Gereserveerde zitplaatsen

Een gereserveerde zitplaats biedt extra ruimte voor een passagier met een mobiliteitshandicap of een functiebeperking. Deze naar voren of naar achteren gerichte zitplaatsen zijn als gereserveerde zitplaats aangeduid. Ze bevinden zich vlakbij deuren die geschikt zijn als in- en uitgang. Een stoel die inklapt wanneer hij niet wordt gebruikt, mag u niet aanduiden als gereserveerde zitplaats.

Aantal

Het aantal gereserveerde zitplaatsen is afhankelijk van de klasse van het voertuig. Voertuigen van klasse I moeten minimaal vier gereserveerde zitplaatsen hebben. Voor voertuigen van klasse II en klasse III ligt dat minimumaantal op twee. Voertuigen van de klassen A en B moeten ten minste over een gereserveerde zitplaats beschikken.

Inrichting

De gereserveerde zitplaatsen zijn speciaal bedoeld voor passagiers met een mobiliteitshandicap anders dan rolstoelgebruikers. De gereserveerde zitplaatsen zijn in het deel van de bus geplaatst dat het meest geschikt is om in te stappen. De zitplaatsen moeten ten minste 110% van de ruimte voor normale zitplaatsen bieden. Onder of naast ten minste een van de gereserveerde zitplaatsen moet voldoende ruimte zijn voor een geleide- of een hoorhond. De zitplaats is voorzien van handleuningen en handgrepen om het zitten en opstaan te vergemakkelijken. Vanuit zittende toestand moet de passagier gebruik kunnen maken van het communicatiesysteem.

Maten

De minimumbreedte van een zitkussen van een gereserveerde zitplaats moet, gemeten vanaf het verticale vlak door het middelpunt van de zitplaats aan weerszijden 220 mm zijn. Bij een doorlopende zitplaats moet de breedte aan weerszijden minimaal 220 mm per zitplaats zijn. De breedte van de zitting is bij voorkeur 540 tot 580 mm.

De afstand tussen de vloer en de bovenkant van het (niet ingedrukte) zitkussen, moet tussen de 400 en 500 mm zijn. Een zitplaats die niet aan deze eis voldoet, mag niet worden aangeduid als gereserveerde zitplaats.
Voetruimte
De voetruimte van gereserveerde zitplaatsen moet verticaal onder de voorste rand van het zitkussen beginnen. De voetruimte mag in geen enkele richting een helling van meer dan 8% hebben.

Hoogte

Iedere gereserveerde zitplaats moet een minimale vrije hoogte hebben. Voor voertuigen van de klassen I en A is die hoogte 1.300 mm. Voor voertuigen van klasse II is dat 900 mm. Deze hoogte is gemeten vanaf het hoogste punt van het niet ingedrukte zitkussen. Deze vrije hoogte moet verticale projectie van het hele oppervlak van zitplaats en bijbehorende voetruimte beslaan. De rugleuning van een stoel of een ander voorwerp mag in deze vrije ruimte uitsteken als er voor het zitkussen een vrije verticale ruimte van minstens 230 mm overblijft. Bevindt de gereserveerde zitplaats zich tegenover een schot van meer dan 1,20 meter hoog, dan moet deze ruimte ten minste 300 mm zijn.

Terug naar interieur

Het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte

Titel

Body

Let op

Kies eerst een datum.