Wegontwerp
Snelheid en wegmarkering
Snelheid en weggebruikers
De maximumsnelheid op erftoegangswegen binnen de bebouwde kom is 30 km/h. Buiten de bebouwde kom is dat 60 km/h. Alle vormen van langzaam verkeer mogen gebruik maken van erftoegangswegen: landbouwverkeer, brommobielen, voetgangers, skeelers, (brom)fietsers, scooters en ruiters.
Asmarkering
Bij erftoegangswegen is de middenstreep weggehaald. Dit zorgt ervoor dat weggebruikers voorzichtiger zijn en minder hard rijden. Gedrag dat goed bij het karakter van de weg past. Tussen de weggebruikers kunnen namelijk grote snelheidsverschillen voorkomen omdat zowel snelle als langzame verkeersdeelnemers van de wegen gebruik maken. Ook liggen huizen en uitritten vaak direct aan de wegen.
Kantmarkering
De kantmarkering bij erftoegangswegen type I kan soms relatief ver naar binnen liggen of gebruikt zijn om een fietspad te creëren. Daardoor ontstaat bij sommige weggebruikers het beeld dat zij de kantmarkering niet mogen overschrijden. Dat is niet juist. De onderbroken kantmarkering mag gewoon overschreden worden.
Bij erftoegangswegen type II ontbreekt de kantmarkering. De reden hiervoor is de te beperkte wegbreedte (minder dan 4,5 meter).
Bord maximumsnelheid
In de Uitvoeringsvoorschriften BABW (Besluit Administratieve Bepalingen inzake het Wegverkeer) staat wanneer u borden met de maximumsnelheid (bord A1) van 30 of 60 km/h mag toepassen. Dat mag alleen als aan de volgende eisen voldaan wordt:
- Iedere weg in het betrokken gebied heeft voornamelijk een verblijfsfunctie.
- De weg is waar nodig met zijn omgeving aangepast.
- Met oog op snelheidsbeperking en attentieverhoging is extra aandacht besteed aan potentieel gevaarlijke punten. Denk aan voetgangersoversteekplaatsen, kruispunten met een hoofdroute voor (brom)fietsers en kruispunten waar de voorrang met borden geregeld is.
- De overgangen naar een andere maximumsnelheid zijn door de constructie duidelijk herkenbaar.
- Als de overgang naar een hogere maximumsnelheid binnen twintig meter van een kruisende weg ligt, dan is de voorrang geregeld met verkeerstekens of een in- en uitritconstructie. Dit hoeft niet als de kruisende weg geschikt is om in het betrokken gebied opgenomen te worden
