Rekenmethoden en grondslagen

Grondslagen Effectberekeningen Solve (GES)

Om de luchtkwaliteit in iedere stad exact te bepalen, zouden ter plaatse continue metingen van de concentraties PM10 en NO2 uitgevoerd moeten worden. Dit is echter onbetaalbaar. Daarom wordt de lokale luchtkwaliteit bepaald op basis van landelijke metingen, gecombineerd met rekenmodellen. De wijze waarop dat moet worden gedaan, is vastgelegd in de Wet Luchtkwaliteit van IenM. Solve gebruikt modellen om de effecten van bepaalde maatregelen op luchtkwaliteit vast te stellen.

Grondslagen Effectberekeningen Solve

Solve gebruikt voor de concentratieberekeningen het CAR-model (Calculation of Air Pollution from Road traffic). Dit model is geschikt als Standaard Rekenmethode 1 volgens het Meet- en Rekenvoorschrift van het Ministerie van IenM. Om verschillende maatregelen onderling te kunnen vergelijken, werkt Solve met een aantal vaste uitgangspunten en bepalingen. Deze zijn vastgelegd in de Grondslagen Effectberekeningen Solve (GES).

Referentiesituaties

Solve heeft een aantal referentiesituaties vastgesteld die representatief zijn voor een groot deel van het onderliggend wegennet. De referentiesituaties zijn opgebouwd uit een combinatie van de volgende elementen:

  • Wegtype uit VI-lucht: W2, W4, W6
  • Stedelijkheidsklassen volgens CBS: sterk tot zeer sterk stedelijk (1 en 2), matig stedelijk (3) en niet-tot weinig stedelijk (4 en 5)
  • Omgeving (wegtypen uit CAR): 1, 2, 3A, 3B en 4 (zie figuur)

Luchtkwaliteit

Uitgangswaarden voor de referentiesituaties

Voor de verkeerskundige uitgangswaarden bij de referentiesituaties gebruikt Solve data uit VI-lucht. Het wordt gebruikt om een inschatting van de verkeersintensiteit te maken. De verkeerskundige gegevens volgen uit de combinatie wegtypen (VI-lucht) en stedelijkheidsklassen (CBS). Deze gegevens worden ingevoerd in CAR om de luchtkwaliteit in de uitgangssituatie te bepalen.

Verkeerskundige berekeningen

De maatregelen die Solve onderzoekt, zullen effecten hebben op de intensiteit van het verkeer, op de voertuigverdeling (licht, middelzwaar, zwaar, autobus), op de mate van stagnatie en/of op de gemiddelde snelheid van het verkeer. Deze effecten worden voor de genoemde referentiesituaties doorgerekend met een van de verkeersmodellen die op de markt zijn.

CAR II

Om het effect op luchtkwaliteit vast te stellen, worden de verkeerskundige effecten van de maatregelen vervolgens ingevoerd in CAR II. Denk aan intensiteit, voertuigverdeling, stagnatiefractie en snelheidstype. Om de effecten van maatregelen onderling te kunnen vergelijken, zet Solve een aantal parameters in CAR II vast. In de figuur hieronder ziet u op welke waarden de parameters zijn vastgesteld. Dit betekent dat de effecten niet per definitie op uw specifieke situatie van toepassing zijn. In uw situatie kunnen de waarden van deze parameters immers anders zijn.

CAR variabele Waarde
plaats gebied
x [m] (coördinaat) 89.000
y [m] (coördinaat) 451.000
aantal parkeerbewegingen 0
bomenfactor 1
fractie stagnatie 0,2
jaartal 2010
meteo conditie meerjarig
schalingsfactor EMF
voor NO2
middel 1
zwaar 1
schalingsfactor EMF
voor PM10
middel 1
zwaar 1
autobus 1
aanpassen wagenpark bus nee

Terug naar achtergrond.

Solve logo

Het effect van verkeersmaatregelen op luchtkwaliteit. Ontdek het met de Solve-maatregelenmix
Ga naar de maatregelenmix

Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte

Titel

Body

Let op

Kies eerst een datum.