Toegankelijk collectief personenvervoer
Instapfase
Hoe de bus ten opzichte van het perron staat, is afhankelijk van de inrichting van de halte en de wijze van aan- en wegrijden. Ook de ervaring van de chauffeur speelt mee. Het gemak waarmee passagiers kunnen in- en uitstappen, ligt aan:
- het verticale niveauverschil tussen de vloer van de passagiersruimte en het trottoir of het perron
- de horizontale afstand tussen de vloer van de passagiersruimte en het trottoir of het perron
Normering
CROW heeft normen opgesteld voor verticaal en horizontaal niveauverschil:
- meest ideale situatie: < of = 20 mm
- acceptabele situatie: < of = 50 mm
- te vermijden situatie: 50 tot 100 mm
- onacceptabele situatie: > of = 100 mm
![]() |
|
Normering van gelijkvloerse in- uitstap |
De geoefende en ervaren rolstoelgebruiker kan verticale en horizontale verschillen van 50 mm nog zelfstandig overwinnen. Bij een grotere afstand heeft de rolstoelgebruiker een oprijplaat of hulp van een begeleider nodig.
![]() |
|
Maximaal niveauverschil en maximale afstand |
![]() |
|
Acceptabele situatie: verticaal niveauverschil en horizontale afstand tussen bus en perron circa 50 mm. |
Een niveauverschil waarbij de hoogte van de vloer van de passagiersruimte van de bus lager is dan de stoep of het perron komt praktisch gezien niet voor. Dit negatieve niveauverschil is ongewenst en is verder buiten beschouwing gelaten.
Lagevloerbus
Toegankelijk openbaar vervoermaterieel zoals de lagevloerbus helpt om de toegankelijkheid bij het instappen te verbeteren. Een lagevloerbus is een voertuig van klasse I, II of A waarvan ten minste 35% van het beschikbare oppervlak voor (staande) passagiers een ruimte vormt zonder treden die langs minimaal een deur bereikbaar is. Voor een betere toegankelijkheid is een groter oppervlak dan dit percentage gewenst. De in- en uitstaphoogte van de lagevloerbus bedraagt zonder inschakeling van het knielsysteem in de regel 320 tot 350 mm.
Lees ook meer over halteplaatsen, hulpmiddelen en het interieur van busvervoer.



