Toegankelijk collectief personenvervoer
Communicatiemiddelen
Voertuigen van de klassen I, II en A moeten voorzien zijn van een middel waarmee passagiers de bestuurder kunnen waarschuwen dat het voertuig moet stoppen. Deze communicatiesystemen worden bediend met uitstekende knoppen met een contrasterende kleur. Deze stopknoppen hebben een afmeting van ten minste 25 bij 25 mm.
De knoppen bevinden zich in voertuigen van de klassen I en A niet meer dan 1.200 mm boven de vloer. De knoppen moeten naast gereserveerde zitplaatsen en binnen iedere rolstoelruimte op een hoogte tussen 700 mm en 1.200 mm zijn aangebracht.
In het voertuig moeten voldoende bedieningsknoppen aanwezig zijn. De knoppen zijn gelijkmatig verdeeld over het voertuig. Een of meer verlichte tekens moeten passagiers duidelijk maken dat de knop geactiveerd is. De activering van de knop wordt ook auditief kenbaar gemaakt.
De verlichte tekens bestaan bijvoorbeeld uit woorden als ‘bus stopt’ of uit een pictogram. Het teken moet verlicht blijven totdat de bedrijfsdeuren opengaan. In gelede bussen moeten deze tekens in elk stijf gedeelte van het voertuig aanwezig zijn.
Terug naar interieur.
