 01.12 en H62 Standaard RAW-Bepalingen
      • Bomen/Groen, par. 5 UAV, 01.18 Standaard
      • Veiligheid, V&G-plan
      • Zekerheidstelling WA / CAR verzekering, par. 43a + 43b UAV
    10. Moet het bijmaaien rondom bomen of obstakels in het bestek worden vermeld?

      Bij het verrekenen op basis van beeldkwaliteit gelden de eisen per kwaliteitsniveau binnen een schaalbalk voor het gehele te onderhouden perceel dus ook rondom en naast obstakels en bomen. Het bestek zal wel inzicht moeten geven in de aard, de aantallen en de locaties van bomen, paaltjes, muurtjes en overige obstakels. Zie hiervoor ons RAWeetje ‘Wanneer wel en wanneer niet bijmaaien?
    11. Kunnen frequentieposten en beeldkwaliteitsposten in één bestek worden opgenomen?

      Ja. Dit is in veel gevallen zelfs wenselijk en wordt ook meestal zo toegepast.
      Bij groenonderhoud onderscheiden we twee soorten onderhoud: hoog frequent en laag frequent onderhoud. Hoog frequent onderhoud (zoals bijvoorbeeld het maaien van gazons) leent zich goed voor verrekening op basis van beeldkwaliteit. Bij laag frequent onderhoud (zoals bijvoorbeeld het snoeien van hagen) maar ook voor bijvoorbeeld  het herstel van beschadigingen is het verrekenen op beeld sterk af te raden.  De toegevoegde waarde ontbreekt, calculatie en verrekening wordt onlogisch en vaak wil een beheerder zelf kunnen bepalen wanneer een haag wordt gesnoeid en wanneer (en of) schade wordt hersteld. In dergelijke gevallen is het gebruik van een frequentiepost het meest voor de hand liggend.
    12. Zijn alle werkzaamheden geschikt om als beeldpost op te nemen in een beeldbestek?

      Nee. Voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte kan de ‘Kwaliteitscatalogus openbare ruimte’ van CROW worden gebruikt welke aansluit op de teksten van de RAW-systematiek. Hierin wordt ook aangegeven, of schaalbalken/werkzaamheden geschikt zijn voor verrekening op beeldkwaliteit, op frequentie of dat de schaalbalken alleen geschikt zijn voor beleidvorming (zie bijlage ‘Advies verrekenen op beeld of op frequentie’).

      Een voorbeeld:  de schaalbalk ‘Meubilair-afvalbak-deuken en gaten’. Wanneer dergelijke schade optreedt is niet te bepalen. Deze schaalbalk is daarom ook niet geschikt voor verrekening op basis van beeldkwaliteit. Monitoring kan wel worden opgedragen aan de aannemer. Herstel zal op frequentie moeten plaatsvinden.

      Een tweede voorbeeld: de schaalbalk ‘Groen-boom-beschadiging’. Een aannemer zal beschadigingen niet ongedaan kunnen maken. Deze schaalbalk kan derhalve alleen worden gebruikt om de kwaliteit van de openbare ruimte in beeld te brengen (ambitieschouw).
    13. Zijn bundelingen van beeldposten mogelijk?

      Dit wordt door CROW sterk afgeraden. Ook de noodzaak bij beeldposten ontbreekt. Worden beeldposten gebundeld, zal er in de termijnen per bundeling moeten worden verrekend en zullen ook eventuele kortingen per bundeling moeten worden verrekend, wat ongewenste resultaten zal geven. Overigens is het verrekenen  bij bundelingen van ‘beeldposten’ en ‘frequentieposten’ onmogelijk.
    14. Is het Nederlandse recht van toepassing op een RAW-raamovereenkomst?

      Net als op ieder ander contract (in Nederland) op de markt gebracht valt een RAW-raamovereenkomst onder de Nederlandse wetgeving en is dus het Nederlandse recht, in het bijzonder Verbintenissenrecht, van toepassing. In paragraaf 01.21 van de Standaard RAW Bepalingen 2015 is een aantal specifieke zaken voor de RAW-raamovereenkomst geregeld, zoals verlenging van de overeenkomst.
       
    15. Hoe moet ik omgaan met eenmalige kosten bij een RAW-raamovereenkomst

      Eenmalige kosten die kunnen worden toebedeeld aan een deelopdracht moeten in het RAW-bestek in deel 2.2 worden gespecificeerd en moeten op de inschrijvingsstaat voor het subtotaal worden opgenomen. Te denken valt hierbij aan mobilisatie van een asfaltset, het aanvoeren en opstellen van een heistelling en dergelijke. deze zullen d.m.v. een bestekspost voor het subtotaal moeten worden opgenomen.

      Het is niet mogelijk om bij een RAW-raamovereenkomst eenmalige kosten na het subtotaal op te nemen op de inschrijvingsstaat.
    16. Is er een leverantieplicht bij een RAW-raamovereenkomst?

      Een opdrachtnemer is verplicht gevolg te geven aan een aan hem opgedragen deelopdracht. Dit is geregeld in artikel 01.21.07 van de Standaard RAW bepalingen 2015.
    17. Is er een afnameplicht bij een RAW-raamovereenkomst?

      Een opdrachtgever is niet verplicht deelopdrachten te verstrekken. Uiteraard mag een opdrachtgever werkzaamheden die vallen onder de scope van de raamovereenkomst niet zomaar aan derden opdragen.
      In de RAW-catalogus met bepalingen zijn bepalingen opgenomen die betrekking hebben op een omzetgarantie en een omzetverwachting.  Hiervan kan de opdrachtgever desgewenst gebruik maken.
    18. Mag ik een RAW-raamovereenkomst onbeperkt verlengen?

      Voor Aanbestedingsplichtige opdrachtgevers, zoals gemeentes, provincies en waterschappen, geldt dat een raamovereenkomst (inclusief eventuele opties tot verlenging) een maximale duur mag hebben van 4 jaar.
      Een eventuele optie tot verlenging moet al bij aanbesteding bekend zijn
    19. Tot wanneer mag ik een deelopdracht verstrekken bij een RAW-raamovereenkomst?

      Een deelopdracht kan tot de laatste dag van de looptijd van de RAW-raamovereenkomst worden verstrekt.
    20. Zijn de UAV van toepassing op een RAW-raamovereenkomst?

      Nee, op de raamovereenkomst zijn de UAV niet van toepassing. De raamovereenkomst valt onder het Nederlandse recht . Op de deelopdracht zijn de UAV wel van toepassing.
      Reden hiervoor is dat de UAV volledig heten: Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012. Bij een RAW-raamovereenkomst spreek je nog niet over de uitvoering van werken, hiervan is pas sprake bij het verstrekken van een deelopdracht.
       
    21. Hoe kan ik een RAW-bestek registreren?

      U registreert een RAW-bestek eenvoudig met de CROW Registratiemodule. Er is een stappenplan beschikbaar.
  • Infrastructuur

    1. Kan ik in mijn bestekken nog voorschrijven dat het om een dicht of open asfaltbeton gaat volgens de Standaard RAW Bepalingen 2005?

      De Europese Commissie heeft bepaald dat voor asfalt de NEN-EN 13108 normen per 1 maart 2008 ingevoerd moeten zijn. Dit betekent dat de asfaltmengsels ook benoemd moeten worden volgens deze normen. Daarmee komen de benamingen dicht en open asfaltbeton, grindasfaltbeton en steenslagasfaltbeton niet meer voor. Asfaltmengsels worden nu benoemd naar de functie die zij in de constructie vervullen.

    2. Zijn de oude benamingen voor asfaltmengsels een-op-een te vertalen naar de huidige benamingen?

      Het is niet mogelijk om een mengsel met een oude benaming een-op-een te vertalen naar de categorieën die nu gebruikt worden. Wel geeft de handleiding van deelhoofdstuk 81.2 Asfaltverhardingen van de RAW-systematiek een indicatie van de onderlinge relaties.

    3. Waar kan ik een vraag stellen over bouwproces?

      U kunt vragen stellen over bouwproces via het formulier rechts op deze pagina.

    4. Waar kan ik vragen stellen over infrastructuur?

      U kunt vragen stellen over infrastructuur via de Helpdesk.

    5. Wanneer is bijzonder en zwaar transport op een weg toegestaan?

      De wegbeheerder kan voor het gebruik van een weg door zwaar transport ontheffing verlenen. De wegbeheerder moet een aantal aspecten doorrekenen om te zien of ontheffing voor een bepaald transport mogelijk is. Dit is onder andere afhankelijk van de verhardingssoort, de levensduur en de leeftijd van de verharding. Met vragen over een specifiek zwaar transport kunt u het beste contact opnemen met de wegbeheerder.

    6. Van welke maximale belasting moet ik uitgaan voor een fietspad?

      Voor fietspaden is niet de belasting door (brom)fietsen relevant, maar het incidenteel zwaardere verkeer. Denk aan (berm)onderhoudsmaterieel, stempels van hoogwerkers bij snoeiwerkzaamheden aan bomen of tijdelijk gemotoriseerd verkeer bij een omleiding. Ook de vele kruispunten waar het zwaardere wegverkeer het fietspad kruist, spelen een rol.

    7. Waar komt de maximale belasting van wegen uit voort?

      De maximale belasting van wegen komt voort uit de maximale asbelasting. Die is wettelijk vastgelegd: 100 Kilo Newton voor getrokken assen en 115 Kilo Newton voor aangedreven assen. Meer informatie hierover vindt u bij de Rijksdienst voor Wegverkeer (RDW). De maximale belasting van wegen is afhankelijk van de verschillende verhardingstypen en verhardingssoorten die u kun toepassen voor een weg. CROW-publicatie 189 ‘Keuzemodel wegconstructies’ helpt om tot een keuze voor een verhardingstype te komen.

    8. Welke verkeersklassen worden gebruikt bij wegconstructies?

      Voor het dimensioneren van wegverhardingen wordt geen gebruik meer gemaakt van verkeersklassen. De maximale belasting van wegen is niet meer gekoppeld aan de verschillende verkeersklassen. 

    9. Wat zijn verkeersklassen?

      Er zijn twee verschillende ‘soorten’ verkeersklassen. Daardoor kan soms verwarring ontstaan. De eerste soort is gerelateerd aan verkeersklassen voor het ontwerpen en dimensioneren van wegconstructies. De tweede is gerelateerd aan bruggen en viaducten.

    10. Welke verkeersklassen worden gebruikt bij bruggen en viaducten?

      Bij bruggen en viaducten worden verkeersklassen gebruikt in combinatie met de cijfers 30, 45, 60 (of 300, 450, 600). Het zijn uitgangspunten of normen waarin is vastgelegd welke geschematiseerde belasting de brug moet kunnen hebben. Het gaat om een combinatie van een gelijkmatig verdeelde belasting en een ongunstige geplaatste zware mobiele belasting. Voor meer informatie over deze verkeersklassen kunt u contact opnemen met het Nederlands Normalisatie-instituut en de SBRCURnet.

  • Openbare ruimte

    1. Waar kan ik vragen stellen over openbare ruimte?

      U kunt vragen stellen over openbare ruimte via de Helpdesk.

  • Verkeer en Vervoer

    1. Waar kan ik (nieuwe) inlogcodes voor de ASVV en de Kwaliteitscatalogus krijgen?

      U kunt nieuwe inlogcodes krijgen via abonnementen@crow.nl.

    2. Wat is de status van de CROW-richtlijnen?

      In principe zijn de richtlijnen van CROW niet bindend. Op het moment dat in regelgeving of beleidsnota's wordt verwezen naar de CROW-publicaties, zijn ze bindend. Er bestaat jurisprudentie waarbij in de uitspraak wordt verwezen naar CROW-publicaties. Kern van deze uitspraken is dat wegbeheerders mogen afwijken van de richtlijnen, maar dat hiervoor wel een goede motivering en afweging van belangen nodig is.
       

    3. Geeft de helpdesk ook antwoord op vragen over KpVV?

      Ja. Sinds het samengaan van het Kennisplatform Verkeer en Vervoer (KpVV) met CROW, beantwoordt de helpdesk ook vragen over activiteiten van CROW-KpVV. Antwoorden op deze vragen zijn lang niet altijd te vinden in publicaties of andere kennisproducten. Als wij niet kunnen verwijzen naar relevante kennisproducten kunnen wij natuurlijk wel altijd met u meedenken.
    4. Wat is het verschil tussen parkeernormen en parkeerkencijfers?

      Een parkeernorm is een door het bevoegd gezag (veelal de gemeente) vastgestelde hoeveelheid parkeerplaatsen waaraan een nieuwbouwplan moet voldoen om in aanmerking te kunnen komen voor een bouwvergunning. In een parkeernorm kan rekening gehouden worden met mobiliteitsbeleid en bevordering gebruik andere vervoerwijzen.
       
      De parkeerkencijfers zijn ontwikkeld als hulpmiddel voor de ontwerpers; om een orde van grootte uit te rekenen voor het aantal aan te leggen parkeerplaatsen bij een bepaalde nieuwe voorziening. De kencijfers geven een gemiddeld beeld van de situatie die tijdens een onderzoek is aangetroffen. Ze kunnen meestal geen kant-en-klaar antwoord geven op de vraag hoeveel parkeerplaatsen in een bepaalde situatie moeten worden gerealiseerd of hoeveel gemotoriseerd verkeer er gegenereerd wordt. Bij het gebruik ervan moet rekening worden gehouden met de volgende invloeden:
      -bereikbaarheidskenmerken van de locatie;
      -specifieke eigenschappen van de functie; mobiliteitskenmerken van de gebruikers/ bezoekers van de functie;
      -het gemeentelijk parkeerbeleid of mobiliteitsbeleid
       
      De parkeerkencijfers zijn opgenomen CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'.
    5. Hoe kan ik de parkeervraag bepalen van een voorziening die niet in CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' is opgenomen?

      Als er voor de betreffende voorziening geen parkeerkencijfer is opgesteld zijn er twee mogelijkheden.
       
      Als eerst kunt u kijken of er gelijkenissen zijn met een voorziening waarvan wel kencijfers zijn opgesteld. Dat kencijfer kunt u dan als basis nemen om vervolgens goed naar de specifieke kenmerken van de betreffende voorziening te kijken. Het kencijfer kunt u dan beargumenteerd corrigeren met de specifieke kenmerken van de voorziening.

      Ten tweede raden we u aan om contact te zoeken met gemeentes in de omgeving/ regio met een vergelijkbare voorziening om na te vragen hoe daar de parkeerbehoefte is bepaald.
    6. Kan een wegbeheerder aansprakelijk gesteld worden voor eventuele ongevallen?

      CROW-publicatie 264 ‘Handboek verkeerswetgeving’ geeft een overzicht van wet- en regelgeving die van belang is voor wegbeheerders. Er is een apart hoofdstuk gewijd aan beheer van de weg, waarin ook aansprakelijkheid aan bod komt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee vormen van aansprakelijkheid: risicoaansprakelijkheid en schuldaansprakelijkheid. Beide zijn gekoppeld aan artikelen van het Burgerlijk Wetboek.
       
      De meest relevante vorm, risicoaansprakelijkheid, geldt op grond van artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek. Hierbij gaat het om de toestand van de weg zelf. De bezitter (in dit geval de wegbeheerder) van een opstal (de weg) kan aansprakelijk worden gesteld wanneer de weg gevaarlijker is dan redelijkerwijs mag worden verwacht en de weggebruiker dit gevaar niet kende. De wegbeheerder zelf (bezitter) blijft verantwoordelijk voor de veiligheid en de kwaliteit van de weg.
       
      Schuldaansprakelijkheid is de ‘onrechtmatige daad’ op basis van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek.
       
      De cruciale vraag is wat een wegebeheerder moet doen om aan de zorgplicht voor een veiligheid en kwalitatief goede weg te voldoen. CROW-richtlijnen kunnen hiervoor goede handvatten bieden. 
    7. Verkeerstekens zijn in de wet geregeld. Kan CROW hier meer uitleg over geven?

      Ja. In de wet- en regelgeving is vastgelegd hoe verkeerstekens en onderborden toegepast moeten worden. Zo zijn er regels voor plaatsing, kleur, afmeting en materiaal van verkeerstekens. CROW biedt alle benodigde informatie over de toepassing, uitvoering en plaatsing van verkeersborden en verkeerstekens op het wegdek. Deze kennis is nuttig voor iedereen die betrokken is bij ontwerp, beheer en onderhoud van wegen.

      Alle kennis over de toepassing van verkeerstekens wordt aangeboden in de Online Kennismodule Verkeerstekens.
    8. Waar kan ik de CROW-richtlijnen over parkeerkencijfers vinden?

      Deze zijn opgenomen in CROW-publicatie 317 Kencijfers Parkeren en Verkeersgeneratie. Meer informatie over deze publicatie vindt u op de publicatiepagina. Hier kunt u de publicatie ook bestellen.

      Daarnaast is deze kennis ook digitaal te raadplegen via onze online Kennismodules.  Alle kennis over parkeerkencijfers en parkeren is opgenomen in de Kennismodule Parkeren.

      Daarnaast beschikken veel gemeenten over deze publicatie. Als u op zoek bent naar één kengetal voor een bepaalde functie, dan zou u bij een willekeurige gemeente navraag kunnen doen.
    9. Wat is de betekenis van een bepaald bord?

      De wettelijke voorschriften voor verkeerstekens, waaronder verkeersborden zijn o.a. opgenomen in de BABW en de Uitvoeringsvoorschriften BABW. Voor weggebruikers geldt de RVV1990. Deze wetgeving is te raadplegen via de Online Kennismodule Verkeerstekens. Daarnaast kunt u in deze Online Kennismodule een overzicht van de verkeersborden en hun betekenis vinden. Per verkeersteken is praktische kennis te vinden over de plaatsing, toepassing en uitvoering.

    10. Waar kan ik de richtlijnen over verkeersdrempels vinden?

      De richtlijnen over verkeersdrempels zijn opgenomen in CROW-publicatie 344 Richtlijn drempels, plateau's en uitritten. Op de publicatiepagina kunt u de publicatie ook bestellen.

      Daarnaast is deze kennis ook digitaal te raadplegen via de online Kennismodule Wegontwerp Bibeko met ASVV.
       
    11. Waar kan ik informatie over de inrichting van wegen vinden?

      De richtlijnen voor de inrichting van wegen binnen de bebouwde kom zijn opgenomen in de ASVV 2012.

      Voor buiten de bebouwde kom zijn deze richtlijnen opgenomen in het Handboek Wegontwerp 2013.

      U de publicatie via de publicatiepagina ook bestellen.

      Daarnaast is deze kennis ook digitaal te raadplegen via onze online Kennismodule Wegontwerp:
    12. Aan welke ontwerpeisen moet een 30km/h-zone voldoen?

      Met betrekking tot de inrichting van 30 km/h zones is een deel van de kennis en richtlijnen opgenomen in wet- en regelgeving en voor een deel zijn CROW-richtlijnen opgesteld.

      De inrichtingseisen die in de wetgeving zijn gesteld zijn te vinden in de Uitvoeringsvoorschriften BABW, hoofdstuk II, paragraaf 4 lid 4. Deze uitvoeringsvoorschriften zijn ook (inclusief praktische toepassing voor de praktijk) opgenomen in de CROW Online Kennismodule Verkeerstekens. Voor deze toegang is een abonnement nodig. Bekijk de mogelijkheden op de website: Kennismodule Verkeerstekens.
       
      Het antwoord op basis van de CROW-richtlijn is als volgt. In de CROW-uitgave ASVV 2012 staan aanbevelingen voor verkeersvoorzieningen binnen de bebouwde kom (o.a. voor 30km/h wegen): een 30km/h-zone is een verblijfsgebied. Een verblijfsgebied dient door (infrastructurele) maatregelen grotendeels zelf handhavend te zijn. Handhaving op snelheid in verblijfsgebieden kan slechts worden verwacht wanneer de inrichting in overeenstemming is met de geldende limiet. De geloofwaardigheidskenmerken van een 30km/h-zone zijn:
       

      • Zeer korte rechtstand of fysieke snelheidsremmers op zeer korte afstand
      • Gesloten bebouwde wegomgeving
      • Smalle weg
      • Oneffen wegverharding
      Helpdeskmelding: 62605
    13. Wat is de afstand tussen de weg (buiten bebouwde kom) en obstakels?

      Het Handboek Wegontwerp vermeldt afstanden voor de obstakelvrije zone. De obstakelvrije zone is een gebied langs de rijbaan waarin geen obstakels mogen voorkomen. Op rijbanen met kantmarkering wordt de obstakelvrije zone gemeten vanuit de verkeerszijde van de kantstreep, op rijbanen zonder kantmarkering vanuit de kantverharding.

      Een obstakel is een voorwerp, beplantingselement of dwarsprofielelement dat bij aanrijding ernstige schade aan een voertuig en/of (dodelijk) letsel aan de inzittenden kan veroorzaken. De berm moet (redresseer)ruimte bieden aan bestuurders van voertuigen die om welke reden dan ook van de rijbaan zijn geraakt. Bij veel bermongevallen is slechts één rijdend voertuig betrokken: de zogenoemde enkelvoudige ongevallen. Deze worden onderscheiden in:
       

      • Vast voorwerp ongevallen: ongevallen waarbij het voertuig in aanrijding komt met een vast voorwerp (elk object dat in de grond is bevestigd).
      • Eenzijdige ongevallen: ongevallen waarbij geen botsing met een andere weggebruiker of met een vast voorwerp plaatsvindt, zoals over de kop slaan, in de sloot terechtkomen of te water raken.

       
      De inrichting van de berm bepaalt in hoge mate de ongevalskans voor automobilisten die met hun voertuig uit de koers zijn geraakt. Deze kans is vooral afhankelijk van de breedte van de obstakelvrije zone. Deze zone is niet van invloed op de kwaliteit van de verkeersafwikkeling en de capaciteit. De zone beïnvloedt uitsluitend de verkeersveiligheid en dan met name bij enkelvoudige ongevallen. De reden waarom bestuurders van de rijbaan raken (primaire oorzaak), staat geheel los van de obstakelvrije zone.

      De buitenberm kan de functie van obstakelvrije zone alleen vervullen wanneer de draagkracht ervan voldoende is. Uit de koers geraakte voertuigen moeten immers kunnen afremmen en redresseren. Om deze reden draagt de “halfverharding” van de vluchten bergingszone bij aan het voorkomen van enkelvoudige ongevallen.
       
      Wat voor een automobilist een veilige berm is, is nog niet direct veilig voor een motorrijder. In de berm kunnen zogenaamde “botsvriendelijke obstakels” aanwezig zijn die voor een motorrijder fataal kunnen zijn. Voorbeelden hiervan zijn:
       

      • Stalen lichtmasten met een breekconstructie
      • Aluminium lichtmasten met een lichtpunthoogte kleiner dan 10,00 meter
      • Struikgewas of bomen met een stamdiameter kleiner dan 0,08 meter
      • Opsluitbanden en goten met kleinere hoogteverschillen dan 0,07 meter
      • Verkeersborden, lage wegwijzers, praatpalen en bermplanken (verkeersvoorzieningen met een botsveilige ondersteuning of een breekconstructie)


      Breekconstructies zijn berekend op een gewicht van boven de 700 kilo. Een motorrijder heeft, inclusief de motor, een gewicht van ongeveer 300 kilo. Een volledig obstakelvrije berm is voor motorrijders de meest wenselijke situatie. Als dit niet kan, dan verdient het de voorkeur objectarme bermen te realiseren.

      Het uitgangspunt in beide gevallen is om in een bepaalde zone langs de weg geen objecten te plaatsen die gevaar kunnen opleveren. Eventueel noodzakelijke elementen, zoals borden en lichtmasten, worden buiten de objectvrije zone geplaatst. Als er wel elementen in de objectvrije zone moeten staan, dan moet worden afgewogen waar hiervoor in het dwarsprofiel de beste posities zijn. De afstanden die worden vermeld zijn:

      Bandbreedte Obstakelvrije zone (m)
      Regionale stroomweg 100 km/h Gebiedsontsluitingsweg 80 km/h Erftoegangsweg 60 km/h
      Gewenst 10,00 6,00 2,50
      Minimaal 8,00 4,50 1,50

      Tabel 7. Gewenste obstakelvrije zone naar ontwerpsnelheid in het normaal dwarsprofiel

      Voor het ontwerp van de obstakelvrije zone met betrekking tot bomen is een V&V-bericht opgesteld. Download en bekijk dit bericht: V&V Bericht 161: Weg met Bomen.
       

      Helpdeskmelding: 60260
    14. Wat is de I/C-verhouding per wegcategorie?

      In CROW-publicaties, zoals ASVV 2012 zijn intensiteiten niet meer gekoppeld aan wegcategorieën. De reden is dat de acceptabele hoeveelheid verkeer op een weg sterk afhankelijk is van o.a. de omgeving, kruispunten en de functie van deze weg in het hele netwerk. Ook is de maximaal aanvaardbare intensiteit sterk afhankelijk van bijvoorbeeld de aanwezigheid en hoeveelheid erfaansluitingen en parkeren (al dan niet op de rijbaan).
  • Werk en Veiligheid

    1. Heeft CROW ook informatie over verkeersregelaars?

      CROW heeft uitgave 991 'Verkeersregelaars bij wegwerkzaamheden'. Hierin staat hoe verkeersregelaars ingezet kunnen worden bij werk in uitvoering, evenementen en andere wegwerkzaamheden. Deze publicatie is ook online te bekijken in de Kennismodule Werk in Uitvoering.

      Informatie over de opleiding tot verkeersregelaar staat op de website van

      Stichting Verkeersregelaars Nederland
    2. Hoe zit het met die vrije ruimte van 0,60m tussen de werkruimte en de wegafzetting?

      In het Arbobesluit wordt in hoofdstuk 3 Inrichting Arbeidsplaatsen ingegaan op de eisen waaraan (de inrichting van) een arbeidsplaats in zijn algemeenheid moet voldoen. Daarin komen ook de eisen voor de aanwezigheid van vluchtwegen en nooduitgangen aan de orde. Deze regels en voorschriften zijn in de CROW-publicatiereeks WiU 96a/96b vertaald in een vrije ruimte tussen werkruimte en afzetting van 0,60 m. De breedte is afgeleid van de minimale breedte van vluchtwegen en looppaden bij machinewerkplaatsen (minimaal 0,60 m tussen de machines) en bij steigers (minimaal 0,60 m van de steiger is vrij van bouwmateriaal). Ook tussen de in de werkruimte aanwezige machines en/of niet of moeilijk te verplaatsen obstakels moet een ruimte van minimaal 0,60 m aanwezig zijn. Bij het opstellen van de genoemde richtlijnen 96a en 96b zijn in overleg met vertegenwoordigers van de Arbeidsinspectie de regels voor het hanteren van de vrije ruimte vastgesteld en in de richtlijnen opgenomen.

      Het primaire doel van de vrije ruimte tussen de werkruimte en de langsafzetting is het scheppen van extra ruimte voor de indirecte veiligheid van de wegwerker. Als de wegwerker met de rug naar de verkeerszijde gekeerd aan het werk is en hij maakt onbewust een stap naar achteren, voorkomt de vrije ruimte dat hij tussen de langsrijdende voertuigen belandt. Het secundaire doel van de vrije ruimte is het scheppen van afstand tussen langsrijdend verkeer en de wegwerker. Het gevoel van onveiligheid voor langsrijdend verkeer neemt hierdoor af. De vrije ruimte is niet bedoeld als een aanvulling op de werkruimte of als loopruimte/vluchtruimte voor de wegwerkers.

      De noodzaak van vrije ruimte voor de indirecte veiligheid van de wegwerker aan de verkeerszijde van het werkvak is afhankelijk van het type afzetting. Bij een open scheiding tussen werkruimte en verkeersruimte (geleidebakens of verkeerskegels) bestaat het risico dat wegwerkers die per ongeluk een stap naar achteren doen, tussen het langsrijdende verkeer terechtkomen en dat wegwerkers die elkaar passeren, per ongeluk aan de verkeerszijde van de geleidebakens of verkeerskegels terechtkomen. Bij een open scheiding is daarom een vrije ruimte nodig van minimaal 0,60 m.
      Bij een gesloten fysieke scheiding tussen werkruimte en verkeersruimte (geleidebarrier of (bouw)hek) is bovengenoemd risico niet aanwezig. De gesloten scheiding moet dan wel voldoende hoog en stevig zijn, zodat wegwerkers er niet gemakkelijk overheen kunnen stappen of vallen. Voor geleidebarriers geldt een minimale hoogte van 0,80 m en voor hekken een minimale hoogte van 1,00 m.

    3. Aan welke eisen moeten de teksten en symbolen op de gele borden voldoen om voor de weggebruikers zichtbaar en leesbaar te zijn?

      Deze vraag heeft betrekking op de tijdelijke informatieborden die bij werk in uitvoering worden toegepast waarop bijvoorbeeld staat vermeld wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd, wanneer het wegvak is afgesloten of welke omleidingen er zijn.

      De teksten en symbolen op de tijdelijke informatieborden moeten voldoen aan de eisen voor zichtbaarheid, leesbaarheid en begrijpelijkheid die gelden voor bewegwijzeringsborden. Deze eisen staan vermeld in de vigerende Richtlijnen Bewegwijzering. Bij veel aspecten van bewegwijzering worden verschillende eisen aangehouden voor permanente en tijdelijke situaties. Zo zijn er verschillende eisen voor constructie, kleur en plaatsing. De eisen aan tekst en leesbaarheid zijn daarentegen wel gelijk voor permanente en tijdelijke situaties, met dien verstande dat voor tijdelijke bewegwijzering bij voorkeur dezelfde letterhoogten worden aangehouden als voor permanente bewegwijzering, maar er is kleinere letterhoogte als minimum voorgeschreven.

      Om de boodschap te kunnen lezen moet de weggebruiker voldoende tijd hebben vanaf het moment dat de tekst leesbaar is tot het moment dat het bord wordt gepasseerd. Deze ‘leestijd’ varieert tussen de vier seconden op rustige buitenweggetjes tot zeven seconden op autosnelwegen. De teksten op de borden moeten ten minste op ‘leesbaarheidsafstand’ (= snelheid x leestijd) goed leesbaar zijn. In de bewegwijzering houdt men de vuistregel aan dat de borden zelf op een afstand van circa 1,5 maal de leesbaarheidsafstand zichtbaar moeten zijn.

      De leesbaarheid van het in Nederland veel toegepaste lettertype (Ee-alfabet, lichte tekst op donkere achtergrond) bedraagt 6,2 mm per 10 mm letterhoogte (van de hoofdletters). Om aan de eisen voor leesbaarheid te kunnen voldoen, is voor borden bij werk in uitvoering gekozen voor een gele fluorescerende en/of retroreflecterende ondergrond met zwarte opschriften in het ANWB Ee-alfabet met verzwaarde stokdikte. De leesbaarheid van dit lettertype bedraagt 5,3 mm per 10 mm letterhoogte. In het deel ’Omleidingen en tijdelijke bewegwijzering’ wordt ingegaan op de verdere detaillering van de borden (letterhoogte, spatiëring, aantal regels), zowel voor tijdelijke bewegwijzeringsborden als voor informatieborden.

    4. Is publicatie 132 ‘Werken in of met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water’ de meest actuele versie?

      Ja de publicatie die in onze webshop staat, is de meest actuele versie. Deze publicatie wordt op dit moment samen met 'Kabels en leidingen in verontreinigde bodem' (publicatie 307) wel herzien.

      In 2016 worden beide publicaties als één publicatie herzien uitgebracht.

Uw antwoord niet gevonden?

Stel dan uw vraag via het helpdesk-formulier. Om uw vraag snel en efficiënt te kunnen beantwoorden, vragen wij u dit formulier zo volledig mogelijk in te vullen. Een van onze adviseurs neemt dan zo spoedig mogelijk contact met u op.

Voor overige vragen belt u met onze klantenservice: 0318 - 69 53 15.

Helpdesk
Heeft u een vraag voor onze helpdesk en kunt u het antwoord niet vinden?
Stel uw vraag

 

 

Contact

Helpdesk

Helpdesk

Bel of mail met
Particulieren
Stelt u uw vraag als particulier? Bekijk dan onze informatie voor particulieren.