Luchtkwaliteit en verkeer
Over luchtkwaliteit
Wat is luchtkwaliteit?
De lucht die wij inademen is een samenstelling van duizenden stoffen. De bekendste stoffen zijn zuurstof, stikstof en waterdamp. Deze stoffen hebben we nodig om te overleven. Maar er zijn ook stoffen die schadelijk zijn voor onze gezondheid. Voorbeelden hiervan zijn stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2,5 en PM10). Wanneer er teveel van deze stoffen in de lucht zitten, is er sprake van slechte luchtkwaliteit. Het kennisprogramma Solve kijkt naar de effecten van verkeersmaatregelen op de concentraties NO2 en PM10 in de lucht. Meer informatie over luchtkwaliteit en gezondheid vindt u op de website van het RIVM.
Fijn stof
Fijnstofdeeltjes zijn zo klein dat ze tot diep in de luchtwegen kunnen doordringen. Dat is slecht voor de gezondheid. Fijn stof in de lucht is deels afkomstig van menselijk handelen. Verkeer, industrie en landbouw zijn wat dat betreft de belangrijkste bronnen. Het kennisprogramma Solve berekent alleen de effecten van maatregelen op PM10 (deeltjes met een diameter van minder dan 10 micrometer). Dit komt omdat er (nog) geen goede rekenmethodiek is voor PM2,5 (deeltjes met een diameter van minder dan 2,5 micrometer).
Stikstofdioxide
Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komen stikstofoxiden (NOx) vrij, met name stikstofmonoxide (NO) en stikstofdioxide (NO2). Bij de beoordeling van de lokale luchtkwaliteit wordt gekeken naar de concentratie NO2, de meest schadelijke variant. Veruit de belangrijkste bronnen van NO2 in de buitenlucht zijn het verkeer en de industrie.
Waarom is luchtkwaliteit belangrijk?
Vervuilde lucht kan tot acute en chronische gezondheidsklachten leiden. Van keel- en neusirritaties tot zware astmatische klachten en hart- en vaatziekten. Sommige groepen (ouderen, kinderen, astmapatiënten) zijn extra vatbaar voor luchtverontreiniging. Logisch dat luchtkwaliteit hoog op de politieke agenda staat.
De normen voor luchtkwaliteit zijn op Europees niveau in de kaderrichtlijn 96/62/EG vastgesteld. De Nederlandse wet Luchtkwaliteit (hoofdstuk 5 van de Wet Milieubeheer) is hierop gebaseerd. Plekken waar de concentraties van luchtverontreinigde stoffen te hoog zijn, heten een knelpunt of hotspot. Meer over de Wet luchtkwaliteit is te vinden op de website van InfoMil.
Hoe wordt de luchtkwaliteit bepaald?
De lokale luchtkwaliteit wordt vastgesteld op basis van de achtergrondconcentraties (luchtvervuiling die afkomstig is van bronnen op grote afstand) en lokale bijdragen. De achtergrondconcentratie is een gemiddelde luchtvervuiling in een groot gebied. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL, voorheen MNP) berekent dit jaarlijks. Het PBL maakt elk jaar kaarten over de zogenoemde grootschalige concentraties van luchtverontreinigende stoffen.
Het PBL baseert zich bij het maken van deze GCN-kaarten op eigen modelberekeningen en metingen van het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIVM). De kaarten geven een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit in het verleden en de toekomst. De lokale bijdrage wordt meestal berekend met modelberekeningen en beschikbare kennis over de lokale uitstoot van stoffen. Enkele gemeenten meten zelf de werkelijke lokale concentraties.
Terug naar achtergrond.

Het effect van verkeersmaatregelen op luchtkwaliteit. Ontdek het met de Solve-maatregelenmix
Ga naar de maatregelenmix

