Tweede fase

Tweede fase Duurzaam Veilig

In 2004 is de tweede fase van Duurzaam Veilig van start gegaan. Hierin wordt Duurzaam Veilig volledig geïntegreerd in het regionale verkeers- en vervoersbeleid. De tweede fase is dan ook omgedoopt tot het project Decentralisatie Duurzaam Veilig 2 (DDV2).

Decentrale overheden nemen vanaf 2005 de verantwoordelijkheid op zich voor een integraal, regionaal verkeersveiligheidbeleid. Zij zetten alle instrumenten voor het bestrijden van de verkeersonveiligheid zo optimaal mogelijk in. Ook mobiliteitsbeleid en ruimtelijke ordening krijgen daarbij de aandacht. De Decentrale overheden bepalen daarbij zelf hoe zij de financiële middelen inzetten.

Nationale reductiedoelstelling

Eind 2003 heeft het Nationaal Mobiliteitsberaad ingestemd met het rijksvoorstel voor de nationale reductiedoelstelling verkeersveiligheid voor 2010. Deze reductiedoelstelling is inmiddels overgenomen in de nota Mobiliteit. Die is in 2004 door het Rijk vastgesteld. De doelstelling luidt:

  • in 2010 mogen er nog maximaal 900 verkeersdoden zijn (dit is een daling van 15% ten opzichte van 2002)
  • in 2010 mogen er nog maar 17.000 ziekenhuisgewonden zijn (dit is een daling van 7,5% ten opzichte van 2002)

In 2007 eiste het verkeer nog 791 dodelijke slachtoffers. In 2008 zijn er 750 mensen omgekomen in het verkeer. Het gaat daarbij vooral om een afname van slachtoffers onder kwetsbare verkeersdeelnemers zoals kinderen, jongeren en jongvolwassenen. De dalende trend van de afgelopen jaren zet zich nog steeds voort.
Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft de doelstelling aangescherpt en zich ten doel gesteld om in 2020 het aantal verkeersdoden te hebben teruggebracht tot maximaal 500. Een ambitieuze doelstelling, juist omdat Nederland al tot de wereldtop behoort op het gebied van verkeersveiligheid. 

Regionale doorvertaling

De Planwet verkeer en vervoer bepaalt dat essentiële onderdelen van beleid moeten doorwerken in regionale plannen. De nationale reductiedoelstelling zal dus moeten doorwerken in de provinciale en regionale verkeer- en vervoerplannen en in gemeentelijke plannen.

Regionale maatregelen 

Provincies en kaderwetgebieden moeten voor het bereiken van de landelijke doelstellingen een Duurzaam Veilig maatregelpakket voor hun regio bepalen. De maatregelen moeten passen bij de uitgangspunten van Duurzaam Veilig. Het pakket moet samenhangend, effectief en betaalbaar zijn. Ook moet het kunnen rekenen op draagvlak bij de bevolking, het bedrijfsleven, ambtenaren en bestuurders.

Bijdrage

Voor elke provincie en voor elk kaderwetgebied wordt een relatief gelijke bijdrage verwacht om het aantal doden en ziekenhuisgewonden te reduceren. De percentages uit de nationale reductiedoelstelling zijn daarvoor afgezet tegen de regionale cijfers in 2002. Hiermee is het maximale aantal doden en gewonden per provincie en kaderwetgebied berekend voor 2010. 

De decentrale overheden worden afgerekend op het behalen van de doelstelling en niet op het door hen gekozen maatregelenpakket. Het Rijk levert een bijdrage via nationale maatregelen.

Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte

Titel

Body

Let op

Kies eerst een datum.