Treden

De hoogte tussen de onderste trede en de grond mag bij ten minste een bedrijfsdeur niet meer zijn dan:

  • 250 mm bij voertuigen van de klassen I en A
  • 320 mm bij voertuigen van de klassen II, III en B

Voor voertuigen van de klassen I en A is er een alternatieve mogelijkheid. De hoogte tussen de onderste trede en de grond in twee deuropeningen, namelijk een ingang en een uitgang, mag niet meer zijn dan 270 mm. Daarvoor mag een knielsysteem of een intrekbare trede worden gebruikt. De treden moeten voorzien zijn van contrasterende strepen.

Voor de andere treden en voor treden in een doorgang en in een gangpad gelden de volgende hoogten:

  • niet meer dan 200 mm voor voertuigen van de klassen I en A
  • niet meer dan 250 mm voor voertuigen van de klassen II, III en B

Een overgang van een verzonken gangpad naar een zitgedeelte wordt niet als trede beschouwd.

Terug naar interieur

Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte

Titel

Body

Let op

Kies eerst een datum.