Luchtkwaliteit en verkeer
Invloed vegetatie langs snelweg op luchtkwaliteit onbekend
Het effect van loof- en naaldbomen op fijnstof of stikstofdioxide langs de snelweg is nauwelijks aantoonbaar. Dit blijkt uit praktijkonderzoeken die zijn uitgevoerd binnen het Innovatieprogramma Luchtkwaliteit.
In de literatuur worden sterke claims gelegd op mogelijke reducties van fijnstof en stikstofoxiden door filterende werking van de vegetatie. Daarnaast oefent vegetatie invloed uit op de windsnelheid en de turbulentie waardoor op sommige plaatsen lagere en op andere locaties lokaal hogere concentraties ontstaan. Vanwege de onduidelijkheid over de effecten van vegetatie heeft het Innovatieprogramma Luchtkwaliteit het effect van vegetatie langs de snelweg gemeten.
Werkwijze
Na een eerste praktijkonderzoek langs de A50 zijn in opdracht van het Innovatieprogramma Luchtkwaliteit (IPL) twee extra praktijkonderzoeken uitgevoerd langs de A50. Ter hoogte van Vaassen is gekeken naar bestaande vegetatie langs de snelweg. Ter hoogte van Valburg, 50 km zuidelijker, is gekeken naar een speciaal voor het onderzoek aangeplante situatie. Het doel van de metingen was het vaststellen van de concentraties aan fijnstof en stikstofoxiden in de omgeving van de snelweg. Daarbij is de vergelijking gemaakt tussen een weg mét en een zónder vegetatie.
Resultaten
De experimenten waren er niet op gericht om de opname van fijnstof en stikstofoxiden door vegetatie vast te stellen. De veranderingen in de windsnelheid en windrichting zijn echter overduidelijk. Samenvattend kan worden gezegd dat de concentraties van verontreiniging direct langs de snelweg omhoog gaan en op een grotere afstand lager worden wanneer bomen langs de snelweg worden geplant. Het effect van vegetatie op de luchtkwaliteit direct langs de snelweg is klein. Op wat grotere afstand (50-100 m van de weg) zijn de effecten van bomen langs de snelweg positief.
